maandag 19 december 2016

Winterverleidng hoofdstuk 13

-13-

Voor een staat waarin de wet wordt gerespecteerd, 
is de democratie de slechtste staatsvorm, 
maar als de wet niet wordt gerespecteerd,
 is de democratie de beste van alle.
Plato

Als men helpt een revolutie op touw te zetten, 
is de moeilijkheid niet om die voortgang te doen vinden, 
maar om hem in toom te houden.
Honoré Gabriel de Riqueti, Graaf van Mirabeau

Het is een ijskoude dag. De dertiende op rij waarop het kwik niet boven de -15°C uitstijgt.
Krantenkoppen schreeuwen over een kleine ijstijd.
‘De god Thialfi houdt Gedogia in zijn ijzige greep!’
Iedereen lijkt even opgetogen, omdat de zestiende Alvestêdetocht oan gaet en degenen die voorspeld hebben dat it sill heve dus toch nog gelijk blijken te hebben gekregen.
Het nieuws dat Geert Wilders zal worden aangeklaagd, is naar pagina vier verbannen.
De volkspopulist wordt beticht van het zaaien van haat en het discrimineren van een bevolkingsgroep en kan voor deze misdaad een maximum gevangenisstraf van een jaar krijgen.
Volgens Wilders is het vandaag een zwarte dag voor de vrijheid van meningsuiting.
Zijn woorden gaan verloren in de ijseuforie die bij het merendeel van de bevolking van Gedogia heerst.
Murk denkt dat Gedogia best een periode van rust kan gebruiken.
''Zonder dat de geblondeerde leider constant extreme meningen over het land uitstort.
Als binnenkort alle gevangen in Guantánamo Bay naar elders worden verplaatst, is daar vast plaats genoeg om hem veilig op te kunnen bergen. Hij zit er waarschijnlijk safer dan in Gedogia, waar de veiligheidsprotocollen vaker in vuilcontainers belanden dan dat ze op ordentelijke wijze vernietigd worden. Dan kan hij tenminste ook eens ongestoord Hitlers Mein Kampf, de Donald Duck en de Koran lezen. Daar heeft hij in zijn hectische leven vast nooit echt tijd voor kunnen vinden. Het moet toch wel mogelijk zijn om aan een compleet Nederlandstalig exemplaar, zonder uitgescheurde pagina’s, van het heilige boek van de moslims te komen.''

Ma Hemelsoet is nog niet wakker. Murk houdt zich bezig met het invullen van formulieren voor een persoonsgebonden budget.
Het invullen van formulieren is niet zijn favoriete manier om de dag door te brengen, maar sommige dingen moeten nu eenmaal gebeuren.
Tot voor kort kreeg Murk zijn geld van de Dienst Werk en Uitkeringen, maar omdat het deze instelling niet lukte hem aan het werk te zetten, wordt hij nu uitgeleverd aan een andere instantie.
Het kost Murk de hele ochtend om het papierwerk te sorteren en de juiste informatie op te zoeken en dan is hij nog niet eens aan het eigenlijke invullen begonnen.

Moeder wordt wakker. Murk zorgt voor haar ontbijt. Ma verdwijnt na een kwartiertje weer naar bed en Murk kan weer aan het werk.
Het is onzinnig om de uren die men aan de verzorging van familieleden besteedt in cijfers te moeten vastleggen.
Toen Murk jong was zorgde moeder voor hem en zij heeft hem in de periode dat hij verslaafd was altijd bijgestaan. Dus is het vanzelfsprekend dat hij nu voor haar zorgt.

Gedurende de tijd dat Murk zich met de documenten bezighoudt, krijgt hij hoe langer hoe meer hekel aan ambtenaren.
''Wie verzint zulke formulieren. Moet je binnenkort als je iemand helpt de straat over te steken eerst een verklaring opstellen?''
Wilders en Verdonk pleiten vaak voor het schrappen van arbeidsplaatsen in de publieke sector. Murk begint langzamerhand voorstander van de doodstraf voor ambtenaren te worden.
Hij buigt zich opnieuw foeterend over de papieren.
''Die loketterie is het ergste. Klachten over bureaucratie kan je waarschijnlijk ook alleen maar in drievoud bij loket 23 inleveren. En daar zijn ze dan vast net lunchen.''
Murk denkt terug aan zijn ervaringen met de DWU. De omgang met de Dienst Werk en Uitkeringen, die door Murk vaak als Daar Werken Uilskuikens werd betiteld, was een stuk minder omslachtig.

Ma is weer wakker. Murk maakt voor hen beiden een paar boterhammen klaar, maar moeder vindt het nog te vroeg. Ze kijkt wantrouwend naar de klok en concludeert dat het kwart voor een is.
''En net was het nog kwart over drie.''
Moeder staat Murk toe het bord met de gesmeerde sneetjes dan toch maar vast voor haar neer te zetten.
''Het is maar goed dat je zo bij de tijd bent,'' grapt Murk en verlaat de kamer. Terug naar de formulieren.

Jacqueline komt onaangekondigd langs. Ze vertelt dat ze een vrouw heeft ontmoet die zij geschikt acht om Murk en moeder te ontlasten als hulp in de huishouding.
Murk voelt zich lullig, omdat er een huishoudster bijgehaald wordt. Oké, hij is weliswaar ietwat werkschuw, maar toch niet zo lui dat hij moet worden bijgestaan.
Jacqueline is gewend dat het bij haar thuis, dankzij de uitgebreide huishoudelijke staf, altijd brandschoon is. Murk vindt een keer dweilen en stofzuigen per week meer dan genoeg.
Jacqueline stelt haar broer op de hoogte van de antecedenten van de in te huren kracht. Murk luistert met een half oor en raakt pas aan het eind van het betoog geïnteresseerd, als er gewag wordt gemaakt van het feit dat de vrouw die hem bij het schoonmaken komt helpen siliconenborsten heeft.
Op dat moment belt de vrouw in kwestie aan. Murk en Jacqueline lopen tegelijk naar de voordeur en laten haar binnen.
Het exterieur van de interieurverzorgster ziet er inderdaad spectaculair uit. Murk steekt zijn hand uit en kwijlgrijnst.
''Mooie borsten, nieuw?'' vraagt hij…bijna. Maar hij beheerst zich, geeft netjes een hand en stelt zich keurig voor.
Jacqueline schopt met haar pumps tegen de schenen van Murk en schudt haar hoofd.
Ze weet dat Murk de laatste tijd weinig vrouwen ontmoet, maar vindt dat hij zich desondanks behoort te gedragen.
Murk kan er ook niets aan doen. Hij komt de laatste tijd weinig buitenshuis en het verzorgen van moeder is het tegenovergestelde van seks, drugs en rock-'n-roll.
De vrouw luister naar de welluidende naam Alie Dobbermans en verontschuldigt zich in plat Louloens dat ze ietwat verlaat is.
''Ik most ineens naar het siekenhuis met me faader. Die kreeg plotsklaps last fan sen hart.''
Jacqueline legt Alie uit dat Murk niet zo'n ster in het huishouden is en zijn handen al vol heeft aan het zorgen voor moeder.
Alie lacht en maakt een mild spottende opmerking.
''Ja, het is een man, hè.''
Murk beaamt dat hij dit niet kan ontkennen.
Het gesprek met Alie verloopt tot ieders tevredenheid. Eenieder is het snel eens over werktijden en de beloning die hier tegenover staat.

Als de hulpkracht is vertrokken, hebben Jacqueline en Murk nog tijd over om bij te praten. Uiteraard is moeder het hoofdonderwerp.
Murk vertelt dat ma nu toch weer wel medicijnen neemt.
''Ze nam ze meestal braaf in als ik ze aangaf. Ze neemt ze soms in alsof het snoepjes zijn. En op een morgen waren er ook ineens een paar pijnstillers verdwenen. Er dreef een pil en een stuk van de doordrukstrip in een glas siroop. Ik heb ze toen maar opgeborgen en er een aantekening van gemaakt in het logboek voor de thuiszorg.''
Jacqueline weet genoeg. Alvorens ze vertrekt, merkt zij quasi terloops op dat Alie keurig getrouwd is. Voor de zekerheid voegt ze haar broer nog wel even toe dat haar echtgenoot een stevig gebouwde, negroïde man is.

Murk gaat verder met zijn papierwerk en luistert ondertussen naar het verslag van de Âlvestêdetocht op de radio.
''Het weer tijdens deze tocht is te vergelijken met dat van 1954. Die ook na een periode van weken bittere koude werd verreden. Het is een kraakheldere, windstille dag.
De harde storm die gisteren nog waaide, is helemaal verdwenen.''
Een verslaggever die langs de route staat opgesteld, doet melding van een onbekende rijder in een geel schaatspak die al een tijd op kop ligt.
''Er gaan geruchten dat het hier de wielrenner Levi Leipheimer zou betreffen.''

Op het bankje aan de Vondelgracht zit een eenzaam figuur. Engel Eartha.
Ze draagt een boerka. Tegen de kou en om haar vleugels en een tatoeage op een niet nader aan te duiden plek te verhullen.
Er komt een zwerver met een blikje bier naast haar zitten. Hij maakt een proostend gebaar.
Eartha knikt minzaam.
Blijkbaar geeft het de man toch het idee dat ze in hem is geïnteresseerd, want even later staat hij op, zoekt in zijn zakken naar muntjes om nieuwe blikjes te gaan halen en vraagt of ze iets van hem wil drinken.
Eartha bedankt beleefd en wil het liefst meteen opstappen, maar blijft toch zitten om het manspersoon niet het idee te geven dat ze om hem vertrekt.

Eartha staat op, bromt iets dat als een soort afscheidsgroet kan worden opgevat en aanvaardt de aftocht.
In de Duvelshoek, een steegje bij de GerritKomrijstraat, ontdoet ze zich snel van haar boerka, propt hem in het kleine rugzakje tussen de aanhechtpunten van haar vleugels en stijgt op.

Het is guur boven Gedogia.
Eartha vliegt snel naar zee waar de luchtstromen iets minder kil zijn, maakt een rondje boven Sark en zwaait naar de oude man die daar nog altijd op zijn wolk zit.
Als ze is warmgevlogen en genoeg van het zicht op de onafzienbare grijze golven heeft, zet ze weer koers naar het land.
Ze omzeilt het dichtbevolkte gedeelte van Gedogia en vliegt over het Lelymeer naar het noorden.
De binnenzee ligt verstild, bevroren onder de helblauwe lucht.
Het luchtruim boven Fryslân is ongewoon druk.
Eartha moet regelmatig de dekking van schaarse wolken opzoeken om niet door de talrijke rondcirkelende vliegtuigen en helikopters gezien te worden.
Op de grond is het ook opvallend druk. De vaarwegen worden geflankeerd door rijen mensen. Op het ijs rijden figuren in fluorescerende pakken.
Eartha vliegt een paar oriënterende rondjes. Het lijkt haar toe dat Ljouwert het epicentrum van de activiteiten moet zijn.
Uit een feesttent op het Zaailand klinkt luide muziek.
Eartha zet de daling in. Zij wil wel weer eens onder de mensen zijn en in dit feestgewoel zal ze niet opvallen.

Eartha betreedt de tent.
Een man schreeuwt in haar oor dat ze net op tijd is om met haar neus in de boter te vallen en trekt haar mee in een wilde polonaise.

In Louloenen volgt Murk de Âlvestêdetocht nog altijd op de radio.
De meeste wedstrijdrijders zijn inmiddels Ljouwert, Snits, Drylts, Sleat, Starum, Hylpen, Warkum, Boalsert, Harns en Frjentsjer al gepasseerd.
Het is nog steeds niet duidelijk wie de rijder in het felgele pak is. Een verslaggever ter plaatse meldt dat hij als eerste onder het bruggetje bij Bartlehiem door is gekomen en aan het rechte stuk naar Dokkum begint.
Terwijl de reporter de tijd tot de doorkomst van de volgende schaatsers vol praat met speculaties over de identiteit van de geheimzinnige sporter en het omschrijven van de feeërieke omgeving, wordt hij onderbroken door de presentator in de studio.
Er is breaking news. De Fryske Onafhankelijkheidsbeweging heeft van de algehele opwinding over de tocht der tochten gebruik gemaakt de stadhouder van de Koningin voor het Fryske gouw te gijzelen om hun eisen voor meer autonomie kracht bij te zetten.
Vanaf dat moment wordt het nieuws door de snode daad van de separatisten beheerst.
Het lijkt erop dat iedereen in de studio in Walden in alle consternatie vergeten is dat de aankomst van de tocht aanstaande is.
Murk begeeft zich naar de huiskamer om te kijken of de televisie wel beelden van de finish uitzendt, maar alle camera’s hebben zich van de waterkant afgekeerd en zijn op de residentie van de stadhouder gericht.
Een journalist voor de domicilie van de regent doet een doorlopende stand-up voor een raam waarachter af en toe een gordijn beweegt en volgens hem de gijzelnemers zich zouden moeten ophouden en om de tien minuten wordt er een wazig filmpje vertoont van iemand die met een mobieltje heeft geregistreerd hoe vier gemaskerde mannen het bordes van het provinciehuis op stormen.
Er zijn nog steeds geen nieuwe beelden. Murk heeft genoeg van de discussie die door een vijftal deskundigen die, elkaar in wollige bewoordingen tegensprekend, in de studio wordt gevoerd. Hij loopt naar de keuken om aan de bereiding van het avondeten te beginnen en treft daar moeder aan.
Ma Hemelsoet heeft de voor haar klaar staande boterhammen genegeerd en is druk bezig een zestal plakken ontbijtkoek met een dikke laag halvarine te besmeren.

Murk dient het avondeten op. De televisie toont een ander plaatje.
De camera’s zijn weer op de finishlijn van de monsterschaatstocht op de Bonkevaart gericht en er staat een man met een lauwerkrans om zijn nek op een podium te speechen.
Het bevreemdt Murk dat het nieuws van de gewelddadige bezetting toch wel heel erg snel naar de achtergrond is verdwenen en hij klikt teletekst aan.
Daar prijkt het bericht dat de hoogste gezagsdrager van Fryslân is vrijgelaten en de actievoerders zich hebben overgegeven.
Het nieuws van half zes begint.
De journaallezer geeft een samenvatting van de gebeurtenissen die zich vandaag in het Noordelijkste gedeelte van Gedogia omstandig hebben samengeschoold.
''Bij de 200 kilometerwedstrijd langs de elf Friese steden dook ineens een raadselachtige rijder op. Hij nam bijna vanaf de start de koppositie. Daarnaast vonden er ook wat opgewonden toestanden in de ambtswoning van de stadhouder plaats. Daarna volgde de onthulling van de mysterieuze winnaar van de monsterrit. Het bleek niemand minder dan de nieuwe president van de Verenigde Staten, Shani Davis, te zijn.''
Een woordvoerder van het ministerie van veiligheid en justitie komt met een verklaring.
''De bescherming van de gouverneur was vandaag niet optimaal, omdat alle aandacht op de deelname van de president was gericht. Het blijft vooralsnog een raadsel hoe de voorstanders van een zelfstandig Fryslân hebben kunnen weten dat de beveiliging van de landvoogd op een lager pitje stond.''
De speech die president Davis na afloop van zijn zege heeft gegeven, wordt herhaald.
Hij vertelt over zijn favoriete jeugdboek, Hans Brinker or the silver skates, van Mary Mapes Dodge dat hem ooit bijna heeft doen besluiten om icespeedskater te worden.
Maar dat hij uiteindelijk toch voor wielrennen heeft gekozen, omdat deze sport mondiaal meer prestige heeft en het hele jaar doorgang kan vinden.
''And I think I've made the right choice!''
Het aanwezige publiek reageert eerst nog koel, maar als Davis zich daarna aan een paar woorden in het Frysk waagt is het ijs gebroken.
''IJk bjen Fjries, ejejen djiepFjries.''
Op dat moment lijkt het plein te exploderen, het geluid van het gejuich moet tot voorbij Dokkum te horen zijn geweest.
Het Fryske Folksliet en de nationale hymne van de Verenigde Staten worden gespeeld.
President Davis zingt beide liederen uit volle borst mee.
Er daalt een helikopter, de president en zijn staf vertrekken en worden nagezwaaid door de uitzinnige massa.
De ceremoniemeester vraagt aandacht voor een mededeling van het hoofd voorlichting van de Verenigde Staten.
Er wordt geannonceerd dat het feit dat de president het Fryske volkslied heeft meegezongen geenszins betekent dat de Amerikanen voorstander van een Fryske soevereiniteit zijn.

 

Fryske folksliet

Frysk bloed tsjoch op! wol nou ris brûze en siede,
En bounzje troch ús ieren om!
Flean op! Wy sjonge it bêste lân fandíerde,
It Fryske lân fol eare en rom.
Klink dan en daverje fier yn it roun,
Dyn âlde eare, o Fryske groun!


Ompolske fan it hege sâlte wetter,
Fortroppe op in terp of stins,
Hien 'd'âlde Friezen yn de wrâld net,
Har lân en frijdom wie har winsk,
Klink dan en daverje fier yn it roun,
Dyn âlde eare, o Fryske groun!


Fij fan it jok fan stege, frjemde hearen,
Faek earm ek, mar dochs sterk en frij,
Stie d'âlde Fries stânfêst by syn menearen,
Hy wie in Fries, as Fries stoar hy,
Klink dan en daverje fier yn it roun,
Dyn âlde eare, o Fryske groun!


Troch waer en wyn, tsjin need en dea to striden,
Mei 't gleone swurd yn dízren hân,
Wie wille yn dy fromme, stoere tiden,
Wie 't foar de frijdom fan har lân,
Klink dan en daverje fier yn it roun,
Dyn âlde eare, o Fryske groun!


Fan bûgjen frjemd en fij fan leave wurden,
Wie rjucht en sljucht har hert en sin,
Hja bean om neat, mar mei de bleate swurden,
Stie 's'alle twang en oerlêst tsjin,
Klink dan en daverje fier yn it roun,
Dyn âlde eare, o Fryske groun!

Sa faek troch stoarm yn djippe sé bidutsen,
Oerâlde leave Fryske groun,
Waerd noait dy fêste taeije bân forbrutsen,
Dy't Friezen oan har lân forboun,
Klink dan en daverje fier yn it roun,
Dyn âlde eare, o Fryske groun!

Trochloftich folk fan dizze âlde namme,
Wêz jimmer op dy âlders great;
Bliuw ivich fan dy grize hege stamme,
In grien, in kreftich bloeiend leat,
Klink dan en daverje fier yn it roun,
Dyn âlde eare, o Fryske groun!




Vertaling van het Friese volkslied

Fries bloed bruis op, gevoel uw heldenwaarde,
Wees fier, dat gij een Fries u noemt;
Spring op! Wij zingen 't schoonste land der aarde,
Der Friezen land vanouds beroemd:
Klink dan en davere ver in het rond,
Uw oude ere, o Friese grond!


Bestookt romdom door hoge watervloeden,
En saamgeschoold op terp en wier,
Wist toch de Fries zijn kostbaar erf te hoeden;
Zijn land, zijn vrijheid bleef hem dier:
Klink dan en davere ver in het rond,
Uw oude ere, o Friese grond!


Nooit door de voet eens dwingelands vertreden,
Wel arm vaak, maar toch sterk en vrij,
Hoield d'oude Fries zich strikt aan zijne zeden,
Hij was een Fries, als Fries stierf hij:
Klink dan en davere ver in het rond,
Uw oude ere, o Friese grond!


Met weer en wind, met nood en dood te strijden,
Met vlammend zwaard in d'ijzeren hand,
Schonk vroom genot in die aloude tijden,
Als 't gold de vrijheid van hun land:
Klink dan en davere ver in het rond,
Uw oude ere, o Friese grond!


Van buigen wars en zoete vleitaalsrede,
Bleef steeds hun leuze "recht en slecht,"
Zij kropen nooit, maar 't zwaard vloog uit de schede,
Werd aangerand hun erf en recht:
Klink dan en davere ver in het rond,
Uw oude ere, o Friese grond!


Door stormweer vaak in zee diep weggedoken,
Aloude lieve Friese grond,
Werd nochtans nooit de taaie band verbroken,
Die aan zijn erf de Fries verbond:
Klink dan en davere ver in het rond,
Uw oude ere, o Friese grond!


Doorluchtig volk! Wees fier de naam te dragen,
Van 't voorgeslacht, zo koen, zo groot,
Blijf van die stam, in eeuwigheid van dagen,
Een duurzaam, krachtig bloeind loot:
Klink dan en davere ver in het rond,
Uw oude ere, o Friese grond!

Het vroege actualiteitenprogramma begint met een overzicht waarin alle fragmenten die al in het journaal te zien zijn geweest nog eens langs komen, maar heeft daarnaast ook nog een eigen reportage.
''Terwijl alle belangstelling naar de beveiliging van president Davis uitging, blijkt het de presidentiële labrador Condoleezza te zijn gelukt aan een ieders aandacht te ontsnappen. De teef heeft een kortstondige ontmoeting gehad met een reu die een mengeling van diverse rassen waarvan de origine zelfs door de meest ervaren kynologen niet is vast te stellen. De weinig amoureuze ontmoeting van de twee oververhitte honden liep met een sisser af. Een toevallig uit het raam kijkende, oudere heer reageerde zijn frustraties inzake zijn weinig florissante liefdesleven en het uitblijven van verbintenissen van seksuele aard af door een emmer water over de dieren uit te storten. Condoleezza liep uiteindelijk met de staart tussen de benen in de armen van een security agent en kon aan de president worden terugbezorgd.''

Eartha heeft zich in een lange polonaiseguirlande van de feesttent in de richting van de finishlijn aan de Bonkevaart mee laten slepen.
Het heerschap dat ze in de tent heeft ontmoet, is haar gevolgd en ze zijn nog net getuige van de finish van de president, de daaropvolgende toespraak en het spelen van de volksliederen.
Hij grijpt haar hand en deint met haar achter een dweilorkest aan. Terug naar het centrale plein.
Er wordt een mix van Teutoonse hoempa en Angelsaksische rock-'n-roll gespeeld. Iedereen is toeter. Een drankorgel klinkt overal bovenuit.
Eartha danst, drinkt en neemt de complimenten van haar kompaan in plezier in ontvangst.
''Leuke outfit!''
Ze zoeken een rustiger hoek van het plein op en zoenen.
''Wel een beetje apart die vleugels. En dan is het nog niet eens carnaval.''
Eartha giechelt, ze begint haar danspartner steeds leuker te vinden heeft wel zin om deze liaison te verdiepen. Maar het hemelse protocol verbiedt nu eenmaal de omgang tussen engelen en stervelingen.
''Daar lijkt het anders wel erg op. De Friezen weten wat feestvieren is.''
Hij wil alles van haar weten en stelt vraag na vraag.
''Maar wat moet je toch met die harp, die valt hier een beetje uit de toon. Je hoort toch niet bij het orkest? Ik kan je accent niet thuisbrengen. Kom je uit Vlaanderen of zo?''
Eartha geeft haar mooiste Mona Lisa glimlach ten beste en antwoordt op zachte toon.
''Ik ben er geweest. Maar ik heb op zoveel plaatsen gewoond. Dat wil je niet weten.''
De bink deelt mee dat hij best weet wat hij wil.
''Waarom denk je dat ik over thuisbrengen begon?''
Eartha draait de conversatie honderdtachtig graden om.
''Vertel eens iets over jezelf.''
Ze krijgt antwoord.
''Ik ben maar een rare levensgenieter. Niemand zal ooit van me zeggen dat ik zo gewoon ben gebleven. Maar ik was eigenlijk altijd al een beetje gek.''
De amants keren terug naar het brandpunt van de festiviteiten.
Ze drinken en zwieren nog wat. Het orkest speelt door.
Eartha zingt luid mee.
Zij heeft hoge nood, knijpt haar dijen tegen elkaar en perst er een lage E uit.
De band speelt You’re the devil in disguise van Elvis Presley.
Hij bedenkt er een Nederlandstalige tekst op en kweelt die in het oor van zijn geliefde.

Je bent zacht als een engel als je over m' n tong glijdt
Scherp als een klapschaats die in m' n huig snijdt
Je bent de duvel in mijn glas, ja raar maar waar

Pastiche van (You're a) Devil in disguise van Elvis Presley
Bernie Baum, Bill Giant, Florence Kaye

Ze drinken en dansen nog een tijdje.
Karel drukt Eartha stevig tegen zich aan.
Het loopt tegen elf uur.
Eartha slikt en deelt mee dat ze eigenlijk moet gaan.
Hij probeert tegen beter weten in.
''Het is toch nog vroeg, heb je een boze stiefmoeder of zo, heet je soms Assepoester?''
De geliefden komen er achter dat ze elkaar al uren kennen zonder de naam van de ander te weten en stellen zich lacherig aan elkaar voor.
''Eartha.''
''Karel, Karel Nooitgedacht.''
Karel vraagt of hij haar telefoonnummer mag hebben.
Eartha vertelt dat ze geen mobieltje noch vaste telefoon bezit en ook geen vaste
woon- of verblijfsplaats heeft.
Karel waagt nog een poging.
''Je kan wel bij mij slapen.''
Eartha zucht.
Karel weet niet hoe hij het pleit nog kan beslechten.
''Heb je geen postadres? Hoe moet ik je dan terugvinden?''
Eartha lacht.
''We komen elkaar nog wel eens tegen. Er is een beginnend auteur die nu en dan over me schrijft. Moet je maar eens lezen.''
Karel staccatoot.
''Welk boek? Hoe heet die schrijver!?''
Eartha geeft de voornaam prijs.
Karel valt bijna om van verbazing.
''Murk!? Murk Hemelsoet? Ken jij die?''
Karel vertelt dat Murk ook over hem heeft geschreven en nu is het Eartha's beurt om verbluft te zijn.
Eartha moet nodig plassen.
Het duurt een tijd voordat Karel op onderzoek uitgaat.
Hij heeft haar liters drank naar binnen zien slaan en kan zich voorstellen dat zij behoorlijk wat tijd nodig heeft om al die vloeistof te lozen.
Zijn hoop haar ergens misselijk in een toilet aan te treffen, vervliegt al snel.
Na een uur links en rechts geïnformeerd te hebben of iemand wellicht een mooie vrouw in een engelenpakje heeft gezien, loopt hij maar weer naar de bar om het opgelopen blauwtje weg te drinken.

Murk kijkt naar het vervolg van het verslag van de tocht en ziet de allerlaatste toerrijders net voor middernacht over de finish komen.
Iedereen is op tijd binnen en heeft recht op het welverdiende Elfstedenkruisje.
Er dwalen nog een paar televisieploegen door de hoofdstad van Fryslân om een laatste impressie van de feestende meute te geven.
Een camera zwenkt langs een van de vele tapinstallaties die her en der geplaatst zijn.
Murk meent Karel te ontwaren. Dit moet wel een waanidee zijn. Gestoeld op het onbewuste verlangen om bij de feestviering aanwezig te zijn, slempend met een, door alcohol in een lichtzinnige bui verzeilde, vrouw over een dansvloer rond te wervelen.
Murk denkt aan een uitspraak van pa Hemelsoet.
''Een dronken vrouw is een engel in bed.''
Hij zet de televisie uit en begeeft zich naar de slaapkamer.
Misschien is het wel beter thuis te zijn. Het gevoel van eenzaamheid slaat in grote gezelschappen harder toe. Omdat het daar altijd lijkt of iedereen een paar vormt.
In de oudste in de Nederlandse taal bekende tekst stond het reeds beschreven.

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu.
(Hebben alle vogels nesten begonnen, behalve ik en jij, waarop wachten we nu?)

De feesten in Ljouwert gaan nog een paar uur door. De band speelt en de drank blijft stromen.
Als de bandleden eindelijk moe en dronken naar huis rijden, voert de meligheid in de bus de boventoon.
''Hé, daar hebben we een politiefuik.''
Een agent steekt zijn hoofd door het raampje.
''Ik meen alcohol te ruiken.''
De tubaspeler roept dat hij best wil blazen.
''Maar we hebben een Bob die bas speelt en Bill heet. We glippen door alle mazen van de wet.''
''En een engeltje op onze schouder, '' roeptoetert de drummer. ''Dus komen we ook wel weer veilig thuis.''
De blaastest wordt afgenomen. De meter blijft in het groen. Ze mogen doorrijden.

Boven Fryslân vliegt een engel naar het Westen.
Ze heeft de hoogte, drank gaf haar altijd al vleugels en nu is ze helemaal in de wolken, omdat zij sinds haar dood niet meer zo verliefd is geweest.
Aan het begin van de afsluitdijk doemt een reclamezuil van een levensverzekeringsmaatschappij op.
Eartha vliegt zich bijna te pletter tegen de fel verlichte neon-letters.
‘Evident. Een duidelijke zaak!’

Bij het AdriaanvanDisairport vliegt de lustige engel nog drie rondjes rond de verkeerstoren.
Het bijna-ongeluk al weer vergeten.






 









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen