zondag 19 februari 2017

Lentebal hoofdstuk 5

-5-

Murk wordt vroeg wakker. Hij heeft goede zin en begint de dag met het opstarten van zijn laptop om de frase direct in zijn algemene tekstfile te noteren. Bang dat hij hem niet zal onthouden.

Vandaag is ma Hemelsoet jarig. Zij wordt 82.
Murk heeft de laatste week zijn hoofd gebroken over de vraag wat je iemand moet geven die alles meteen weer vergeet. Het enige wat hij kon verzinnen was het cadeau van vorig jaar opnieuw in te pakken.

Het is maandag. De dag na de dag dat je gratis met de trein kon reizen als je in het bezit was van het boekenweekgeschenk. Murk heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt een uitnodiging van Rob en Maike Talsma te accepteren en is naar Fryslân gereisd.
Was Murk eerder op het idee gekomen, had hij eerst nog lid van Omroep C kunnen worden. Bij een lidmaatschap, waarvoor je twaalf Gedogiaanse Florijnen moet neertellen, krijg je een boekenbon van tien Florijnen cadeau. Daar had hij in een boekwinkel nog maar twee Florijntjes bij hoeven te leggen om een boek te kunnen kopen en aldus het bedrag dat minimaal moet worden besteed om recht op het boekenweekgeschenk te verkrijgen, te bereiken.
De halve dag die Murk bij de familie Talsma heeft doorgebracht, was de twee keer twee uur treinen meer dan waard. De zes uur werden voornamelijk besteed aan praten, uitwisselen van de laatste nieuwtjes over vrienden en familie en om de jongste hoofdstukken, die Murk geschreven heeft, te bespreken. Alvorens Murk de terugreis aanvaardde, heeft hij natuurlijk nog van de kookkunst van de gastvrouw kunnen genieten.
Aan het begin van de avond verscheen Bertram, de broer van Rob, ook nog op het toneel. Hij had het grootste deel van de teksten van Murk gelezen en had een geprinte versie meegenomen met daarop aangeven waar er volgens hem nog foutjes zaten.
In de trein terug had Murk tijd genoeg om de folianten door te nemen. Het aantal onjuistheden viel hem 100% mee. Er waren een paar mistikken en een paar keer was er in de hoofdstad van Gedogia gebruikelijke spreektaal in de tekst geslopen.
Murk gaat proberen deze manco's in het vervolg te vermijden. Hij wil het uiteindelijke manuscript zo foutloos mogelijk bij uitgevers inleveren. Het is hem bekend dat ze daar mensen in dienst hebben om kleine onvolkomenheden te herstellen, maar hij gaat ervan uit dat redacteuren producten eerder terzijde zullen leggen als ze slordig tonen.
Hij is zeer ingenomen met de hulp van Bertram en zendt hem, voordat hij de reeds geschreven teksten verbetert, een mailtje om hem te bedanken.

Hoi Bertram,

Bedankt voor je verbeteringen. Ik heb ze gisteren in de trein terug even snel nagelopen en was blij dat het allemaal nog meeviel.
Jouw bijdrage aan mijn poging een boek te schrijven zal, als het ooit zo ver mocht komen dat het wordt uitgegeven, niet onvermeld blijven in mijn dankwoord op pagina 3 of 5 (de keuze laat ik maar aan de opmaker over).

Groetjes Murk.


Murk is van plan zich vandaag bij de Dienst Werk en Uitkeringen te gaan melden.
Omdat ma Hemelsoet nu voorgoed in een verpleeghuis verblijft, heeft hij geen recht meer op een salaris uit het Persoonsgebonden Budget en moet hij weer een bijstanduitkering aanvragen.
Later vandaag wil hij moeder bezoeken om haar te feliciteren en ’s middags is er een afspraak bij de tandarts voor de eerste van vier behandelingen.

Op de radio maakt een demograaf bekend dat er een grote toename van het aantal mensen is die ouder dan een eeuw zijn. De wijze waarop hij dit verwoordt, klinkt alarmerend.
''Er is een explosie van honderdjarigen.''
Murk verwacht dat er in het nieuws wel gewag gemaakt zal worden van het feit dat de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding de alarmfase verhoogt. Maar dat bericht blijft uit.
Het is zonnig. Murk hoopt dat het vandaag nog rokjesdag, de dag dat vrouwen besluiten dat het warm genoeg is om zich luchtiger te kleden, wordt als later de laatste kou uit de lucht zal zijn verdwenen.

Bij de DWU aan de Klaplopersweg is Murk snel klaar. Hij had gedacht dat hij weer gewoon in de kaartenbak zou worden opgenomen, maar bij de receptie vertelt men hem dat hij opnieuw naar het voormalige Centrum voor Werk en Inkomen moet om zich in te laten schrijven.
Het CWI heet nu UWV WERKbedrijf. Als reden voor de zoveelste naamsveranderingen van het vroegere Arbeidsbureau geeft men dat er hiermee één loket is om alle werkzoekenden en aanbieders van banen te helpen.
Murk herinnert zich dat degenen die een job zoeken en zij die deze aanbieden twintig jaar geleden al gewoon bij het Arbeidsbureau terecht konden. En hij vraagt zich af waarom er dan ook nog zoiets als de DWU bestaat.

Als Murk in het Eduard Douwes Dekker aankomt, blijkt ma Hemelsoet al te weten dat ze vandaag verjaart. Het is niet duidelijk of ze zelf op het idee is gekomen of deze kennis van de verzorgers heeft.
Jacqueline doet ook haar intree in de kamer van moeder. Zij heeft haar handen vol met bloemen en een doos slagroomsoesjes. Ma krijgt haar luchtige gebakje. Jacqueline gaat op zoek naar een vaas.
Murk denkt terug aan eerdere opmerkingen die ma Hemelsoet over de plastic bloemen, die naast haar bed staan, heeft gemaakt. Niettegenstaande herhaaldelijk verklaringen van haar zoon dat de bloemen niet echt zijn, bleef ze de mening toegedaan dat het boeket erg lang meeging.
Jacqueline vertelt Murk dat ze op weg naar moeder bij Antonia en Peter Bielsink is geweest. Ze heeft van hen een lamp gekregen die best fraai in de huiskamer van de ark zou kunnen staan en die daar afgeleverd.
Murk vertrekt naar het kantoor van UWV WERKbedrijf. Jacqueline blijft achter om nog even met de arts van het tehuis te praten.

De receptionist van UWV WERKbedrijf vertelt Murk dat hij geluk heeft. De twee personen die nieuwe inschrijvingen behandelen zijn deze dag toevallig aanwezig. Hij nodigt Murk uit plaats te nemen en gaat de beambten op de hoogte stellen van de komst van de verse cliënt.
De vrouw waar Murk het eerst bij mag aanschuiven, valt meteen met de deur in huis door te verklaren dat de regels onlangs zijn veranderd. Murk zal geen uitkering krijgen, maar een soort salaris. Als tegenprestatie zal hij zich moeten melden om een traject te volgen dat hem geschikt moet gaan maken om op de arbeidsmarkt terug te keren.
Murk schrikt als de employee hem vertelt dat hij hiervoor vijf dagen per week naar de andere kant van de stad moet. Hij wil weten hoe lang dat dan moet. Het antwoord dat het voor een periode van maximaal een half jaar is, stemt niet tot uitbundigheid.
Hij vindt het een goed idee om iedereen die daar toe in staat is aan het werk te zetten, maar hij heeft helemaal geen zin om aan cursussen in solliciteren en het schrijven van een curriculum vitae mee te doen. Dat lijkt hem totaal overbodig en zal zijn plan zijn roman spoedig te voltooien ernstig vertragen, of zelfs helemaal in duigen doen vallen.
Murk bedenkt dat zijn conditie erop vooruit zal gaan als hij elke dag op de fiets naar het gebouw waar de opleidingen worden gegeven, moet en dat het contact dat hij daar met lotgenoten zal hebben goed voor zijn sociale leven zal zijn. Maar hij verwacht dat het dan bijna onmogelijk zal zijn 's avonds nog wat te schrijven.
Hij vertelt de functionaris dat hij nu zeven dagen per week aan een boek werkt. Dat het schrijven hem heeft geholpen om zijn verslaving te boven te komen. Dat het nog steeds een belangrijke stimulans is om zich van drugsgebruik te onthouden en dat hij bang is om in zijn oude patroon terug te vallen als hij niet meer in staat zou zijn om te schrijven.
De vrouw knikt erg begripvol en legt uit dat er meerdere trajecten zijn. Dat er mogelijk een tracé uitgestippeld kan worden. Een route die wellicht bij de ambitie en interesses van Murk aansluit.
Murk besluit dat hij het beste eerst de kat uit de boom kan kijken. Hij kan later altijd nog dwars gaan liggen en keert terug naar de wachtruimte. Daar zal hij later worden opgehaald voor een gesprek met een ambtenaar die de financiële kant van de aanvraag zal behandelen.
Het onderhoud met de tweede klerk duurt ruim een half uur. Murk heeft een map met alle gegevens, die hij nodig dacht te hebben om zijn financiële positie aan te tonen, meegenomen, maar krijgt desalniettemin te horen dat er een nieuwe afspraak moet worden gemaakt. Met medeneming van nog meer paperassen.

Murk gaat op weg naar het volgende hoogtepunt van de dag. De afspraak met de tandarts komt hem eigenlijk wel goed uit, omdat zijn humeur toch al dusdanig verpest is dat hij vandaag niet meer zal kunnen schrijven.
Het is nog steeds zonnig, en warmer dan eerder op de dag, maar er waait een stevige wind. De hoop om vrouwen met opwaaiende zomerjurken waar te kunnen nemen, komt niet uit.
Er loopt wel een groot aantal in kilt gestoken Schotten door de stad. De volgende dag wordt er een voetbalinterland tussen Schotland en Gedogia gespeeld.
Murk denkt terug aan de tijd dat hij toeristen in het centrum om geld vroeg als hij hen de weg had gewezen.
In tegenstelling tot het vrij algemeen heersende denkbeeld over de hooglanders gaven de Schotten altijd gul.
Hij hoopt maar dat de mare dat er onder de Schotse ruit geen ondergoed wordt gedragen ook op onwaarheid berust.
Je loopt immers zomaar blaasontsteking op.

Murk wordt vandaag door een andere tandarts dan bij de intake onder handen genomen.
De jonge vrouw onthult op opgewekte toon dat de zwaarste behandeling als eerste zal worden uitgevoerd.
Murk verklaart dat hij daar blij mee is. Hij bewaart het leukste altijd het liefst voor het laatst.
Murk wordt verdoofd. De lustige dentiste zingt met de radio mee en verontschuldigt zich voor haar vrolijke gedrag.
''Het is een van die dagen dat ik met de radio meezing. Dat vind je toch niet erg?''
Murk vindt het best. Wellicht hoort hij hierdoor dan het wrikken aan zijn kiezen niet.
Hij maakt de arts duidelijk dat hij niet mee zal doen, omdat hij door de verdoving waarschijnlijk niet in staat zal zijn om erg fraai te zingen.
Er worden twee kiezen, waar Murk nog nooit pijn aan heeft gehad, getrokken. Volgens de tandarts stonden ze zodanig in de kaak geplaatst dat ze later mogelijkerwijs voor problemen kunnen gaan zorgen.
Met behulp van enkele hectometers draad worden er drie hechtingen aangebracht.
Murk mag uit de stoel. De assistente waarschuwt hem niet te snel overeind te komen en de rest van de dag rustig aan te doen, omdat er duizelingen kunnen optreden.
Murk krijgt de kiezen, een lijstje met raadgevingen, twee gaastampons en een recept voor de apotheek, in geval van een optredende ontsteking, mee. De tandenkol vertelt hem dat de hechtingen later los kunnen gaan hangen.
Met de hardop uitgesproken constatering dat dit wel handig bij het flossen is, neemt Murk afscheid.
Op weg naar huis leest hij de aanbevelingen, die in acht genomen dienen te worden, om pijn en infectie aan de wond te voorkomen.
Op de eerste dag geen hete spijzen of dranken, niet spoelen, alleen zacht voedsel, niets afbijten, de neus niet snuiten en geen overmatig alcoholgebruik.
Op de achterkant staan de do's en don'ts ook nog eens in het Engels vermeld. Merkwaardig genoeg staat daar dat je helemaal geen alcohol mag consumeren.
Murk besluit zich aan de Nederlandstalige versie van de voorzorgsmaatregelen te houden en koopt onderweg een paar blikken bier voor thuis.

Tegen de tijd dat Murk bij de ark is teruggekeerd, is de verdoving bijna uitgewerkt.
Hij trekt een biertje open, leegt een blik erwtensoep in een pan, verdunt de blubberige massa met eenzelfde hoeveelheid water en voegt er verse ingrediënten en soepnoedels aan toe.
Murk loopt naar de huiskamer. Daar staat de ‘nieuwe’ lamp pontificaal naast de televisie. Hij citeert brommompelend een uitspraak van het door Wim T. Schippers gecreëerde type Fred Haché.
''Leuke lamp overigens!''
De soep is klaar, maar de temperatuur van de vloeistof is nog erg hoog. Omdat deze volgens de door de tandarts verstrekte adviezen toch beter niet zo heet gegeten kan worden als ze wordt opgediend, en er nu twee plotsklaps anekdotes uit de jonge jaren van de kunstenaar en programmamaker in het achterhoofd van Murk opduiken, besluit hij dat er nu net zo goed iets langer bij Wim T. kan worden stilgestaan.
De jonge Schippers liep vaak met een rinkelend zak gevuld met het tafelzilver van zijn ouders over straat. Als hij dan door een agent werd aangehouden, vroeg hij quasi onschuldig: ''Mag je dan soms niet met je eigen zilver over straat lopen?''
De kleinburgerlijke vader van Wim T. was ook menigmaal slachtoffer van de grollen van zijn zoon. Meer dan eens heerste er hilariteit in de directiekamer van het bedrijf waar deze werkte, omdat er tijdens vergaderingen een in zijn tas verstopte, opengeslagen playboy tussen zijn papieren uitrolde.
De nieuwe lamp valt onder de categorie sfeerverlichting.
Murk heeft meestal behoefte aan iets feller licht om alles zo goed mogelijk waar te kunnen nemen, maar voor de momenten dat hij niet al lucide is en behoefte heeft aan minder lumineuze omstandigheden komt de armatuur toch wel goed van pas.
Murk heeft een selecte groep vrienden, die hem zelfs toen hij in de periode dat hij verslaafd was de betrekkingen niet al te goed onderhield, nooit hebben laten vallen.
Murk mailt Antonia en Peter om hen te bedanken voor de lamp en vertelt dat hij er een mooie plek voor heeft gevonden.
De verdoving is uitgewerkt en de pijn in de kaak van Murk neemt toe. Het lemma tandheelkunde in zijn mentale encyclopedie is inmiddels vervangen door de term tandterrorisme. Hij eet zijn soep en neemt toch maar een paracetamol.

Jacqueline belt om te vragen hoe zijn dag is verlopen.
Murk vertelt dat hij de Bielsinkjes heeft gemaild, over het bezoek aan het UWV WERKbedrijf en de huidige toestand van zijn gebit.
''Het vlees is zwakker dan ik dacht. Ik heb het gevoel of ik de hele dag op mijn tandvlees heb gelopen.''
Murk verklaart dat hij blij is dat hij de ergste operatie achter de rug heeft en dat hij nog maar een paar keer terug hoeft te komen. Hij laat achterwege dat hij de leuke, vrouwelijke tandarts inmiddels als de dochter van een kampbeul, die in de voetsporen van haar vader is getreden, ziet.
Jacqueline krijgt ook zonder dat Murk de tandarts Frau Doktor Mengele hoeft te noemen een aardige indruk van de wijze waarop haar broer over haar denkt, omdat hij ten gevolge van zijn opgezwollen mond het woord tandarts als kamparts uitspreekt.

Murk zet de radio net op tijd aan om een belachelijk nieuwsbericht te horen.
Er is een man veroordeeld, omdat hij een tatoeage heeft.
Volgens de rechter is een tattoo met de letters ACAB, hetgeen voor All Cops Are Bastards staat, een belediging van de politie.
De man gaf eerst toe dat hij de letters in zijn nek had laten aanbrengen, omdat hij een hekel aan politie heeft, maar beweerde later dat het een afkorting van Acht Cola, Acht Bier was.
Dit zijn de soort bekendmakingen die dagen dat het allemaal niet meezit nog een beetje goed maken. Murk neemt nog een biertje, maar het smaakt hem niet echt meer. Hij kijkt nog wat televisie en gaat vroeg naar bed.

Als Murk een paar uur later wakker wordt, voelt hij zich een stuk beter.
De wond is dicht. Er is wel een beetje met slijm vermengd bloed uit zijn slappe mondhoek op het hoofdkussen gedruppeld. Hij pakt een sloop uit de kast en gooit het besmeurde exemplaar in de wasmand.
Op de radio wordt een interview met Jenny Arean uitgezonden. Nadat het door Jan Boerstoel geschreven De dood van Manke Nelis is gedraaid, verzucht de cabaretière dat het erg jammer is dat er heden ten dage niet meer van dit soort echt krankzinnige nummers wordt geschreven.
Murk pakt een kladblok en begint een liedje, dat de sfeer van de huidige crisistijd moet verwoorden, te schrijven.

Crisistijdgenoten

Het kraakt in alle voegen van de consumptiemaatschappij
De financiële malaise gaat ook niet aan onze neus voorbij
De crisiskniezers krijgen meer en meer gelijk
Met armoe zaaien word je geen koning te rijk
En er komen elke maand minstens duizenden werkelozen bij

En of je nu eerst het zoet krijgt en dan later weer het zuur
Je spaarvarken omkeert of opbakt het vreten blijft even duur
Al bent je de held op het kinderbijslagveld
Zowel je dagen als geld zijn reeds geteld
Of je nou alle dagen gourmettraitreurt of eet bij een frituur

Al worden al onze pensioenen jarenlang diep bevroren
En zijn alle spaartegoeden in IJsland voorgoed verloren
Je kan nog op je lauweren rusten
Na het botvieren van je rauwe lusten
En nog steeds worden daar vele kinderen uit geboren

Het is nog altijd business as usaual in menig volle shoppingmall
Overheden eisen voortdurend voor alles een onbegrensde tol
Banken vallen al lig je tot je 67e krom
Wie crepeert komt toch nooit meer weerom
Vier vannacht het leven en houdt morgen fier de haarpijn vol 
 
Aandeel-lease-verliezer hypotheek-aftrekker
Top- of tob-bestuurders aanrecht-subsidie-idioten
Rammel niet met de voeten, speel niet met je kloten
De wereld draait door al heb je ff geen penning te makken
Het kabinet regeert al zet Laag Peil iedereen te kakken
De volvet-proleet vult nog steeds al zijn diepe zakken
e mag roken voor de kroeg
Voedselbanken zijn er genoeg
Tegenwoordig zijn we allemaal crisistijdgenoten


 Naar het volgende hoofdstuk  

 









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen