donderdag 27 oktober 2016

Herfstval hoofdstuk 15

-15-

Murk heeft zitten denken of hij dit jaar wel aandacht aan de viering van Sinterklaas moet schenken.
Die ochtend zit er iets in zijn schoenen. Die had hij de vorige avond bij de centrale verwarming gezet, teneinde ’s morgens bij het boodschappen doen met warme voeten op pad te kunnen gaan.
Het blijkt hier om geurvreters te gaan. De Sint, of een zijner Multicolorietpieten, heeft tijdens het trotseren van de nachtelijke kou een guur vlaagje humor gehad.
Murk herinnert zich plots een ochtend, veertig jaar eerder. Er lag een stuk gember in zijn schoentje. Hij dacht eerst dat het een stuk kaas was en werd door de vreemde smaak onaangenaam verrast.
Sindsdien staat hij zeer wantrouwend ten opzichte van goedbedoelde gaven en onthoudt hij zich van het eten van gember.

Murk is door zijn zus uitgenodigd om pakjesavond bij haar thuis te komen vieren.
Hij heeft de uitnodiging uiteraard aangenomen. Je moet immers de zon in het water en de maan door de bomen kunnen zien schijnen.
Murk grijpt tegenwoordig elk familiefeestje aan om zijn zus, zwager, neef en nicht te bezoeken.
In de tijd dat hij zich meer met zijn verslaving dan met andere zaken bezig hield, belde hij vaak af.
Hij heeft nu spijt van deze voltooid verloren tijd.
Sinds Roel en Franka niet meer in de goedheiligman geloven, wordt pakjesavond op een alternatieve wijze gevierd.
Alle aanwezigen worden geacht een aantal kleine cadeautjes te kopen. Deze worden op een hoop gegooid en met behulp van een dobbelsteen wordt bepaald wie als eerste een cadeau mag pakken. Het spel gaat verder met het uitwisselen van de presentjes en aan het eind van de avond mag men zich in het gelukkige bezit verheugen van spullen waar je eigenlijk niet echt op zit te wachten.
Het is aldus zelfs mogelijk dat je weer met je eigen geschenken naar huis gaat, omdat geen van de andere aanwezigen deze wilde hebben.
Naast het gezin van Erwin en Jacqueline zal ook dit jaar nicht Edwina weer aanwezig zijn.
Murk is van plan enkele boeken in de ramsj te gaan kopen. Eigenlijk had hij liever een aantal exemplaren van zijn eigen roman cadeau willen doen, maar die liggen nog niet bij de Slegte. Noch bij enig andere boekhandel.

Murk loopt door de Aagje Dekenstraat in de richting van boekhandel Cramer om zijn inkopen te gaan doen.
Voor Roel denkt hij aan een kookboek. Opdat deze eens iets anders dan pizza kan klaarmaken als oom Murk komt oppassen.
Jacqueline is het laatste jaar niet aan het vieren van vakantie toegekomen. Zij kan wellicht wel een toeristengids van Lesbos gebruiken.
Voor Franka wordt het nog het moeilijkst. Probeer maar eens aan een chihuahua te komen die het maximale afgesproken bedrag per cadeautje niet overschrijdt.
Misschien is een boek over mannelijk schoon wel iets voor Edwina. Wellicht dat hiermede haar genezing van homoseksuele gevoelens wordt bewerkstelligd.
Het boek Oom Jan leert zijn neefje schaken lijkt Murk wel een geschikt geschenk om uiteindelijk zelf in de wacht te kunnen slepen. Daar kan hij vast nog genoeg uit leren om zijn neef tot in lengte van dagen te blijven verslaan.

Plotseling klinkt er luid gegil. Paniek in de winkelstraat.
Van beide kanten naderen er hulpsinterklazen. Moeders trekken hun kinderen snel een zijstraat in, om te voorkomen dat ze hun kinderen iets uit moeten leggen zonder het geloof in de echte goedheiligman te ondermijnen.
Sinds de mensen niet meer in goden geloven, geloven ze echt van alles.
Zo heeft Rita Verdonk onlangs verklaard dat ze in de Sint gelooft en denkt premier van Gedogia te kunnen worden.

Murk koopt zijn cadeaus. Het is allemaal niet precies waar hij naar zocht, maar hij is toch dik tevreden.
Zwager Erwin wil nooit meedoen met het sinterklaasspel, maar moet uiteraard toch wel een cadeau krijgen. Dus ook maar iets voor hem gekocht.
Omdat Murk een presentje tekortkomt maakt hij een omweg langs de condomerie in de Joost Zwagermanstraat, teneinde een pakje preservatieven met kersenlikeur smaak aan te schaffen. Die komen immers altijd te pas.
Murk hoopt vurig dat alle cadeautjes aan het eind van de avond bij de persoon terecht komen voor wie hij deze bedoeld heeft. Maar als het lot hem zal verrassen, is hem dat ook best.

Murk is van plan om bij wijze van grap ook nog een blik bier in te gaan pakken. Dat kan hij dan altijd nog consumeren als hij op de terugweg van Walden naar huis onverhoopt dorstig wordt.
Hij koopt er meteen maar een paar en gaat daarmee op het Adrianus van der Heijdenplein op een bankje uitrusten van het shoppen.
In de verte nadert een figuur op een wit paard. De zoveelste assistent-sint deze dag.
Elke keer als Murk een wit paard ziet, hoopt hij dat daar zijn prinses op zit. Maar dan blijkt het toch weer zo'n schijnheilige te zijn.
Een klein Antilliaans jongetje rent gillend achter de oneerbiedwaardige grijsaard aan.
''Stap uit die paard!, stap uit die paard!''
''Gooi maar in mijn pet, uh mijter,'' schiklacht Murk. ''Dat joch heeft vanmorgen zeker niets in zijn schoen gekregen.''

Er schiet Murk een sinterklaasviering op de middelbare school te binnen.
Hij had er weinig werk van gemaakt. Er slechts een simpele, doch doeltreffende, surprise voor gefabriceerd. Een doos met een pen, aangevuld met krantensnippers, waar hij een grote hoeveelheid jeukpoeder doorheen had gestrooid. Toen het meisje dat de malheur had het presentje te mogen ontvangen de pen niet onmiddellijk kon vinden, hielp de hele klas mee zoeken. Na ruim een kwartier was het gegraai nog zonder succes en moest Murk wel vertellen dat hij de gulle gever was, om duidelijk te maken dat er zich wel degelijk een cadeau tussen de hoop snippers moest bevinden.
Het feit dat hij de enige leerling was geweest die niet in de doos had getast en niet aan hevige jeuk onderhevig was, moest immers toch al zijn opgevallen.
Sinds dat schooljaar was het gebruik van jeukpoeder en andere producten die tot irritatie zouden kunnen leiden op school verboden.

Op weg naar huis passeert Murk een draaiorgel dat sinterklaasdeuntjes speelt.
Hij neuriet mee en probeert zich te herinneren wat een kapoen nou ook al weer is.
Hij heeft thuis nog wel even tijd om het op internet op te zoeken voor hij naar Walden rijdt.
Een kapoen blijkt een gecastreerde haan te zijn. De desbetreffende operatie wordt uitgevoerd om het beest rustiger te maken, beter te laten groeien en aldus meer vlees te doen laten ontwikkelen.
Murk heeft de laatste tijd weinig contact met Jacqueline gehad.
Zuslief heeft hem alleen gemaild dat ze het erg druk had in de dierenkliniek en hij snapt ineens waarom. Zij staat deze tijd van het jaar natuurlijk de hele dag te castreren.

Een geslachte en gevilde kapoen, klaar om te roosteren voor een Engels kerstdiner. De poelier heeft de poten en staartveren niet verwijderd op verzoek van de klant.

De tweede connotatie van de term kapoen hangt samen met een populair volksverhaal uit het begin van de negentiende eeuw.
Hierin figureerde ene Klaes Kapoen, een schelm die nergens voor deugde, een soort Tijl Uilenspiegel. Een soort Murk Hemelsoet.
Murk stopt de ingepakte cadeautjes in zijn rugzak, zet het bord eten dat hij voor moeder heeft klaargemaakt voor haar neer en neemt afscheid.
''Doe je de groeten aan Jacqueline, Erwin, Franka en Ruud?'' vraagt ma.
Ma Hemelsoet is de naam van haar kleinzoon Roel vergeten en noemt de laatste tijd iedereen die een naam heeft die met een “R” begint Ruud.

In de trein naar Walden pakt Murk een boek uit zijn tas.
Hij heeft de laatste tijd veel te weinig tijd gevonden om te lezen.
Neem als u gaat reizen altijd een goed boek mee, het doodt de tijd, voorkomt het afsterven van de geest en mocht u onverhoopt onderweg aan uw eind komen, wekt u nog steeds de indruk dat men met een intelligent persoon te maken heeft.

Murk kijkt uit het raam en ziet het station van Speeuw achter zich verdwijnen.
In gedachten citeert hij Groucho Marx.
''Buiten de hond zijn boeken de beste vrienden van de mens, binnenin de hond is het te donker om te lezen.''

Station Walden Centraal. Murk stapt over in de sjoemeltrein van ProRail naar Walden Buiten.

In een uitstekend humeur loopt Murk van het station naar het huis van zijn zus en geniet van de zon. Hij is van mening dat alles hier toch altijd zoveel mooier lijkt dan in zijn stad.
Het dorp, de inwoners, iedereen is even aardig, beschaafd, keurig gecoiffeerd en in kleren van een exclusief modehuis gestoken, die hier, in tegenstelling tot Louloenen, niet detoneren.
Murk zingt, springt en is zo blij. Hij denkt zich een magistraal stralende toekomst.
''Het is ook mijn soort mensen. Ik zou hier best willen wonen. Geen dealers, geen gebruikers, geen alcoholische gekken, geen schreeuwende idioten op elke straathoek, zoals in Louloenen. Niemand die ‘hé, wat mot je!tegen je roept, als je ze te direct aankijkt. Wel zo plezierig. Ze denken dat misschien allemaal wel, maar ze spreken het niet uit en glimlachen vriendelijk. In het openbaar vervoer is er plaats zat, want er zijn hier weinig mensen zonder auto. Men dringt niet bij het instappen. Bij het uitstappen zeggen passagiers de chauffeur vriendelijk goedendag. Hier te kunnen leven als schrijver met een Olie B. Bommel-achtig allure. Een uitbater zijn van een weinig beklante boekhandel, met zeeën van tijd om te lezen en te schrijven. Flaneren op de Brink. Een sigaartje kopen en een drankje drinken bij het plaatselijke dranklokaal de Bonte Hond.''

Murk dagdroomt door tot de voordeur van huize De Mol en stort zich in het feestgewoel.
Het kan nog best wel eens een heel leuke avond gaan worden.














 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen