zaterdag 25 februari 2017

Lentebal hoofdstuk 7

-7-

Where have you gone, Joe DiMaggio
A nation turns its lonely eyes to you (Woo, woo, woo)
What's that you say, Mrs. Robinson
Joltin' Joe has left and gone away
(Hey, hey, hey...hey, hey, hey)

Paul Simon: Mrs. Robinson

Murk steekt het plein voor het hoofdspoorwegstation over en slalomt om de bouwputten van de eeuwig in aanbouw zijnde metroringlijn in de richting van de hoofdingang.
Hij staart naar het trottoir om te voorkomen dat hij in hondendrollen trapt en om oogcontact met de schaars aanwezige personen te vermijden.
Door zacht A Rainy day in Georgia te neuriën, overstemt hij het geluid van de gestaag neervallende regendruppels.
Het is zondagochtend. Nog te vroeg voor de kerkgang, om aan het funshoppen te slaan of obligate familiebezoeken af te moeten leggen.
De vagelingen die het plein op dit tijdstip bevolken zijn op zoek naar een vroege dealer of nog, of al, dronken.
Er klinkt een harde pets vlak naast Murk. Hij schrikt uit zijn gedachten op en kijkt om zich heen.
Een walnoot, die als ontbijt voor een vroege vogel moet gaan dienen, ligt uiteengespleten op minder dan een meter van hem op de stoep. De kraai, die hem dropte om de schaal te kraken, messerschmitt langs zijn hoofd.
Murk wil doorlopen, maar wordt in zijn voornemen gestuit doordat een bekend klinkende, luide lach zijn oren binnenschalt. Hij draait zich om en kijkt in het gezicht van Karel Nooitgedacht.
''Wat doe jij hier?'' klinkt vrijwel gelijktijdig uit beider kelen. De geur die hierbij uit die van Karel walst, geeft Murk al een idee van het antwoord dat de ander zal gaan geven.
''Ik was net met een elfkroegentocht bezig. Doch ik geloof dat ik de tel en de weg enigszins kwijt ben geraakt. En jij?''
Murk vertelt dat hij op weg is naar Bibsgaarden.
''Ik ben op weg naar het familiesoftbaltoernooi van mijn homoseksuele nicht Edwina.''
Het geheugen van Karel klaart op. Hij herinnert zich de dag van het boekenbal.
''Die van de hangbuikzwijntjes!''
''Ja, precies. Ze is coach van een softbalteam en eens per jaar wordt er een prijskamp voor de kat zijn viool voor de familie van leden gehouden.''
Karel kijkt moeilijk en vraagstukt waarom de wedstrijd zo ver weg gespeeld wordt. Murk legt uit dat het door de huidige normen, die assurantiebedrijven bij het afsluiten van glasverzekeringen hanteren, komt.
''Er mogen buiten de competitie geen wedstrijden binnen 500 meter van gebieden die een woonbestemming hebben, gehouden worden.''
Karel heeft nog veel meer vragen en Murk ziet, kijkend op de stationsklok, dat hij daar te weinig tijd voor heeft. Karel heeft de oplossing.
''Ik haal even snel wat bier bij de JanCapertspoorshop. Jij koopt ondertussen je kaartje en ik rijd met je mee naar Bibsgaarden. Dan kunnen we onderweg en bij de wedstrijd bijpraten.
Murk denkt na, overweegt en knikt. Er wordt afgesproken elkaar weer op het perron te ontmoeten.

De trein vertrekt op tijd. Op zondag wordt het reizen per spoor in Gedogia in ieder geval nog niet verstoord door actiegroepen, die natte bladeren op de de rails leggen in een poging het economische raderwerk van het land stil te leggen.
Karel en Murk installeren zich in een lege coupé en trekken een blik bier open.
Murk start een conversatie. Karel sluit zijn ogen.
''Mijn zus komt me van het station in Walden ophalen. Vandaar is het ongeveer een kwartier rijden naar Sportpark Alstaede. De entree van de wedstrijden is gratis en Jacqueline zal er wel geen bezwaar tegen hebben dat je meerijdt.''
Karel boert en vult aan: ''En er is vast wel een sportkantine met goedkoop bier.''
De conducteur komt controleren. Murk diept zijn kaartje op. Karel proost naar de functionaris en toont zijn zelfgeprinte abonnement.
Murk verwacht dat er een fraude vermoedende frons tussen de wenkbrauwen van de railwegridder zal opdoemen. Maar de man schuifelt schouderophalend, de onuitgesproken woorden 'die spoort niet' leesbaar in zijn ogen, en zonder verder dan zijn neus lang is naar het biljet te hebben gekeken, door naar de volgende coupé.
Karel gooit zijn lege blik in de prullenbak, pakt twee nieuwe exemplaren uit zijn rugzak en gebaart naar Murk dat deze zijn instemming heeft om een vervolg aan zijn uitleg te geven.
Murk somt op wie er allemaal mee zullen doen aan de wedstrijd. Zijn zus Jacqueline, Roel en Franka, Edwina's vriendin Clothilde en haar dochtertje Nadine.
''En voor de rest ken ik ze ook allemaal niet. Dat zijn familieleden en vrienden van de spelers.''
Karel vraagt of Murk ook meedoet. Murk schrikhikt van het idee. Sporten is zijn ogen bijna net zo erg als werken.
''Ik hoorde pas een paar dagen geleden van het treffen en vind dat ik toch minstens een jaar training nodig heb, voordat ik aan zoiets mee doe. Ik heb bedongen dat ik hooguit de functie van mascotte op me zal nemen.''
De prullenbakjes van de Gedogiaanse spoorwegen zijn eigenlijk te klein om lange reizen van twee of meer stevig doordrinkende passagiers per coupé mogelijk te maken zonder het gevaar te lopen dat de uitpuilende inhoud op de vloer belandt, maar gelukkig rijdt de trein Walden reeds binnen.
Jacqueline staat al te wachten. Karel en Murk rolwaggelen het steile talud naar de oppikplaats voor reizigers af en hijsen zich in de auto.
Jacqueline is niet verbaasd over het gezelschap dat haar broer heeft meegenomen. 
Ze heeft al zo vaak over Karel gehoord en gelezen dat ze een ontmoeting met de dichtende drinker al als onvermijdelijk onderdeel van haar levenslot was gaan beschouwen.

Op het sportcomplex worden Karel en Murk aan de leden van het gelegenheidsteam voorgesteld. 
Omdat haar equipe nog niet compleet is, doet Edwina een poging om Karel over te halen aan de wedstrijd mee te doen. Nooitgedacht weet deze eer behendig aan zich voorbij te laten gaan.
''Ik kom toch nooit door de dopingcontrole. Beschouw mij maar als het geheime, het top-geheime wapen. Ik zorg wel voor de drankjes en de hapjes.''
Karel vat deze zelfopgelegde taak al dadelijk serieus op, door naar de bar te lopen om bier voor zichzelf en Murk te halen.
In afwachting van de eerste wedstrijd geeft Edwina haar team en hun supporters uitvoerige instructies over de te roepen yell.
'Dééééééébacle! Dééééééébacle!Dééééééé bááááááácle!'
De naam van het team, Débacle, is ontleend aan de eerste keer dat het gezamenlijk aantrad. De wedstrijd die inmiddels in de volksmond als het Debacle van de Kwakel bekend staat.
Aan het eind van die match ontstond er een verwarrende situatie. De bal belandde in een schuur waar, het volgende jaar te planten, bloembollen waren opgeslagen en er werd met een object dat hier duidelijk niet geschikt voor was, verder gespeeld.
Het slaan tegen dit excentrische voorwerp ontketende nooit eerder vertoonde effecten waardoor sommige leden van de ploeg lelijke verwondingen opliepen. De riante voorsprong, die eerder was opgebouwd, ging jammerlijk verloren in de laatste inning.
Karel toont zich in beginsel heel bereidwillig om aan de yells bij te dragen. Helaas zal hij tijdens de wedstrijd regelmatig de naam van het team dat hij geacht wordt te steunen, vergeten en kreten slaken, die zelfs met heel veel fantasie niet tot een aanmoediging van een van beide ploegen te herleiden zijn.
Een van de leden van Débacle doet nog een laatste beroep op Murk om aan de wedstrijd mee te doen.
''Je ziet er zo sportief uit.''
Murk schuift het compliment over zijn ogenschijnlijk geweldige conditie voorzichtig terzijde en wringt zich handig onder dit morele appel uit.
''Weliswaar heb ik vanmorgen in alle vroegte getrimd, maar ik ben daarbij niet verder gekomen dan mijn baard.''
De eerste wedstrijd staat op het punt te beginnen.
Karel haalt nog snel enkele biertjes en zet, geflankeerd door Murk, koers naar de tribune. Met meer geluk dan wijsheid weten zij nog een plaatsje achter de organist te veroveren.
Karel zet zich neder, werpt een blik op het veld en stelt teleurgesteld vast dat er geen cheerleaders zijn.
Murk buigt zich voorover en vraagt Karel of deze wellicht bekend is met de spelregels. 
Hij heeft zich wel op het evenement proberen voor te bereiden, maar is bij het googelen naar de term baseball niet verder gekomen dan beelden van vreemde types die balletjes crackcoke aan het basen waren.
Karel doet een halfslachtig poging de gebruikelijke conventies bij het spelen van softbal uiteen te zetten, maar al spoedig blijkt dat hij zijn basiskennis slechts aan de tekenfilmserie Goofy's Guide to the Olympics en de song Paradise by the Dashboardlight van Meatloaf heeft ontleend.
De gemiddelde leeftijd van de spelers van de deelnemende partijen is bijzonder laag. 
Er zijn zelfs kinderen bij die de leeftijd waarop de leerplichtwet hen dwingt meer dan tien minuten op dezelfde plek te verblijven nog niet hebben bereikt.
Blijkbaar is de enige eis die aan de deelnemers wordt gesteld dat de grootte van de hoofdjes niet onderdoet voor de afmetingen van de bal.
Niet alle participanten aan het toernooi zijn even goed op de hoogte van de te volgen procedures en ook ontbreekt het sommigen aan de nodige spelervaring.
Edwina probeert nog even snel het niveau van haar jongens op te krikken, maar in tegenstelling tot de leden van het team dat ze normaal onder haar hoede heeft en die de tactische tips onverwijld opvolgen, luistert deze groep niet naar de tien geboden die zij op hen laat neerdalen.
De Gedogiaanse honkbalbond heeft voor deze risicowedstrijden geen scheidsrechters durven aanwijzen. Deze taak wordt bij toerbeurt op zich genomen door de trainer van een van de teams. De andere coach houdt op dat moment toezicht op de plaat.
De tegenpartij is het eerst aan slag. Met zeer gevarieerde slagtechnieken probeert men de bal te raken. Een aantal spelers heeft blijkbaar alleen ervaring met het meppen van vliegen. Anderen ontlenen hun swing ongetwijfeld aan het beoefenen van het edele golfspel.
Karel beschouwt alle glazen altijd half vol en merkt op dat er nog wel veel potentie in dit team zit.
''Dit team kan nog flink groeien. Het zal me ten zeerste verbazen als het hier niet miegelt van de talentscouts om sommigen met scholarships voor Amerikaanse highschoolsteams proberen te ronselen.''
''Die kleintjes zijn ook veel lastiger uit te gooien,'' stelt Murk vast.
Karel leunt achterover om het restant van zijn blikje naar binnen te kunnen gieten en TheoReitsmaat dat het in ieder geval een goed stel is dat het nog ver kan schoppen in dit toernooi.
De lucht begint te betrekken. Er schicht een bliksemstraal door het zwerk. Murk begint te jammerklagen. Karel mort met hem mee.
''Het zal toch niet gaan regenen? Is er hier geen dak dat gedicht kan worden? 
Het speelveld hier vooraan is trouwens nog veel kaler dan in onze overdekte LouisvanGaalarena! Ze zullen toch wel een alternatief programma hebben. Modderworstelen of zo?''
Murk en Karel drinken hun bier snel op. Het idee dat het edele gerstenat vermengt zal worden met zure regen doet hen huiveren.
De gevreesde bui blijft voorshands uit. Karel gluurt over zijn blik naar het veld, kijkt vervolgens in zijn rugzak, komt tot de vervelende ontdekking dat de hoeveelheid meegebrachte biertjes tot een onaanvaardbaar minimum is geslonken en bastoont een verzoek aan Murk.
''Haal nog even wat bier. Dan houd ik deze plaatsen wel bezet.''
Murk keert weldra terug met een nieuwe voorraad blikken en neemt weer plaats aan de zijde van zijn drinkebroer. Een nieuw rondje bierdrinken wordt ingezet en Karel doet een beroep op het spelinzicht van zijn makker.
''Bij softbal is het toch de bedoeling dat je tegen de wijzers van de klok in rent? Tegenwoordig weet niemand toch meer wat wijzers zijn. Bijna iedereen heeft immers een digitaal horloge.''
De rest van het publiek is een stuk geestdriftiger over de wedstrijd dan de drinkende vrienden. Als na ruim tien minuten spelen de eerste bal geraakt wordt, roept een man vanaf de eretribune dat het wel een hele mooie bal is.
''Dat is zeker de materiaalsponsor,'' begrijpt Karel.
Murk doet er het zwijgen maar toe en bestudeert de naderende donderwolken. 
Karel raakt al snel in een geanimeerd gesprek met de man aan zijn andere zijde, de eigenaar van een plaatselijke whisky- en wijnhandel, die de hoofdsponsor van het toernooi blijkt te zijn.
Hij probeert de mecenas voor het idee zijn binnenkort uit te geven dichtbundel met enkele betaalde reclameslogans te verluchtigen, te winnen. Helaas wil de man niet op het voorstel ingaan.
Op het moment dat Karel informeert of er anders mogelijkerwijs een paar consumptiebonnen beschikbaar zijn, scheert er een bal laag over het hoofd van de geldschieter en bezorgt hem met terugwerkende kracht een badhairday.
Karel loenst naar het speelveld, neemt een slok bier, kijkt de man aan en meent te moeten opmerken dat de filantroop dan toch nog bijna een fraaie kopbal heeft gemaakt.
Het ziet er vooralsnog niet naar uit dat dit de weldoener en Karel dichter bij een eeuwigdurende vriendschap zal brengen, maar Karel doet toch nog een poging om zijn sympathie te winnen door een imitatie van Mart Smeets ten beste te geven.
''Het lijkt wel zwerkbal. Ik vind dit een heel leuke wedstrijd. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen.''
Hij had zich de moeite kunnen besparen. De man keurt hem geen blik meer waardig. 
Karel helt weer naar Murk over en begint hem te bevragen over de reikwijdte van zijn liefde voor de sport.
Murk neemt een slok en is van plan er echt voor te gaan zitten om breedvoerig zijn recente ervaringen op dit vlak op te gaan dissen.
''Ik hou best van sport. Ik ben vorig jaar nog naar een voetbalwedstrijd van mijn neef Roel
geweest. Zal ik je vertellen wat me daar overkomen is?''
Karel ziet de bui al hangen. Hij heeft absoluut geen zin in lange verhalen en probeert Murk af te kappen.
''Dat is toch die jongen met die grote voeten, daar op het outfield, die in de vorige inning die vogel uit de lucht sloeg?''
''Ja,'' antwoord Murk. ''Zijn voeten groeien zo hard dat mijn zus elke maand een grotere maat schoenen voor hem moet kopen. Ze noemt hem al de schoenenreus van Walden.''
Karel vindt dat het nu echt de hoogste tijd is dat hij zijn beurt om bier te gaan halen vervult. Hij verheft zich en bulldozert een weg naar beneden. De toeschouwers die hij passeert, worden als de Rode Zee door de staf van Mozes gescheiden.
Murk staart zijn zuipkompaan na en waarschuwt de halfgeplette supporters alvast dat Karel dadelijk terug zal komen en dat het wellicht verstandiger is het ontstane gangpad nog even vrij te houden.
Karel keert niet veel later op zijn schreden terug en bereikt zijn plek weer zonder iemand met de rugzak met het nieuwe kwantum bier om de oren te slaan.
Murk pakt de draad van zijn uiteenzetting weer op.
''Ik schaak wel eens met Roel en hij schijnt tegenwoordig aan basketballen te doen. 
Daar ga ik binnenkort ook maar eens bij kijken.''
''Oh, vandaar dat hij steeds om time-outs roept,'' sonoort Karel.
Murk laat zich door deze onderbreking niet uit het veld slaan en vervolgt zijn betoog.
''En, o ja. Ik mag ook graag naar damestennis kijken. Hoe heet die Russische kreunster met dat korte broekje ook al weer?''
''Ziepoesnetniet!'' krakeelt Karel. Hij deelt mee dat hij zijn aandacht nu bij de wedstrijd wil houden en zich helaas niet in staat acht om dan tegelijkertijd ook nog eens naar Murk te luisteren.
Er wordt weer gewisseld. Edwina brengt haar teamleden op de hoogte van de volgorde waarin ze aan de slag moeten.
''Na Clothilde komt Franka, dan Nadine en daarna Roel.''
''Wie is Dien?'' informeert Karel.
Murk haalt zijn schouders op en slaat de rest van zijn biertje achterover.
In het begin van de inning heeft ook Débacle nog een beetje moeite om de bal te raken, maar allengs raken zij er iets meer bedreven in. Edwina hoeft slechts af en toe een van haar spelers een laatste aansporing te geven.
''Jij bent aan slag. Kom die dug-out uit!''
De speler kijkt om zich heen, begrijpt dan dat hij bedoeld wordt en loopt naar het slagperk.
De eerste bal is raak. De jongen rent naar het eerste honk, twijfelt of hij door zal rennen naar het tweede. Hij besluit uiteindelijk dat hij het slaghout dat hij nog in zijn knuistjes geklemd heeft beter eerst kan retourneren en draaft terug naar het beginpunt.
De volgende slagman begaat de fout na het slaan van een goede slag stil te blijven staan. Edwina roept dat dit niet uitmaakt en brengt hiermee Karel, die net het idee kreeg dat hij de spelregels onder de knie begon te krijgen, danig in verwarring.
''Dat is toch juist de bedoeling?''
Dan verschijnt Nadine op de plaat. Ze slaat meteen de eerste homerun.
Het jubelgeloei van het orgel doet Karel opschrikken. Hij springt op en geeft hiermee onbedoeld de aanzet tot een wave.
Murk krijgt hierbij het grootste gedeelte van de inhoud van het blik dat zijn slempvriend net heeft geopend in zijn nek.
Karel brult dat het zonde van het bier is en vraagt zich luidkeels af wie de kosten van het verspilde alconat en de stomerij zal gaan vergoeden.
''Déclaratie!''
Ongelukkigerwijze worden er na sommige gelukte slagen kostbare punten verspilt doordat enkele spelers de bal vol bewondering vanaf de plaat, waar ze inmiddels zijn aangekomen, blijven nakijken en dan door de volgende loper in de richting van het volgende honk moeten worden geduwd.
Karel leegt zijn blik en brulboert een nieuwe yell.
''Décolleté!''
De vrouw, op wier borsten zijn blik zich op dat moment min of meer onbewust heeft gericht, kijkt hem stuurs aan. Zij lijkt op het punt te staan zich over de, in haar ogen ongepaste, uitlating te gaan opwinden.
In een poging de eer van zijn dame te verdedigen, staat haar eega op en banjert mouwopstropend op Karel af. Deze is helaas niet beschikbaar om hem te woord te staan, omdat hij inmiddels in conclaaf is gegaan met de man die voor hem zit.
Murk neemt de honneurs voor zijn pimpelmaat waar. Hij verklaart dat het niet de bedoeling van zijn boezemvriend was iemand te schofferen.
''Hij is soms ietwat onhandig in zijn taalgebruik als hij gedronken heeft. Doch ik kan u verzekeren dat hij nog nooit de bedoeling heeft gehad wie dan ook te beledigen.''
Karel is ondertussen druk verwikkeld in een dispuut over tijdrekken. Omdat hij de man voor zich steeds op zijn horloge zag kijken, is bij hem de misvatting ontstaan dat de man als de vierde official aan de organisatie is verbonden.
De man is niet gediend van de aandacht die aan hem wordt besteed, net zo min als van de grote hoeveelheid consumptie die daarbij over hem heen golft, en duwt Karel terug in zijn kuipstoeltje.
Ineens blijkt hoeveel equivalenten voor het mannelijke geslachtsdeel van de Canis lupus familiaris deze uit de krochten van zijn geheugen op kan delven als hij te na gekomen wordt.
De man deinst verschrikt terug, trekt in zijn aftocht zijn vrouw mee en gezamenlijk verlaten zij op onconventionele wijze de tribune.
Murk en Karel krijgen hierdoor een onbeperkt zicht op het veld en kunnen hun aandacht weer volledig op de wedstrijd richten.
Er wordt weer gewisseld. Een van de spelers blijft op het buitenveld achter en moet door middel van een sms'je op de hoogte gebracht worden van zijn vergissing.
In het verdere verloop van de wedstrijd begint het tekort aan slaap Karel parten te spelen. Hij dut regelmatig in en schrikt dan weer wakker als hij hoort dat Murk een nieuw blikje openmaakt of de schelle stem van Edwina, die nu aan de beurt is om scheidsrechter te zijn, het hazenslaapje verstoort.
''Twee wijd. Twee uit!''
Karel schiet naar voren en inventariseert de inhoud van zijn rugzak.
''En drie bier!''
In de laatste inning begint het maandenlang bestuderen van video-opnamen van de wedstrijden van de tegenstanders zijn vruchten af te werpen. Débacle boekt een eclatante overwinning.
De meeste spelers willen het speelveld snel verlaten, maar worden door Edwina teruggeroepen.
''We gaan nog lijnen!''
Karel denkt dat het een sneer naar de omvang van zijn buik is. Hij wacht de uitwisseling van beleefdheden tussen de teams niet af, maar vertrekt voortijdig naar de kantine en verwerft hierdoor het additionele voordeel dat hij niet in de rij hoeft te staan.
Het team van Edwina en hun aanhang sluiten zich achter in de rij aan als Karel op zoek is naar een zitplaats aan een vrij tafeltje waar hij zijn inmiddels alweer bijna lege blik op kwijt kan. De drinkende dichter vraagt Murk of hij voor hem ook nog iets mee kan nemen als aanvulling op zijn voorraad.
Het begint zacht te regenen. Aan de zijkant van het veld zijn enkele speeltoestellen opgesteld om de kinderen tussen de wedstrijden te plezieren. Franka en Roel maken gebruik van de wipwap. Omdat Roel veel zwaarder is dan Franka moet hij veel dichter bij de as plaatsnemen.
Het houdt op met zachtjes regenen. De kinderen schuilen in het overdekte springkussen en de ouderen proberen een plaats in de kantine te bemachtigen.
De regen neemt nog iets in hevigheid toe.
Edwina heeft haar zwijntjes Knor en Unox meegenomen. Ze had hen eerst aan een lichtmast aan de rand van het veld vastgebonden, maar moet nu op zoek naar een andere plaats.
Het lukt niet meer om de overvolle kantine binnen te komen. Met moeite wordt er een plaatsje voor de deur gevonden, naast een kraampje onder de luifel waar hamburgers worden verkocht.
Clothilde vertelt dat Unox de laatste tijd erg bevattelijk voor verkoudheidjes is.
''Ze is sinds haar nieuwjaarsduik in zee vorig jaar nooit meer de oude geworden.''
Murk vraagt waarom ze de dieren niet gewoon thuis heeft gelaten. Edwina vertelt dat ze dat liever niet doet, omdat ze de laatste tijd steeds meer problemen met haar buren begint te ondervinden.
''Ze hebben zelfs bij de woningbouwvereniging geklaagd over de stank en de geluiden die ze zouden voortbrengen. Terwijl ze toch bijna de hele tijd voor de open haard liggen te slapen en zich toch ook nooit iets van de etensgeuren die bij de buren vandaan komen, aantrekken! Ze zijn heel blij als ik ze eens per week mee uit neem. Ja hè, Knorrie. Dat breekt zo lekker de week!''
De regen roffelt nu meedogenloos op het afdak. De hangbuikzwijntjes beginnen zich zichtbaar steeds ongemakkelijker te voelen in de walm van het aanbrandende vlees dat onmiskenbaar niet halal is en proberen zich los te rukken. De paal, die de overkapping steunt, komt hierdoor enigszins schuin te staan en het water dat zich hierop verzameld heeft, komt in een keer naar beneden.
Een team dat ongelukkigerwijze in de hoek stond waar deze stortvloed zich ontlaadt, trekt zich drijfnat terug uit de competitie om thuis droge kleren aan te trekken.

De hemel klaart op.
De pauze tussen de wedstrijden wordt door het uitvallen van het onfortuinlijke negental noodgedwongen verlengd.
Murk en Karel maken van de gelegenheid gebruik bier te drinken en een boom op te zetten.
''Wat zou jij het volk laten zien als we later als gelauwerde auteurs voor Zomergasten worden gevraagd?''
Murk verklaart schuimbeklachend dat hij het wel zou weten.
''Nou, heel veel afleveringen van de tekenfilmserie George van de jungle, een mooie geschiedenis documentaire en de leukste fragmenten van Kamphues over de kop. En jij?''
''Ik hoorde gisteravond de hymne California van de vrouwelijke bard Joni Mitchell. Dat moet er in ieder geval in. Ik was nooit zo'n fan van haar. Maar dit was zooo mooi. Ik kreeg eerst trillingen in mijn ruggengraat, die bereikten bij de hoge noten al mijn chakra's en gaven mij welhaast een orgastisch gevoel. Ik had bijkans tranen in mijn ogen.''
Murk is eigenlijk van plan om nog een grote hoeveelheid fragmenten, die meer dan genoeg zou zijn om de hele zomerprogrammering van de publieke omroepen te vullen, op te gaan noemen, maar is door de ontboezeming van de poëet even vergeten wat hij nog te berde wilde brengen.
''Sommige mensen gebruiken yoni toch om het vrouwelijke geslachtsdeel te benoemen?''
Karel spoelt zijn keel nog maar eens.
''En dat is meer dan terecht!''

Het is weer bijna droog. Er is nog tijd over, voordat de volgende wedstrijd zal beginnen.
Edwina besluit een extra training in te lassen om het team scherp te houden en de spieren op te warmen.
Door alle commotie rond de hangbuikzwijntjes zijn een aantal mensen hun spullen bij de kantine kwijtgeraakt.
''Heeft iemand mijn handschoen gezien?''
Karel denkt eerst dat de kreet door de kouwelijkheid van desbetreffende speler is ingegeven, maar biedt dan aan de spullen te gaan halen. Als hij na een poos met de spullen en een nieuw arsenaal bierblikken op het veld terugkeert, hebben de meeste teamleden er al enkele rondjes om het veld opzitten.
De zon breekt door. Het inslaan kan beginnen.
Murk constateert dat het pitchen en catchen ineens een stuk soepeler verloopt.
''Dat is toch logisch,'' JohanCruijfft Karel. ''Als er geen tegenstanders zijn, ken er ook niemand in de weg lopen.''
Er arriveert nog een speler. Hij verontschuldigt zich voor het feit dat hij zich verslapen heeft doordat hij de avond daarvoor te lang in de kroeg is blijven hangen.
Edwina accepteert de mea culpa's. Ze is allang blij dat ze nu over haar hele sterrenteam kan beschikken, omdat hen nog een geduchte tegenstander wacht.
''Mooi dat je er bent. We kunnen best nog enige versterking gebruiken en jij bent nog fris.''
De man ontkent ten stelligste dat dit laatste het geval is en biecht op dat hij in zijn haast zijn handschoen thuis heeft laten liggen.
Er blijkt nog iemand met een extra handschoen te zijn. Een linker.
''Dat maakt niet uit. Ik ben toch niet van plan om ballen te gaan vangen.''
Het andere team is inmiddels het veld opgekomen.
Edwina geeft de man het advies snel nog even warm te gaan lopen en dan meteen in het veld te gaan staan.
''Zoek maar een mooie stek op.''
De man kijkt rond en sjokt naar een plek waar de zon niet al te fel in zijn ogen schijnt.
De tegenpartij blijkt bijna zonder uitzondering uit forse, volwassen mannen te bestaan. Ze zien eruit alsof ze vaker knuppels in nekken leggen dan tegen ballen slaan.
Karel roept nog maar weer eens een yell om in de stemming te komen.
''Détentie!''
De zware jongens kijken hem vuil aan. Ze hebben zich om hun ongure uiterlijk enigszins te compenseren in roze outfits gehuld. Dit brengt Karel op het idee hen de naam Pink Ladies te geven.
De dikke kerels kijken geringschattend neer op het team van Edwina en maken enkele badinerende opmerkingen.
''We spelen toch niet in de midgetleague? Hadden ze ze niet een maatje groter?''
De meeste Débacleianen laten de schimpscheuten gelaten over zich heen gaan, maar lijken toch enigszins in hun schulp te kruipen. De trainster besluit de laatste opmerking niet persoonlijk op te nemen.
Karel is van mening dat hij zijn team nog maar eens moreel moet steunen met een yell.
''Détox!''
Een intens zwetend lid van de roze dames loopt dreigend op Karel af. Het ziet ernaar uit dat er een handgemeen zal gaan ontstaan.
De veroorzaker van het onbehagen bij de vette, withete sportbeoefenaar pareert de aanval door zich enkele opmerkingen over diens uiterlijk te permitteren.
''Volgens mij valt er veel te zeggen voor de theorie, die bij sommige wetenschappers heerst, dat de tak van de homo sapiens, die men Neanderthaler placht te noemen, niet is uitgestorven, maar zich met afstammelingen van een andere loot aan de levensboom der mensheid heeft vermengd en aldus nog steeds een onderdeel van de genenpool van de moderne mens vormt. Sommige mensen zouden een verbod voor hun kop moeten krijgen.''
Het begin van de wedstrijd draagt er mede toe bij dat de heren elkaar niet verder in de haren kunnen vliegen, omdat er door het gejuich dat van de tribunes klinkt geen communicatie meer tussen hen plaats kan vinden.
De spelers treden aan en Karel trekt zich tactisch op de tribune terug met een biertje.
De Pink Ladies stellen zich op om in de eerste inning de slagpartij te zijn.
Murk geeft Edwina nog een laatste goede raad en loopt achter zijn kornuit aan.
''Pas maar op. Dit lijken me van die types die stiekem over de bal piesen om hem extra spin effect te geven.''
In de eerste inning loopt het team van Edwina een behoorlijke achterstand op.
Karel vervalt in een sombere bui en roept tussen de inname van het ene na het andere blik bier nog maar af en toe een zuinig yelletje.
''Décoratie!''
Een grijnzende supporter uit het andere kamp slaat Karel op zijn schouder en maakt een opmerking over diens grachtengordelghettoiaanse accent.
''Wat gebruik jij een dure woorden !''
Murk probeert de moed er bij Karel weer een beetje in te krijgen door pseudo-serieus uit te gaan leggen dat het woord zelfs in de goedkope woordenboeken voorkomt, maar slaagt er niet in zijn broeder in drank op te beuren.
De opponent wrijft nog wat zout in de wonden door Karel voor dikke alcoholist uit te maken en te suggereren dat het aan diens halfslachtige aanmoedigingen ligt dat het team dat hij geacht wordt te steunen op achterstand staat.
Als de man zich daarenboven aan een Karel onwelgevallige yell durft te wagen, wordt het deze te veel.
Met een strategisch geplaatste duw van Karel, en een zich toevallig op de verkeerde plek bevindend bierblikje, ondervindt de man de invloed die de zwaartekrachtwetten op hem kan hebben en belandt bijgevolg onderaan de tribune.
Karel fleurt op en vindt in de gebeurtenissen een goede aanleiding om een nieuw blik open te rukken en met Murk te proosten.
''Zo, dat zal hem leren met zijn déceptie!''
Terwijl de man opkrabbelt en een veilig heenkomen zoekt, velt Karel zijn eindvonnis over de misdragingen van een deel van de bezoekers aan sportefenementen.
''Sommigen komen helemaal niet voor de wedstrijd. Dat personage was hier alleen gekomen om goedkoop te kunnen zuipen en ruzie te zoeken. Zulke mensen verdienen een stadionverbod.''
Murk schaltlacht: ''Déportatie!''
De tweede inning is inmiddels halverwege.
Jacqueline is aan slag. Zij raakt de bal maar half. Het natte gras zit haar niet glad.
Ze maakt bij haar poging alsnog het eerste honk te bereiken een driedubbele rittberger en gaat vol op haar plaat.
'Wat een lekkere sliding,'' brult Karel.
Murk herinnert Karel eraan dat hij het wel over zijn zus heeft, maar deze laat zijn hervonden goede humeur niet bederven en maakt zich alweer vrolijk over de volgende speler die over het veld glijdt.
''Dat was weer geen gave landing!''
Nadine is weer aan slag. De vijandelijke helft van de tribune houdt de adem in, omdat haar reputatie na het slaan van de homerun in de eerste wedstrijd haar vooruitgesneld is.
Karel vangt een opmerking van een van de leden van de Pink Ladies-posse op en reageert daar fel op .
''Ik hoop niet dat die babe roet in het eten gaat gooien.''
''Vroeger waren de knuppels van hout en de mannen van ijzer.''
Er klinkt luid gejoel bij de rivaliserende partij. Sommigen beginnen zich op te maken om een strafexpeditie in de richting van de provocateur poeticus te ondernemen.
Karel gooit extra olie op het vuur door de Ladies nog wat meer uit te dagen.
''Kom naar beneden en sla je slag.''
Murk ziet de roze vloedgolf naderen en waarschuwt zijn dranktrawant.
'We kunnen misschien beter nog even wat bier gaan halen voordat de kantine sluit.''
Karel zet zich in beweging. Hij moet een gedwongen loop om het veld maken, omdat een gedeelte van de tegenstanders hem achtervolgt. Uiteindelijk bereikt hij toch zijn doel.
Daar ook een groot gedeelte van de spelers van het roze team aan deze jacht meedoet, is er een te klein quotum aan spelers overgebleven. De wedstrijd wordt reglementair door Débacle gewonnen verklaard.
''Wat een slagveld!'' monkelt Murk en begeeft zich, in de wetenschap dat er in het tijdperk nadat Nooitgedacht de kantine is binnengevallen waarschijnlijk niet veel meer te drinken zal zijn overgebleven, ook op weg naar het etablissement.
Karel heeft zich inderdaad reeds over het grootste gedeelte van het resterende aanbod alcoholica ontfermt. Hij verwelkomt Murk, de spelers van Débacle en hun gevolg en trakteert op een rondje.
De gulle gever leunt tevreden achterover en beperkt zijn tekst minzaam knorboerend tot: ''Yoh, softies!''
Murk wil graag weten wat de eindstand van de wedstrijden is. Niemand schijnt die te weten.
''Die lees je dan straks maar mooi na op teletekst,'' oprispingt Karel. ''Nu is het eindelijk eens tijd om rustig een biertje te drinken.''
De prijsuitreiking is een wassen neus. De jury heeft besloten dat elk team ex aequo de tweede prijs wordt toegekend.
Inmiddels is alleen team Débacle nog aanwezig. De overige prijzen worden onder de overgebleven aanwezigen verdeeld. Er is zelfs een prijs voor Karel.
''Het is hier in ons emmesse Bibsgaarden niet usueel om mensen de toegang tot onze splendide sportaccommodaties te ontzeggen en wij zijn derhalve na rijp beraad tot de slotsom gekomen dat wij u het beste de fairplayprijs kunnen fourneren. Je moet het maar zien als aanmoedigingsprijs, een aansporing om je in het vervolg nooit meer ergens met het wedstrijdverloop te bemoeien.''
Karel is zeer verrukt over de bekroning, die hem aan het eind van dit hoogtepunt zijns levens nog te beurt is gevallen. Hij snapt best dat er in dit gehucht geen stadssleutels uitgereikt kunnen worden, accepteert de prijs en bedankt de organisatie toostend met een korte speech.
''Wow! Een sixpack DenDoolaard bier. Dat hadden jullie nu echt niet hoeven te doen. Proost!''
Er hoeft geen inzet van de plaatselijke mobiele eenheid te worden ingeroepen om de laatste bezoekers uit de kantine te verwijderen. De meeste spelers wonen in de buurt en willen direct naar huis om hun mentale en fysieke wonden te likken en zich alvast op de wedstrijd van het volgend jaar te gaan prepareren.
Karel constateert dat hij genoeg bier heeft om de terugweg te aanvaarden en laat zich gedwee naar buiten bewegen.
Nadat Murk Edwina en Clothilde heeft geholpen om Knor en Unox in de voor dit doel meegebrachte, rode DIRK-boodschappentassen te proppen, loopt hij achter zijn vriend, zus, neef en nicht aan naar de 4x4. Jacqueline opent de achterklep van de terreinwagen om Karel de gelegenheid te geven achterin plaats te nemen.
Zodra de SUV de parkeerplaats heeft verlaten, ligt Karel al te ronken.
Het was de bedoeling van Jacqueline haar broer en zijn maat even snel bij station Walden-centraal af te leveren en dan door naar huis te rijden. Maar als zij de radio aanzet, meldt de verkeersinformatie dat er een lange file tussen Walden-Buiten-West en het centrum van de agglomeratie staat.
Er is geen doorkomen aan. Jacqueline vraagt of Murk en Karel het erg vinden als ze hen dan in hemelsnaam maar bij station Walden-oost afzet. Het maakt Murk niet uit.
Karel reageert niet en wie slaapt, stemt meestal toe of heeft in ieder geval zijn recht op inspraak verbruid.
De hummer bereikt het station. Karel is licht ontstemt, omdat hij ook zijn derde middagdutje niet af heeft kunnen maken, maar is handelbaar genoeg om door Murk de trap naar het perron op te worden meegevoerd.
De trein arriveert voordat Karel weer in slaap kan sukkelen. De vrienden vinden na lang zoeken een plaatsje in een coupé waarin zich reeds enkele vrouwen bevinden.
Karel kijkt om zich heen en besluit dat het gezelschap waarin hij zich thans bevindt de moeite waard is om nog even wakker te blijven. Hij stelt zichzelf en zijn vriend aan de aanwezigen in de coupé voor.
''Karel Nooitgedacht, aangenaam. Wij zijn auteurs. Murk hier schrijft romans en ik ben dichter en stadsfilosoof.''
De dames kijken elkaar aan, maar krijgen geen kans om op deze openbaring te reageren, omdat Karel reeds aan een haarscherpe analyse van de onlusten die rond het softbaltoernooi hebben plaatsgegrepen, is begonnen.
De conducteur komt langs, controleert de kaartjes en kijkt met een schuin oog naar de onthutste gezichten van de vrouwen, die gebiologeerd naar Nooitgedacht zitten te luisteren. Hij informeert of de dames door de dronkenlap worden lastiggevallen.
De vrouwen verklaren na kort overleg dat dit niet het geval is. Karel biedt ze een biertje aan en vervolgt zijn relaas.
Doordat ze te veel door het verhaal in beslag zijn genomen, vergeten de vrouwen uit te stappen en zijn gedwongen een trein in de tegenovergestelde richting te nemen om hun bestemming twee stations terug alsnog te bereiken.
Murk spreekt zijn bewondering uit over de nabeschouwing, die zijn vriend van het toernooi heeft gegeven. Karel wimpelt de complimenten af.
''Iemand die van de zijlijn toekijkt en de spelregels niet kent, heeft nu eenmaal een frisse kijk op zo'n wedstrijd.''
Murk openbaart dat hij overweegt om over deze dag te gaan schrijven.
Karel lacht.
''Je maakt er toch geen complete roman van, zoals Philip Roth's Great American Novel?''
Murk praat verder over de vorderingen die hij bij het schrijven van zijn boek maakt.
Karel schamperlacht.
''Je kan er beter een stripboek van maken. Met al die zich misdragende hangbuikzwijntjes die er in voorkomen.''
Murk verdedigt zijn Magnum Opus.
''Ik kan mijn boek toch best met een paar lollige passages opleuken. John Irving schrijft immers over motorrijdende beren en zo en dat wordt toch ook tot de literatuur gerekend.''
Karel overdenkt de boude stelling van zijn pennenbroeder, terwijl hij een nieuw blikje aanslaat. Hij besluit dat deze zijn goedkeuring kan wegdragen.
''Ja, dat is ook een mening. Je zou mogelijkerwijs zelfs zo ver kunnen gaan het een apart genre te noemen: Cartooneratuur.''
De trein mindert snelheid. Karel en Murk lopen naar de uitgang.
Op het moment dat de trein tot stilstand is gekomen, ontwaart Karel een bekend gezicht en begint in zijn geheugen te graven teneinde te weten te komen waar hij de man van kent.
Bij het verlaten van het rijtuig schiet het hem te binnen. Hij spreekt de man aan om te controleren of hij het bij het juiste eind heeft.
''Bent u soms Shrek van Gelder, de musicalster?''
''Nou, men noemt mij meestal Jack van Gelder en spreekt mij vaker op mijn werk als sportverslaggever aan, maar het is inderdaad mogelijk dat u me uit het theater kent. 
Ik heb ook als understudy voor de rol van herbergier Thénardier in Les Misérables gefigureerd.''
Karel kijkt Murk glunderend aan en vertelt dat hij indertijd aanwezig is geweest bij een van die shows. Hij vraagt van Gelder of het misschien mogelijk is een foto met handtekening van de wereldster te krijgen.
Van Gelder steekt een sigaar op en belooft het verlangde item op te zullen sturen. 
Hij vraagt of Karel een papiertje heeft. Als dit niet het geval blijkt te zijn, noteert hij het adres van de dichter op het sigarendoosje.
Karel kijkt met een schuin oog naar het doosje met het logo van het huismerk van sigarenmagazijn De Haesz en Hanejius en overspeelt nog bijna zijn kaart door een sigaar te bietsen. Van Gelder lacht, presenteert Murk en zijn vriend een sigaar en neemt afscheid.
De afbeelding is van @Petertje07

Karel overhandigt Murk een van de laatste blikken bier.
Hij haalt er voor zichzelf ook een uit de tas en staat op het punt het lipje open te trekken.
Murk houdt zijn vriend tegen.
''Doe dat nou niet hier precies onder die camera. Je hebt zo een boete te pakken!''
Karel laat zich overtuigen van de redelijkheid van deze raadgeving en duldt zelfs de poging van Murk hem het station uit te slepen.
Op het plein voor het hoofdspoorwegstation draait Murk Karel de kant op die hij moet nemen om zijn huis te kunnen bereiken, duwt hem een stukje op weg en loopt dan zelf in de richting van de pont.

Als Murk op de pont het biertje opentrekt, begint achter hem een groep mensen luidkeels langzalzûleven te zingen.
Hij begeeft zich onder de feestgangers en doet navraag naar de reden van deze uitbundigheid.
''Leuk-idee-voor-een-goedkoop-feestje-in-deze-crisistijd-vier-het-op-de-pont-die-is-gratis-!- wat- valt-er-te-vieren-?''
De nestor van het gezelschap blijkt de tachtigjarige leeftijd te hebben bereikt.
Omdat opa al jaren zijn hoogtijdagen niet meer heeft gecelebreerd, moest het er volgens zijn kinderen en kleinkinderen dit kroonjaar maar weer eens van komen.

Murk kijkt de groep na en terwijl het M'n opa, m'n opa m'n opa. In heel Europa was er niemand zoals jij. M'n opa, m'n opa. m'n opa. En niemand was zo aardig voor mij. In heel Europa, m'n ouwe opa. Nergens zo iemand als jij Niemand zo aardig voor mij M'n opa, m'n opa, m'n opa Niemand zo aardig voor mij M'n ouwe opa. in de verte wegsterft, loopt hij verder in de richting van de ark.

 


 











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen