vrijdag 30 december 2016

Winterval hoofdstuk 1

Winterval

-1-

Het is laat op de avond. Murk ligt net in bed. Er klinkt een doffe klap in de gang.
Omdat er daarna ook nog een luide gil volgt, is hij meteen weer helemaal wakker.

Murk verliest geen tijd om een schaar te zoeken, maar rukt de brandnieuwe vloeken die hij voor speciale gelegenheden op zijn nachtkastje heeft liggen uit de cellofaanverpakking en rent naar de hal.
Moeder ligt onderaan de trap. Ze is weer eens gevallen. Terwijl Murk haar overeind helpt, probeert hij uit te vinden wat de aard van de verwondingen is die ma heeft opgelopen.
Ma Hemelsoet heeft geen woorden om uit te leggen of ze pijn heeft en waar. Op de vraag of ze haar ledematen kan bewegen, komt ook geen antwoord. Murk ziet op het oog geen breuken of verwondingen en helpt ma terug naar bed.
Moeder vertelt Murk in kromme bewoordingen de reden waarom ze uit bed was gekomen.
''Ik wilde doen boodschappen bij de buurtsuper, om geld te hebben om te ontbijten.''

Murk keert terug naar bed. Als hij bijna slaapt, klinkt de beltoon van zijn mobiel. 
De alarmcentrale. Moeder heeft op de alarmknop gedrukt.
Als Murk de slaapkamer van moeder binnenkomt om te kijken wat er loos is, treft hij haar rustig in bed aan. Ze vraagt om een glaasje water. Murk is door zijn voorraad vloeken heen en brengt het haar. Zwijgend.

Een week eerder heeft ma 's nachts ook al alarm geslagen. Om kwart voor twee 's nachts werd Murk gewekt door luid gebons op de voordeur.
Nadat hij naar de voordeur was gerend en had opengedaan, verscheen het verbaasde gezicht van ma bovenaan de trap. Ze wilde weten wie die twee mannen waren en liet de heren trots haar alarmknopje zien. En zei dat ze er niet op had gedrukt en niemand nodig had.
Het was Murk daarna niet meer gelukt in slaap te vallen. Dus had hij de radio maar aangezet.
Daar werd toevallig net een programma over allerlei verschrikkingen, waar 's nachts vaak alarm voor wordt geslagen, uitgezonden. Een inbelprogramma met verhalen over inbraken, overvallen, moord en doodslag.
Murk beschouwde het valse alarm toen nog als een goede oefening. Voor het geval dat de nood echt aan de man zou komen. Maar nu het voor de tweede keer in een week gebeurt, begint het behoorlijk op zijn zenuwen te werken.
Moeder kan niet meer begrijpen dat het knopje slechts voor calamiteiten bedoeld is. 
Dat het beter is om Murk, die in de kamer naast haar slaapt, te roepen.

Murk probeert nogmaals de slaap te vatten. Dat lukt al een stuk minder dan de eerste keer.
Een uur later wordt hij opnieuw door zijn mobiel gewekt. Weer de alarmcentrale.
Als Murk zich in de slaapkamer van moeder vervoegt, vraagt zij hem het licht aan te doen.
Op de vragen of zij pijn heeft en waarom ze het alarm heeft gebruikt, blijven de antwoorden uit.
Dan ontdekt Murk een bloedvlek in de pyjamabroek van moeder. Ze heeft een schaafwond op haar onderbeen en grijpt naar haar bovenarm.
''Zal ik de dokter bellen, mam?''
Moeder knikt.
Als Murk de centrale doktersdienst aan het bellen is, roept ma om hulp. Ze wil op de emmer die ze in haar kamer heeft staan om 's nachts een plas te kunnen doen.
Murk helpt haar uit bed en begeleidt haar naar de emmer. Moeder durft zich er, ondanks de verzekering van haar zoon dat hij haar stevig vasthoudt, niet op te laten zakken.
Terwijl Murk met moeder in zijn armen boven de emmer hangt, geeft zij hem het bevel om het dekbed goed te leggen en voegt daarbij de opmerking dat ze een beest in de kamer ziet.
''Maar dat geeft niet, hoor. Ik kan goed met dieren omgaan.''

De gealarmeerde arts van dienst arriveert en constateert dat ma Hemelsoet waarschijnlijk haar bovenarm heeft gebroken. Het kan ook een kneuzing zijn. Of wellicht is de arm uit de kom.
''Uw moeder moet naar het ziekenhuis. Er moet een foto van de arm worden gemaakt,'' vat de dokter zijn eerste opinie samen. ''Voor zo'n breuk kan er geen ambulance komen. Heeft u een auto?''
Murk geeft een ontkennend antwoord en legt uit dat moeder te veel in de war en te zwak is om anders dan per ziekenauto vervoerd te worden.
De dokter vertelt nogmaals dat dit niet binnen de mogelijkheden ligt. Dat Murk moeder dan maar met een taxi naar het ziekenhuis moet brengen en zij na behandeling ook weer met een taxi huiswaarts gebracht moet worden.
Het lijkt Murk een onmogelijke opgave om ma midden in de nacht in een taxi te hijsen.
De dokter behandelt de schaafwond en laat Murk met moeder, pijnstillers en summier advies achter.
''U kunt morgen de huisarts bellen. Die kan liggend vervoer regelen. Ik zal de eerstehulp van het ziekenhuis alvast inseinen.''
Murk zucht berustend, laat de dokter uit en nadat hij een tijdje naast het bed van moeder heeft gezeten, keert hij terug naar zijn eigen kamer.

Het is half vier. Slapen lukt nu vast niet meer. Het heeft geen zin Jacqueline te bellen. Dan doet zij ook geen oog meer dicht.
Murk besluit de wederwaardigheden van de avond en nacht in een mail aan zijn zus te sturen. Dan kan hij 's morgens met een kort telefoontje volstaan en zijn aandacht verder volledig richten op het arrangeren van het vervoer van ma.
De nacht lijkt eindeloos te duren. Murk kijkt af en toe bij moeder. Ze ligt met gesloten ogen, maar slaapt niet.

De ochtend breekt aan. Als Murk om de hoek van de kamer van ma Hemelsoet kijkt, heeft zij haar ogen open. Maar daarin valt niets te lezen over de toestand waarin zij zich bevindt.
''Heb je pijn, ma?'' informeert Murk. ''Nog een uurtje, dan kan ik de dokter bellen.''
Moeder geeft geen antwoord. Ze heeft ook geen honger, maar wil wel koffie. 
Murk gaat ontbijten en brengt haar een kopje op bed.
Daarna pleegt hij het telefoongesprek met Jacqueline, zet de situatie uiteen en vertelt welke volgende stappen hij zal ondernemen.

Het tijdstip dat de huisarts gebeld kan worden, is aangebroken.
Murk komt niet verder dan zijn antwoordapparaat. De dokterspraktijk is wegens omstandigheden gesloten.
Het bandje bevat een mededeling over vervangende artsen. Er is een alfabetische indeling gemaakt op volgorde van de beginletters van de achternaam van potentiële patiënten.
Murk noteert het telefoonnummer van de arts die de patiënten van A tot en met de H van Hemelsoet overneemt.
De remplaçant neemt niet op. Murk gaat maar weer terug naar moeder, om te kijken of ze nog koffie of iets anders wil.
Als hij in de deuropening boven aan de trap staat, begint moeder te gillen dat Murk in brand staat. Het kost hem veel moeite om haar te overtuigen dat het slechts het ganglicht is dat tussen zijn benen door schijnt.
Murk probeert nogmaals in contact te komen met de dokter die voor de huisarts invalt. 
Nu krijgt hij een ingesprektoon. Het lijkt hem op zich een goed teken. Er is tenminste iemand aanwezig die de telefoon opneemt. Nadat hij ruim een kwartier tevergeefs heeft getracht de praktijk te bereiken, geeft hij zijn pogingen voorlopig op.

Murk belt met de centrale doktersdienst. De telefoniste kan Murk niet aan het nummer van het ziekenvervoer helpen, maar heeft wel dezelfde alfabetische lijst als op het bandje van de huisarts staat voor zich en geeft Murk het nummer dat hij zo-even al zo uitvoerig beproefd heeft.
Als Murk dan eindelijk toch de assistente van de invaller aan de lijn krijgt, vertelt zij hem in eerste instantie dat de dokter weinig voor hem kan betekenen. Pas na lang aandringen, is ze genegen hem het nummer van het ziekenvervoer te geven.
Murk belt de ziekenvervoersorganisatie en maakt de afspraak om moeder aan het eind van de ochtend met een ambulance naar het ziekenhuis te laten brengen.

Het is vandaag de eerste dag dat Alie Dobbermans komt schoonmaken.
Als Murk haar binnenlaat en over de val vertelt, gaat zij eerst naar moeder. Ze overstelpt haar met lieve en geruststellende woorden alvorens ze een spoor van reinheid door het chaotische huishouden begint te trekken.
Jacqueline heeft een gouden keus gedaan door voor Alie te kiezen. Ze heeft weinig instructies nodig.
Murk kan zich volledig met moeder en haar gang naar het ziekenhuis bezighouden.
Jacqueline arriveert een uur voor het tijdstip dat de vervoerder verwacht wordt.
Murk is blij met haar komst. Zuslief deelt meestal zijn mening over belangrijke zaken.
Ze vullen elkaar goed aan en vormen aldus een goed team.
De chauffeuse van het ziekenvervoersbedrijf belt aan. Ze blijkt niet met een ambulance te zijn gekomen en heeft geen rolstoel bij zich.
Er was beloofd om moeder liggend, of zittend in een invalidenwagentje, naar het hospitaal te transporteren. Maar nu moet ze, geholpen door Jacqueline en de bestuurster, zelf het tuinpad afstrompelen en moeizaam op de achterbank van een busje worden gehesen.
Alie boent door. Murk blijft thuis. In afwachting van een telefoontje van Jaqueline met nieuws over ma maakt hij aantekeningen over de voorvallen van de vorige avond en afgelopen nacht.

Alie vertrekt. De ark ziet er spic en span uit.
De thuishulp komt langs. Hij maakt een aantekening in het zorglogboek en vertrekt weer.
Jacqueline heeft nog steeds niet gebeld.

Murk belt Jacqueline zelf maar. Ze zit in een behandelkamer op de spoedeisende hulp naast moeder te wachten tot er een dokter komt, die zijn medische expertise over de arm van moeder kan geven.
Murk besluit zelf ook maar naar de eerstehulp te gaan. Als hij daar aankomt, is moeder net naar de röntgenkamer afgevoerd.

Ma Hemelsoet wordt met haar kinderen herenigd. Gezamenlijk wachten ze in een behandelkamer op een medicus die hen kan vertellen wat de uitkomst van de genomen foto’s is.

Eindelijk komt er een chirurg. Hij vertelt dat de arm van moeder uit de kom is en dat die dislocatie dadelijk zal worden hersteld. Ma Hemelsoet zal tijdens de ingreep tijdelijk onder narcose worden gebracht.

Moeder wordt naar een operatieruimte gereden.
Murk en Jacqueline begeleiden haar tot de deur. Daar moeten zij ma alleen laten.
''Het gaat een uurtje duren,'' laat de chirurg weten. ''Gebruik die tijd maar om even iets te eten of te drinken.''
Jacqueline en Murk verlaten de operatiekamer. De deur zoeft achter hen dicht.
Murk doet een poging zijn gevoelens in relativerende humor te smoren.
''Biertje?''

Murk en Jacqueline eten iets. Lopen wat rond. Drinken koffie. Roken buiten een sigaret en keren dan terug, om bij moeder in de verkoeverkamer te zijn als zij bijkomt.

Ma Hemelsoet zal een paar dagen in het ziekenhuis moeten blijven.
In de tussentijd zullen er in de ark aanpassingen worden gepleegd om moeder daar veilig te laten terugkeren.
Uiteraard kan zij niet meer op de bovenverdieping slapen. Er moet een bed dat in hoogte versteld kan worden in de huiskamer worden geplaatst. En omdat ze niet meer naar het toilet kan lopen, heeft ze ook een postoel nodig.
Jacqueline en Murk bespreken met een medewerkster van het ziekenhuis hoe dit geregeld kan worden. Er wordt afgesproken dat EVEAN thuiszorg gebeld zal worden om het een en ander in orde te brengen.

Jaqueline en Murk nemen afscheid van moeder.
Ze vraagt bezorgd hoe ze thuis moet komen. Ze heeft immers geen strippenkaart en weet niet waar de dichtstbijzijnde halte van de trolleybus is.
Jacqueline en Murk nemen niet de moeite om moeder uit te leggen dat het nog zeker tien jaar zal duren voordat er in dit stadsdeel een trolleybus zal rijden, maar beperken zich tot de geruststelling dat zij voor alles zullen zorgen.

De kinderen Hemelsoet keren terug naar de ark waar ma Hemelsoet de laatste veertig jaar heeft gewoond. De ark waar Jacqueline geboren is. De ark waar Murk, met een onderbreking van veertien jaar, tweeëntwintig jaar van zijn leven heeft doorgebracht.
Ze praten nog een tijdje over moeder en dan laat Jacqueline haar broer achter om naar haar eigen gezin terug te keren.











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen