zaterdag 11 maart 2017

Lentebal hoofdstuk 11

-11-

Murk wordt vroeg in de ochtend wakker. Een paar seconden desoriëntatie later weet hij dat hij zich in het gastenverblijf van het landhuis van de familie De Mol bevindt en hoe hij daar is beland.
De afgelopen nacht heeft Jacqueline hem bij haar thuiskomst van het diner op de sofa in de televisiekamer aangetroffen. Zij heeft hem wakker gemaakt en hierheen verwezen.
De klanken in de vroege ochtend in een huis waar je niet elke dag ontwaakt, zijn altijd al vreemd. Daar wordt nu nog een geluid aan toegevoegd.
Murk kruipt het Louis Quinze hemelbed uit, opent een raam om te zien wat de oorzaak van het gebonk is en kijkt op de kruin van Silver, de pony van Franka, die tegen het hek van de stal van de naast het woonhuis gelegen stoeterij staat te schoppen.
Klaarblijkelijk is het dier zenuwachtig voor de proef, die ze vandaag op de manege zal moeten gaan uitvoeren, en zo bang te laat te komen dat ze in gang is gekomen om Franka op tijd wakker te maken.
Murk heeft zich de vorige dag door zijn nicht laten uitleggen wat zij allemaal bij de proefrit zal moeten gaan doen. Hij heeft moeten bekennen dat hij het nog niet helemaal snapte.
''Waarom zou je nog een proefrit moeten maken. Je hebt dat beest al meer dan een jaar.''

Als in de loop van de ochtend de familie De Mol en alle gasten volledig zijn ontwaakt, komt het hele gezelschap bijeen in de keuken en kan de brunch gebruikt worden.
Franka en Saskia zitten nerveus te babbelen over de komende hippische test.
Murk probeert zijn nicht een beetje gerust te stellen.
''Als jij of Silver nu waren doorgezakt gisterenavond had je misschien een probleem gehad. Maar ik denk dat het nu best goed gaat.''
Roel en Erwin blijven thuis. Saskia, Franka, Jacqueline en Murk springen in de 4x4. Silver hobbelt daar in de paardentrailer achteraan.

Murk heeft zijn nicht nog nooit zien paardrijden. Hij verheugt zich er zeer op dit nu eens te mogen meemaken.
Op het moment dat ze de weg naar de manege opdraaien, roept hij enthousiast dat hij hier ook eens heeft gereden. Franka begrijpt zonder uitleg dat dit weer een van die flauwe grappen van haar oom is.
''Jaaaaaa, duh! Op de fiets zeker. Die keer toen je ons vorig jaar kwam bezoeken en mama je steeds moest bellen waar je toch bleef en je er ruim vier uur over hebt gedaan om naar Walden te komen.''
Bij aankomst op de manege is er nog even paniek als blijkt dat het ruiterpaspoort van Franka nog thuis ligt. Jacqueline kibbelt een tijdje met haar dochter over wie er schuldig aan het vergeten is en rijdt dan snel terug naar huis om het document te zoeken.
Saskia en Franka beginnen ondertussen met het vlechten van de manen van Silver.
De eerste maakt de haren met een spons nat. De tweede pakt de plukken beet en doet daar elastiekjes omheen.
Gelukkig zijn de manen pas nog met een uitdunschaartje gedund en hoeven er geen haren meer getrokken te worden om ze overal even dik en lang te maken.
Jacqueline keert ruim op tijd met het paspoort terug, levert het in bij de organisatie en vliegt haar dochter in de haren om er een knotje van te maken. Daarna bevestigt zij daar een wit haarnetje omheen.
In afwachting van de start van de test loopt Murk een rondje om de buitenbak om zijn spieren los te maken en de algehele situatie in ogenschouw te nemen.
Er is een tredmolen waarin paarden hun rondjes lopen teneinde hun conditie op peil te houden. Hiermee wordt ook meteen op duurzame wijze de benodigde energie om de manege draaiende te houden, opgewekt.
Als Murk weer bijna op zijn uitgangspunt is aangekomen, doemt er een hek op waarin een vrouw met billen als zadeltassen en een paardenmiddel, die in een poging om onder de barrage door te duiken, klem is komen te zitten. Murk weigert deze hindernis te nemen en is genoodzaakt terug te keren.
Saskia en Franka zijn inmiddels begonnen met het vlechten van het haar dat zich aan de achterkant van de pony bevindt.
Omdat Silver een beetje bokt, wordt de hulp van Murk ingeroepen.
''Oom Murrrrk, kan jij Silver misschien even vasthouden. Dan kan ik haar bit indoen.''
Terwijl Murk de gevraagde assistentie verleent, berekent hij dat zelfs als er in elk paardenhoofd een bit, een achtste van een byte wordt geplaatst, de totale hoeveelheid beschikbare intelligentie van alle aanwezigen op de manege niet groter kan zijn dan die van de meest simpele computers.
Saskia roept hem terug uit zijn geestelijke dwaling.
''Nee, niet bij zijn staart. Aan de voorkant!''
Murk kwijt zich zo goed en zo kwaad mogelijk aan zijn taak en doet een stapje terug om het resultaat van de handelingen van de paardenmeiden te kunnen bekijken. Hij trapt daarbij op de hoeven van een van de andere aanwezige, gedomesticeerde onevenhoevigen en briest verontwaardigd.
''Weten die beesten dan niet dat ze beter niet achter me kunnen gaan staan?''
Het is Jacqueline bekend dat haar broer altijd snel op zijn teentjes is getrapt als hij de avond daarvoor iets te veel gedronken heeft. Zij weet hoe ze zijn humeur in dit soort gevallen weer een beetje op kan krikken.
Murk neemt plaats achter het door zuslief aangereikte biertje en aanschouwt de overige aanwezigen.
Alle deelnemers aan de proef zien er nu min of meer hetzelfde uit. Zwarte laarzen, witte broek, zwart jacket en een witte haarbal, die onder hun cap uitkomt.
Er nemen twee meisjes aan het tafeltje naast Murk plaats. Zij bespreken op luide toon hun belevenissen van de vorige avond.
''Ik ben tot vijf uurrrr doorrrrrgegaan.''
''Ik tot zes uurrrrr.''
''Op wie ben jij?''
''Op Patrrrrrick.''
''Nee, ik bedoel op welk paarrrrrrd.''
Er rijdt een paardenmeisje langzaam door de buitenbak. Zij maakt gebruik van de grote spiegel, die aan de kant is opgehangen, om haar make-up bij te werken.
Murk is zijn bierglas even uit het oog verloren. Een hem zeer bekend voorkomend slobbergeluid doet hem omkijken.
Hij is er nog net getuige van dat een paard dat zijn hoofd door het bovenste gedeelte van een staldeur heeft gestoken het laatste restje van zijn biertje weglurkt. Hij hinniklacht zijn verlies weg.
''Hahaha, het is net Karel. De heer Nooitgedacht drinkt ook altijd zo luidruchtig.''
Jacqueline komt haar broer halen. De rit van Franka in de binnenbak staat op het punt te beginnen.
Ze legt kort uit hoe de test in zijn werk gaat. Er is sprake van een voorlezer.
Murk weet niet precies wat dat inhoudt. Hij gaat er vanuit dat het wel met: ‘‘Er was eens een paard’’ zal beginnen.
Het voorlezen blijkt te bestaan uit het luid door de hal laten schallen van instructies voor figuren, die uitgevoerd dienen te worden.
Op de wanden van de bak zijn cijfers en letters aangebracht waarlangs de patronen gereden moeten worden.
Murk bedenkt dat als zijn nicht dezelfde route op een schaakbord zou volgen zij, bij de volgende keer dat zij met haar paard van D2 naar E4 zou gaan, schaakmat komt te staan. Hij bezit te weinig kennis van de termen, die bij paardrijden gebezigd worden, om te kunnen bepalen of zij alle aanwijzingen op de juiste wijze volbrengt.
Hij besluit zich maar te verlaten op de variatie aan uitdrukkingen die zich op het gelaat van Jacqueline afspelen.
Als er na een grote volte niet van gang wordt gewisseld, betrekt het gezicht van Jacqueline.
Murk fluistert een voorzichtige vraag over hetgeen is misgelopen.
''Ze kreeg hem zeker niet in de goede versnelling?''
Als alle verschillende gangen die bij een paard mogelijk zijn, van stap via draf, galop tot rengalop zijn doorlopen, heeft Franka Silver alle hoeken van de bak laten zien. Zij houdt halt en groet de mensen die de test moeten beoordelen.

De bekendmaking van de resultaten van de testritten zal in de bar boven de manege plaatsvinden.
De kleine ruimte biedt nauwelijks voldoende plaats om alle liefhebbers van de paardensport te herbergen. Het lukt Murk nauwelijks de toog te bereiken om nog iets aan zijn nadorst te doen.
De barkeeper heeft het erg druk, omdat hij tevens degene is die over het deurbeleid gaat.
Juist als Murk aan de beurt is zijn bestelling te plaatsen, moet de gerstenattapper zijn gezag doen gelden.
''Er mogen geen paarden in de bar!''
Als de vrouw eindelijk klaar is met de op hoge toon gevoerde uitleg dat de meegevoerde viervoeter met een schofthoogte, die inderdaad niet veel onderdoet voor die van een equus caballus toch echt een hond is, kan Murk zijn order plaatsen en met een vol dienblad naar zijn gezelschap wederkeren.
Jacqueline ziet Murk met de drankjes naderen. Ze schudt haar hoofd en maakt een opmerking over het drankgebruik van haar broer.
''Hé, Muk. We komen hier voor de poeven en niet om te zuipen!''
Murk nipt voorzichtig van zijn biertje en ziet een vrije stoel. Als hij daar plaats wil nemen, blijkt de zetel gereserveerd te zijn voor een van de leden van de jury. Hij is genoodzaakt de prijsuitreiking staande bij te wonen.
De meeste deelnemers aan de proeven hebben voldoende punten behaald om een certificaat te krijgen. Voor degenen met de beste resultaten zijn er extra prijzen. Jacqueline laat de beker, die Franka in ontvangst mag nemen, direct met champagne volgooien. Murk gaat nogmaals naar de bar om bier voor zichzelf en fris voor de meisjes te halen.

Na het ceremoniële gedeelte is er gelegenheid aan een karaoke mee te doen.
Franka en Saskia halen Jacqueline en Murk over nog even te blijven.
Murk neemt een handvol zoute pinda's, begint dorst te krijgen, gebruikt dit als excuus om nog iets te drinken te halen en kijkt ondertussen toe hoe er harde muzikale noten worden gekraakt.
Een klein uurtje later staat Jacqueline op de bar te dansen.
Volgens Murk geeft zijn zus hierbij een heel acceptabele versie van een bekend lied ten beste, maar hij is niet helemaal zeker of zijn blik wel objectief genoeg is. Hij vraagt zich ook hardop af of zij wel helemaal tekstvast is.
''Hé, zus! Er hangt een stel paardenhoofden aan de muur klinkt wel aardig. Maar is het niet Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur?''
Het is niet helemaal duidelijk of Jacqueline door de luidruchtige uitroep van haar broer op het verkeerde been is gezet of eerst de schroeven waarmee de hertenkop, waarin een bewakingscamera is verwerkt, aan de muur is bevestigd, ten gevolge van een combinatie van metaalmoeheid en het algehele gehos van de toeschouwers aan de karaoke, hebben losgelaten.
Maar het uiteindelijke resultaat is dat alle betrokken personen, meubels en ornamenten onder invloed van de zwaartekracht op de grond belanden en de feestmiddag hiermee voortijdig tot een einde komt.
Iedereen wordt verzocht om de bar te verlaten.
Murk sputtert nog wat tegen. Hij had nog plannen voor Nederlandstalige versies van A Horse with No Name en Wild Horses en een duet met zijn zus.
Saskia en Franka lopen op een flinke afstand achter Murk en Jacqueline naar de auto.
Ze willen niet het gevaar lopen dat iemand zou denken dat ze bij de man horen die over een paard zonder naam en wilde hengsten die hem hier niet weg krijgen, loopt te zingen.
Ondertussen kloppen zij het stof van hun blazers en verkneukelen zich alvast op het moment dat Jacqueline zal ontdekken dat ze haar bolide niet kan starten, omdat haar alcoholslot de werking van de motor blokkeert.
Jacqueline moet Erwin bellen om hem te vragen hen zo spoedig op te komen halen.
Murk besluit Wij zijn twee eenzame cowboys dan maar in zijn eentje te gaan zingen.

Erwin arriveert bij de manege en nadat Saskia thuis is afgezet, rijdt de rest van het gezelschap door naar de hoofdstad om Murk naar huis te brengen en pyrrhura George bij de ark te begraven.
Murk heeft toestemming gegeven een hoekje van zijn tuin te gebruiken om de vogel ter aarde te bestellen.
Hij hoeft immers niet, zoals de familie De Mol, rekening te houden met de conventies die onder bewoners van villawijken gelden.
Op de terugweg naar Walden willen de DeMolletjes ook nog even een bezoek aan ma Hemelsoet brengen.
Zij staat inmiddels genomineerd voor een plaats in een verzorgingshuis in Walden, omdat Jacqueline haar moeder dichtbij wil hebben wonen en de verpleging er naar verluidt beter is.
Bij het passeren van dit tehuis doet Jacqueline regelmatig vertwijfelde pogingen bewoners plat te rijden, maar is er nog niet in geslaagd de wachtlijst te verkorten.

Erwin graaft een kuil voor de pyrrhura en valt er bijna zelf in.
Na een korte, doch ingetogen, plechtigheid vertrekt de familie De Mol en begint Murk de kuil dicht te gooien.
Halverwege de grondverplaatsing besluit hij een korte pauze in te lassen om een pilsje uit de koelkast te pakken. Als hij terugkomt, staat er een groepje agenten voor zijn neus, die een verklaring voor het vers gedolven graf vragen.
''Wat is meneer hier aan het doen? Er is al vaker over een penetrante, niet nader te specificeren geur geklaagd, die hier te ruiken zou zijn. Een man die vaak voorbijloopt, heeft verklaard dat die aardige mevrouw, die altijd naar hem zwaaide, dit voorjaar nog niet is gesignaleerd. Je ziet de laatste tijd de meest afschuwelijke dingen op televisie en internet. Je leest ook de meest vreemde zaken in de kranten. En in politie verslagen.
Ja meneer, u snapt wel dat wij genoodzaakt zijn een onderzoek in te stellen.''
Murk wacht rustig af tot de colonne ambtsdragers is uitgesproken, vertelt dan voor wie het graf bestemd is en verwijdert een gedeelte van de aardkluiten om zijn verklaring met de aanwezigheid van het vogellijkje te kunnen staven.
De agenten zijn niet erg overtuigd. Ze willen nog veel meer van Murk weten.
''Ja, dat daar is inderdaad het stoffelijke overschot van een dode vogel. Maar wie zegt dat u daar niet veel meer heeft begraven. U voldoet exact aan de profielschets van een seriemoordenaar. Oudste zoon uit een gezin. Tussen de veertig en vijftig jaar. Bij zijn moeder wonend. Zonder vaste relatie.''
De agent die de laatste karakteristiek mag opdreunen, spiekt eerst nog even in zijn opschrijfboekje, kijkt naar het ongeopende blikje dat Murk in zijn hand heeft en krabbelt er nog iets bij.
''Werkloos. Verder geen evidente bezigheden hebbende. En alcoholist.''
Nadat Murk kort heeft uitgelegd dat zijn moeder al maanden geleden in een verzorgingshuis is opgenomen en hij schrijver is, zijn de agenten niet gerustgesteld.
Maar er wordt besloten het onderzoek voorlopig op te schorten en de dienstkloppers verlaten luid mompelend de tuin.
''Ze zijn niet te vertrouwen, die kunstenaarstypes. Met hun linkse hobby's. Er zijn al eerder schrijvers geweest die rare dingen deden. Heb jij Woensdag Gehaktdag ook gelezen?''
Murk opent het biertje. Denkt aan de dagen die hij in politiecellen heeft doorgebracht, omdat hij de boetes moest uitzitten die hij kreeg. Omdat hij geen identificatiebewijs kon tonen, bier op straat had gedronken of op heterdaad was betrapt met een smoking gun, een crackbasepijpje, in zijn hand.
Als de kuil dicht is gegooid, Murk het restant van het biertje achter de kiezen heeft geslagen en de ark weer binnen wil stappen, vliegt er plotseling iets laag over het graf.
Murk vraagt zich af waar hij zojuist getuige van is geweest. Was het een bovennatuurlijk verschijnsel, het opstijgen van een ziel of vloog er een engeltje voorbij?
Hij neemt nog maar een biertje voor de schrik en verliest zichzelf in gedachten over het bestaan van de ziel.
De Amerikaanse arts Duncan McDougall deed in 1907 een luguber experiment in een poging aan te tonen dat de ziel meetbaar was. Hij bouwde een speciaal bed op een weegschaal en legde daar stervende patiënten vlak voor hun dood op.
McDougall ontdekte hierdoor dat het gewicht van de patiënten op het moment dat zij hun laatste adem uitbliezen met 21,3 gram afnam en dacht dat hij hiermee het gewicht van de ziel had vastgesteld.
Hij was wel zo slim de mogelijke alternatieve verklaringen voor zijn bevindingen te testen. Het verlies van lichaamssappen kon het bijvoorbeeld niet zijn. Want die zouden ook op het bed en dus op de weegschaal zijn terechtkomen.
Later bracht McDougall ook nog eens vijftien honden om het leven. Hij stelde vast dat deze geen afname van lichaamsgewicht ondervonden en kwam hierdoor tot de conclusie dat honden geen ziel hebben maar dat mensen die wel zouden bezitten.
Uit publicaties over wetenschappelijke onderzoeken is bekend dat veel onderzoeken mislukken, omdat er een verkeerde vooronderstelling is gemaakt, wetenschappers de neiging hebben alleen de geslaagde resultaten te gebruiken en bevindingen die niet aan hun eisen voldoen terzijde schuiven.
In dit geval was er ook veel twijfel over de uitkomsten van het experiment. De arts had bij een van de zes personen die hij onderzocht hinder ondervonden van mensen die zich tegen zijn werk verzetten en bij een andere waarneming was de weegschaal nog niet goed afgesteld voordat de dood intrad.
Van de overgebleven 4 patiënten verloor de eerste in een keer 21 gram. Het volgende lijk bleek geleidelijk gewicht te verliezen en in het derde geval nam het gewicht eerst af, maar kwam er dan later ineens toch weer iets bij.
Murk vraagt zich af of pyrrhura's wel een ziel hebben. Hoeveel er dan aan gewicht over zou blijven als die zou wegvliegen.
''Zo'n vogeltje heeft toch niet meer dan honderd gram gewogen.''
Hij gelooft niet echt in metafysische zaken en besluit het erop te houden dat het toch Eartha zal zijn geweest, die weer eens in zijn leven en de roman Seizoensgebonden, opduikt.

Murk begint het eten klaar te maken en belt ondertussen met zijn zus om haar te vertellen wat hem is overkomen.
De familie De Mol is blijkbaar nog onderweg naar Walden. Op de achtergrond klinkt het geluid van een automotor, een fragment van Osdorp Posse's Moordenaar en de stem van Erwin, die zijn zoon stijfvloekt.
''Hé, oetlul. Zet die herrie eens zachter. We zitten hier niet op lijn 5. Zoon van een #$%^&-de behanger!''
Het volume van de muziek wordt drastisch verlaagt. Murk hoort Roel zijn vader een verklaring voor deze laatste uitdrukking vragen.
''Verkoopt u dan ook behang? U verkoopt toch alleen matrassen en zo?''
Het antwoord van zijn zwager ontgaat Murk, omdat Jacqueline inmiddels is begonnen haar broer te woord te staan. Hij doet kort verslag van het bezoek van de politie en wat hierna gebeurde.
Murk legt de telefoon neer, begint aan zijn avondeten en proost op de overleden pyrrhura.
''Opdat een ieders ziel in alle vrijheid en tot in lengte der dagen moge vliegen.''

GEORGE
 1-07-2001 28-05-2009













Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen