donderdag 14 september 2017

De Zomer van Maarten H. Hemelsoet Hoofdstuk 3

-3-
Ozzy Nooitgedacht wordt wakker. Aan het voeteneind van een bed in een huis waar hij zich inmiddels al helemaal thuisvoelt.
Hij springt op de rug van zijn nieuwe baasje en begint met zijn kopje tegen het hoofd van zijn voedselverstrekker te duwen.
Karel schrikt wakker en mauwt een ochtendhumeurige sneer naar het kattenbeest.
''Ga nog maar iets voor jezelf doen. Aan je ballen likken of zo.''
Terwijl hij zich omdraait, herinnert hij zich dat dit tot de onmogelijkheden behoort.
De kater is 'geholpen'.
Hij verontschuldigt zich voor zijn onbehouwen gedrag en staat op om het etensbakje te gaan vullen.
Ozzy dribbelt achter hem aan. Terwijl Karel de koelkast opent en bukt om twee blikjes te pakken, een met voer en een met bier om zijn nadorst ten gevolge van de overvloedige inname de vorige avond te neutraliseren, vrijtwrijft Ozzy zich tegen zijn achterste aan.
Karel duwt het beestje van zich af. Hij vult de voederbak, trekt het biertje open en neemt zuchtend een slok. Leven met een kater valt niet mee.
Ozzy komt van het drijvende asiel Kattendrecht. Toen Karel hem daar ontmoette, had hij zijn hart subiet verloren. Het beest is voorwaar geen Slome Japie. Dat kon hem wel bekoren. Na enkele formaliteiten en een financiële donatie mocht hij het dier meenemen.
Karel begeeft zich naar het toilet om daar zijn ochtendlijke behoeftes te gaan doen.
Eunuch Ozzy wil meelopen, maar keert op zijn schreden terug en besluit toch maar van de kattenbak gebruik te maken. Dit lijkt hem hygiënischer dan het watercloset waar zijn baas zijn darmen en blaas leegt.
Als Karel van de wc terugkeert, is Ozzy ook net klaar met zich te ontlasten en zit hij zijn pootjes en lijfje schoon te likken.
Karel wast zijn handen en werpt een blik op de kattenbak. Die is weer aan verschoning toe.
Hij besluit het in plastic verpakte biertraytje dat precies in de kattenbak past, dat als inleg dienst doet en aldus in een keer handig met inhoud en al te verwijderen is, later die dag te vervangen. Uiteraard na consumptie van de laatste vier blikjes.
Karel aait de Markies d’Cattenbaque en werpt een blik op de wc-rol met opschrift “Rust Reinheid en Regelmaat”, die hij ter decoratie boven het dierensanitair heeft opgehangen.

Karel spoelt zijn ontbijt met een tweede biertje weg, zet zich achter zijn pc en opent zijn mailbox en Twitteraccount.
Er is geen urgente elektronische post en nadat hij zich een kwartiertje met de tijdlijn van de sociale netwerksite heeft beziggehouden en zelf ook enkele wellevende goedemorgentweets heeft geplaatst, opent hij zijn blogstek om een introductie betreffende zijn nieuwe huisgenoot te schrijven.
Hij besluit het blogje later via Twitter met de wereld te delen.

Even voorstellen. Mijn nieuwe beddeler: ©KaterOzzy

Het is een gecastreerd, zwart katertje van twee jaar en ik heb hem naar Osewoudt (hoofdpersoon uit De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans), Solomon (Burke), Otis (Redding), Smokey (Robbinson), Malcolm (X), Cassius (Clay), Mohammed (Ali), Rufus (Thomas), Chuck (Berry), James (Brown), Louis (Armstrong), Snoop (Dogg), Duke (Ellington), Nat King (Cole), Nelson (Mandela), Willson (Pickett), Ray (Charles), Stevie (Wonder) en Ozzy (Osbourne) vernoemd.
Maar hij luistert niet naar zijn roepnaam. Zo zijn ze. Die kattenbeesten.

The Prince of Darkness gaat op de muis van Karel liggen en tikt enkele letters op het toetsenbord aan. Hij is klaarblijkelijk niet erg ingenomen met de ontpoezemingen, die zijn nieuwe baasje over hem het wereldwijde web op wil sturen.
Karel duwt Ozzy met zachte hand weg en herstelt de schade aan het blogstukje.
Als het kattebelletje geblogd en gedeeld is, schiet hem te binnen dat hij die nacht op het idee is gekomen Murk te mailen over diens blog.
Sinds kort twittert Karel namens hem linkjes met verse hoofdstukken naar zijn volgers.
Murk is minder bedreven met de gratis internetdienst. Het valt hem zwaar zijn boodschappen in 140 tekens te persen en heeft daarenboven veel minder volgers dan Karel.
Karel vindt de thuispagina van Murks blogstek vrij oppervlakkig. Hij denkt dat hij er beter een persoonlijk accent in aan kan brengen om meer leesactiviteit te genereren.
Als hij zijn kanttekeningen aan Murk heeft verstuurd, komt er bijna direct antwoord.
“Bedankt. Ga er zo wat mee doen.“

Karel trekt nog maar eens een blikje open en stuurt via Twitter een directe boodschap naar een vrouw die hij al enkele maanden volgt. En zij hem terug.
Mireille heeft dezelfde interesses. Zij is dol op literatuur, taalkundig begaafd en liefhebber van bier.
Karel is indertijd via de tijdlijn met haar in gesprek gekomen over poëzie. Ze heeft een uitgebluste relatie met een niet al te beste dichter, die op een dag bij haar is komen aanlopen.
Na een tijdje heeft het contact tussen Karel en Mireille zich enigszins verdiept.
En sinds kort flirten ze een-op-een virtueel via Direct Message, de besloten sectie van het sociale communicatiekanaal.
Mireille heeft via Karel kennis genomen van de schrijfsels van Murk. Daar heeft zij taalkundig nogal wat op aan te merken. Karel heeft haar raadgevingen aan Murk overgebracht. De rol van postillon des belles-lettres past hem wonderwel.
Vanavond heeft Karel een afspraakje met haar. Hun eerste. Mireille komt helemaal uit Ederveeningen in Gelre voor een dichtersavond in Louloenen. In dichterscafé De Dakloze Dichter op het Jan Arendsplein. 
Een café bij hem om de hoek waar hij vaak komt. Toeval bestaat.
Karel tikt. Mireille tikt terug. Er wordt afgesproken elkaar op het hoofdspoorwegstation te ontmoeten. En hoe laat. Hoe ze elkaar kunnen herkennen.
Karel raadt Mireille aan op de ov-site te kijken hoe laat de laatste trein naar Ederveeningen vertrekt.
Mireille typt terug dat ze dat reeds heeft gedaan. Karel hoopt op ongeplande verstoringen bij de Gedogiaanse Spoorwegen.
Daarna vliegen er nog wat frivolere dingsigheidjes over het internet heen en weder.
Karel vindt dit gedeelte van de intieme conversatie tussen hem en de poëzieaanbidster minder geschikt voor de openbaarheid en besluit Murk te mailen dat hij liever niet heeft dat hij dit in zijn roman opneemt.
Karel heeft laten doorschemeren dat Mireille eventueel van zijn logeerkamer gebruik kan maken. Voor de vorm voegde hij er daarna aan toe dat haar dichtende vriend ook welkom is.
Mireille schreef terug dat er bij Dick weinig animo voor lange treinreizen bestaat.
Hij wil van haar afwezigheid gebruik maken om in alle afzondering zijn hobby, pornofilms kijken, te beoefenen. Zo vaak komt hij ook niet aan z'n trekken.
Of zij zelf van het aanbod gebruik zou maken, liet ze in het midden.
Om geen argwaan te wekken, heeft Mireille Dick wijsgemaakt dat Karel net een nieuwe vriendin heeft. Die uiteraard ook aanwezig zal zijn.
Ze heeft Dick enkele gedichten laten lezen, die Karel zogenaamd voor zijn verse vlam heeft geschreven. Liefdespoëzie, die in werkelijkheid voor haar bestemd is.

Karel vertrekt naar het station. Via een omweg om nog een paar biertjes bij de JanCampert te halen.
In het station is het verboden te drinken. Dat is voor Karel geen probleem.
Het eerste blikje heeft hij al op voor hij daar arriveert.
De trein is op tijd. Nadat er een eindeloze stroom passagiers is uitgestapt, ontwaart Karel Mireille.
Ze staren elkaar verlegen aan. Karel geeft Mireille een kuise kus op de wang en stelt voor de drukte achter zich te laten en ergens wat te gaan drinken.
''Er staat in het park achter het station wel ergens een bankje.''
Mireille vindt dat ergens wel een goed idee.
Het bankje wordt aangetroffen. Karel diept twee blikjes Den Doolaard bier uit zijn rugtas op.
Er wordt geproost op de liefde voor poëzie en de poëzie der liefde.
Mireille blijkt de Gedogiaanse poëzie van Haverschmidt tot Gorter te kennen.
Nadat zij een poosje haar favoriete gedichten heeft opgesomd, schuift de poëet iets dichter naar haar toe en haalt iets uit zijn broekzak.
''Moet je dit eens lezen. Een soort Ollekebolleke dat ik vanmorgen bij het verschonen van mijn beddengoed over mijn kater Ozzy heb geschreven.''

Dekbedhoezepoes
Bed verschonen moeilijk gedoe
Dekbed moet in de overtrek
Oei Bemoeipoes ook in hoes
Dekbed gestoei
Foei ga nou eens weg poes
Laat mij het toch doen
Dekbeddenhoezepoes
Hoeiboei hoeiboei

Mireille betoont zich erg geestdriftig over de kwaliteiten van het geschrevene.
''Tjeempie! Ik voel me bij jou net liesje in luiletterland. Wat is het leven toch vurrukkulluk. Zulke dingen schrijft Dick dus nooit.''
Aangezet door deze onvermoede triomf durft Karel met euvele moed een tweede gedicht uit een andere broekzak tevoorschijn te vissen.
''En dit heb ik over jou geschreven toen ik je nieuwe Twitter ava zag.''

In het RolandHolst van de nacht
Droom ik over jou
Voel me een God
In het diepst van mijn gedichten
Maar wat rijmt er op Mireille
Behalve je billen en je dije
Wil alleen maar duizelen
Zwijmelen in je ogen
Die ik toch het mooiste vind

Mireille nijgt haar hoofd naar Karel en smoort de onverhoedse vermetelheid van de dichter met een zoen vol op zijn mond.
Op het moment dat Karel zijn tong in de minnestrijd wil werpen, barst er een mals regenbuitje los.
Mireille trekt Karel mee. Weg van het bankje. Naar een plek onder een boom, nog niet verzadigd van hemelwater, die hen nog beschutting kan bieden.
Een vochtige zoen later klaart de lucht enigszins op en begint de boom zich van zijn watervracht te ontladen.
Kleddernat rennen Mireille en Karel naar een drogere plek. Terug naar waar hun prille liaison begon. Hand in hand. Gierend van de lach.
Dat beginstation is weliswaar overdekt, maar ongeschikt om elkander de liefde te bekennen. Te veel geluid. Te veel samen met al die anderen. Anderen, die wederom op weg zijn naar een tussenstation waar hun eigen geliefden wachten. Die anderen, die eigenlijk toch liever niet terug naar het eindstation van hun relatie willen. Van die anderen, die domweg van hier weg willen. Alleen of met zomaar niemand.
Karel en Mireille gaan naar een plek waar ze elkaar wel in alle rust lieve woordjes in de oortjes kunnen fluisteren.
Helaas is Murk aan zijn gelofte gebonden ook hierover verder geen details prijs te geven.

Na een uur van elkaar genoten te hebben, dwingt eetlust Mireille en Karel op zoek te gaan naar een eetgelegenheid. Ze belanden in een Chinees restaurant.
Na uitvoerig de menukaart te hebben bestudeerd, besluiten ze de rijsttafel voor twee personen te bestellen.
Bij de rijsttafel voor vier personen is een portie garnalen inbegrepen.
Karel vraagt of ze bij de tafel voor twee ook garnalen kunnen krijgen. Dat kan.
In afwachting van de maaltijd pakt Karel zijn opschrijfboekje. Hij heeft inspiratie voor een vers gedicht.
Hij laat het Mireille lezen. Haar schaterlach galmt door het restaurant en doet de half ingeslapen ober eraan herinneren dat hij gasten heeft. Hij snelt naar de keuken om de kok tot spoed te manen.

Rijsttafel
Ik sprong van stel op sprong
Tiptoede tussen tjap en tjoi
Van wok naar wong
En voor ik 't wist
Was ik tussen de sambalbijgerechten beland

De ober plaatst drie rechauds voor Mireille en Karel en moet nog enkele malen naar de keuken voordat alle spijzen op tafel staan. Tot Karels verbazing wordt er in plaats van een extra schaaltje garnalen nog een volledige maaltijd gebracht. Klaarblijkelijk was het toch te ingewikkeld een maaltijd voor vier personen in tweeën te delen.
Er blijft genoeg eten over om een middelgrote Chinese stad te voeden.
De prijs die afgerekend moet worden, valt nog alleszins mee.
Karel en Mireille verlaten het eethuis. De ober kan zijn dutje vervolgen.

Mireille en Karel gaan op weg naar De Dakloze Dichter.
Het is ruim twintig minuten lopen, maar er is nog bier.
En halverwege staat een bankje.
Karel haalt een map met gedichten uit zijn rugzak en begint een brokje poëzie dat hij onlangs heeft geschreven, voor te dragen.
''Dit is een lied voor Jules Deelder. Op de muziek van 'Gute Nacht, Freunde' van Reinhard Mey. Je weet wel die herkenningsmelodie van Met het Oog op Morgen.''

Goede nacht burgemeester
Het is tijd voor u te gaan
Wat ik nog even over u wilde zeggen
We zullen toch niet naar u dreggen
Mochten ze u de plomp in slaan

Mireille fronst haar wenkbrauwen.
''Heb je een hekel aan Deelder?''
Karel legt uit dat het een 020-010 dingetje is.
''Nee hoor. Het is een antwoord op wat die Deelder over Louloenen heeft gezegd.
Ze moeten in Rotknorrendam niet denken dat we dat over onze kant laten gaan.
Noem het polemische poëzie.
Ik heb er nog zo eentje.''

Deelder, jij vuig gebekte uit de Rijnmond
Vertoon je liever niet in onze zoete IJmond
Al heet die halve rondweg rond je stad de A20
En de heerbaan rond mijn stad de A10
Liever niet gezien, rijmt volgens mij op 010
En zo krijg je ook nooit gehoor in 020
Bij ons is een Deelder geen Gedogiaanse Daalder waard

Karel staat op het punt het deel van zijn nog te verschijnen dichtbundel Schrijfdorst dat hij Mireille nog niet heeft gemaild voor te gaan lezen.
Mireille kijkt op haar horloge. Om acht uur gaat het dichterscafé open.
Ze besluit PietPaaltjens en JacquesPerk aan deze JacquesBloemlezing te gaan stellen.
''Kom op, schat. Die kroeg gaat zo open. Ik wil erbij zijn voor het gedicht wordt.
Ik lees het later wel. Of draag ze anders daar maar voor vanavond.''
Karel verslikt zich. Aan optreden voor publiek groter dan één persoon is hij nog niet toe.
Mireille grinnikt. Ze kent het verhaal over de spreekbeurt die Karel op de middelbare school weigerde te houden, omdat alle pestkoppen hem aanstaarden.
''Ja, dat schreef je. Was je toen niet bijna blijven zitten op maatschappijleer?''
Karel knikt bevestigend.
''Ik was over met een taak. Heb in de vakantie een essay moeten schrijven.
Over seks geloof ik. Heb dat stuk nooit teruggevonden. Zou best grappig zijn om dat nog eens terug te lezen.''
Mireille en Karel bereiken de straat waar het dichterscafé in een voormalig kraakpand is gevestigd.
Er staan al wat belangstellenden voor de deur. Het café gaat ruim een kwartier te laat open.
Het zaaltje waar wordt voorgedragen, heeft een capaciteit van ongeveer vijftig personen. Voor de helft gevuld. Van de aanwezigen zit ruim tweederde met dichtbundels, mobieltjes en folianten op schoot. Gereed om het lage podiumpje te bestormen. Op weg naar eeuwige roem.
Karel kent de meeste dichters en hun kwaliteiten. Hij licht Mireille fluisterend in.
''Als zij straks voorleest, kunnen we mooi even een plaspauze inlassen. Of bier halen.''
Het niveau van het merendeel van de poëten is deze avond niet al te best. Mireille en Karel vertoeven een groot deel van de tijd in de bar.
Het dranklokaal bevindt zich in een belendende ruimte. Er is geen tap. Wijn en bier komen uit koelkasten.
Daarnaast is nog een vertrek waar amateurbandjes hun muzikale kunsten met wisselend succes vertonen.
Gedurende de avond maakt Karel aantekeningen. Ingevingen voor lichte versen.
Bij optimale omstandigheden dicht hij manisch impressief.
Als een van de groepjes een erbarmelijke vertolking van Bob Dylan's All Along the Wwatchtower ten uitvoering brengt, leidt dit er bij hem toe daar een Nederlandstalige versie van te schrijven.

Ik kom u God brengen, zo getuigde
De Jehovabezorger tot het wijf
Hij kreeg geen voet tussen de deur, ze vloekte hem stijf.
Heilsoldaten drinken mijn bier, boeren ploegen onvervaard
Iedereen staat voor niets, maar geen van allen is iets waard
Redeloos om je drukker te maken, zo sprak hij min
Er zijn zeer velen onder ons
Slechts denkend aan eigen gewin
Als jij en ik ons samen verder slaan
Bij het vallen van 't lot
Laten we dat niet valselijk doen
Want dan slaat de tijd het kapot

Dwalend rond de wachttoren, uitzicht op de top
Paardenmenners komen en gaan, voetpadenridders ook
Al ik kan, is het vogelvrije woord rijgen tot de zin
Wat ik heb, is het woord, ik pak je ermee in
Er is geen reden om je drukker te maken, zo sprak hij min
Er zijn sommigen onder ons, die slecht spreken van gewin

Jij en ik hebben het door gehad
Dat je het maar weet vandaag de dag
Laten we dat niet valselijk doen
Want dan slaat de tijd het kapot, kapot

Mireille merkt op dat Karel de hertaling best snel in elkaar heeft geJanRot.
Het compliment, in combinatie met het aantal biertjes dat hij inmiddels achter de kiezen heeft en de toestand van verliefdheid waarin hij zich bevindt, resulteert bij Karel in opmerkelijk gedrag. Hij begeeft zich naar een plek vlak voor het podium en begint te dansen. Dat doet hij anders nooit. En dan is hij ook nog eens de enige aanwezige die van deze mogelijkheid gebruik maakt.
Mireille kijkt toe hoe Karel als een soort doorgedraaide derwisj tijdens Johnny Cash' A Thing Called Love om zijn as tolt, met de band begint mee te zingen en vervolgens op een totaal ander type dans en lied overgaat.

It can lift you up, it can put you down
Take your world and turn it all around
Ever since time nothing's ever been found stronger than love
Men like me they worry and doubt
Trouble their minds day in and day out
Too busy a livin' to worry about a thing called love 

 
You put your right foot in,
You put your right foot out,
You put your right foot in
And you shake it all about.
You do the Hokey Pokey
And you turn yourself around,
That's what it's all about.

Aan het eind van deze wilde tour de force valt Karel bijkans om. In de armen van de toegesnelde Mireille. Ze troont hem mee. Terug naar de zaal waar de laatst optredende poëet zijn publiek zojuist in slaap heeft gesust. De laaghangende smog van door de overgebleven toehoorders in overvloed geconsumeerde jointjes die er hangt, kan hier ook debet aan zijn.
De laatste poëzieliefhebbers verlaten de zaal. Op Mireille en Karel na.
Karel pakt zijn map met gedichten. Betreedt de verhoging. Draagt voor.

Struisvruchten en Neuzelgroenten
Je hebt Zuurpruimen
Dus dan moeten
Zeikcitroenen Weenuien Zeurbesssen
Schaamvijgen Bloostomaten Schuilwortels
Uit het veld geslagen, verlepte kroppen Sla
Miskleunkiwi's Hangappels Sukkelbramen Kwezelkomkommers
Pretbananen Chillnoten Puikpeertjes
Toorndruiven Kregelananasssen Rotmispels
Kolerige Bloemkolen arglistige Andijvie spinnijdige Spinazie
Babbelrabarber Palaverpompoenen Zeverzemelen
Bonen die nu en dan in de waan verkeren
Koenkersen Stoutspruiten Kloekerwten Fierbessen
Manmoedige Maiskolven en Kousenbandeloosheid
Of Kwetsen toch eigenlijk ook best wel kunnen

Mireille applaudisseert geestdriftig en gebaart dat ze nu echt moeten vertrekken, omdat ze anders de kans lopen te worden ingesloten.
Karel maakt een kleine buiging en daalt met kleine sprongetjes de drie treetjes van het podium af.
De toegangsdeur van De Dakloze Dichter is al gesloten. Mireille en Karel worden door de bardame uitgelaten.
Het is al ver na middernacht. Er rijden geen treinen meer naar Ederveeningen.
Mireille kijkt Karel quasi verwijtend aan.
''Nou heb ik mijn trein ook nog gemist.''
Karel haalt zijn schouders op.
''Het aanbod om gebruik te maken van mijn logeerkamer geldt nog steeds. Dan kan je ook meteen met mijn kater kennismaken.''
Mireille giechelt.
''Katers kieken. Weer eens iets anders dan brommers.''

Als Karel de voordeur opent, komt Ozzy luid miauwend de gang in getrippeld.
Hij slalomt om Karel heen en schuurt tegen de benen van Mireille. Ze kirt.
''Wat een leukerd, lieverd. Hoe heet ie?''
Karel stelt zijn twee schatten aan elkaar voor.
''Ozzy, dit is Mireille. Mireille dit is ©KaterOzzy. Hij heet eigenlijk anders. Maar Murk heeft zijn naam om privacyredenen veranderd. Hij is nogal gesteld op zijn persoonlijke levenssfeer. Zit niet te wachten op stalkers of spam van de Partij voor de Dieren en zo.''
Karel gaat naar de keuken om het voederbakje en de waterkom van Ozzy te vullen.
Mireille loopt met haar vingertoppen langs de boekenkast, haalt er af en toe een uit.
Als Karel met twee flessen wijn en twee glazen terugkeert, heeft Mireille zich met een boek op de bank geïnstalleerd. Ze houdt het boek omhoog.
''Wiplala. Dat is een van mijn lievelingsboeken.''
Karel verontschuldigt zich voor het feit dat hij geen bier in huis heeft.
''Het bier was op. Wit, rood of water?''
Mireille kiest voor de bezonken rode. Karel schenkt de glazen vol. Reikt Mireille er een aan. Gaat naast haar zitten en brengt een toost uit.
''Op Annie M.G., tinkelende mannetjes en versteende dichters.''
Ozzy komt de huiskamer binnen en gaat tussen Mireille en Karel zitten.
Mireille kietelt de kater onder zijn kin.
''Oh, Ozziepoesie. Wat ben je toch een lekker dier.''
Ozzy laat zich deze stiefmoederlijke behandeling welgevallen, knijpt zijn oogjes behaagziek dicht en geeft kopjes terug.
Karel houdt zijn hand op. Vlak voor het gezicht van Mireille.
''Volgens mij heb jij een rijke fantasie. Stel je eens voor dat er een kaboutertje op mijn hand zit. Zie je het voor je? Oké dan. Kriebel hem nu eens onder zijn baardje.
Mireille voert de opdracht uit.
Karel hiklacht.
''Hahaha. Hij is een stuk groter dan jij dacht. Maar daar vindt hij het ook lekker.''
De rode wijn is op. Er is nog witte.

De fles witte wijn is half leeg. Mireille en Karel gaan naar bed. Met Ozzy en Wiplala.
De logeerkamer blijft onbenut.
Ozzy nestelt zich aan het voeteneind van Mireille. Zij gaat tegen Karel aan liggen.
Hij leest voor uit Wiplala. Mireille valt na twee pagina's in slaap.
Karel legt het boek weg. Voordat hij het licht uitdoet, kroelt hij zachtjes onder de kin van Mireille.
Zij reageert op dezelfde manier als Ozzy dat eerder die nacht deed.

Karel staat op, verlaat het bed, daalt de trap af, struikelt over een kater en bezoekt het toilet.
Mireille komt de keuken binnen als hij zich aan het prepareren van een stevige pot koffie wijdt.
Karel schenkt twee mokken vol, pakt een pak koffiemelkcupjes uit de koelkast en duikt een keukenkastje in. Mireille kijkt vragend.
''Wat doe je?''
''Wilde je een klontje suiker geven. Ik moet hier nog ergens een doos vol hebben.''
''Ik drink mijn koffie puur natuur, schat. Zoals ik de liefde omarm. Zonder toevoegingen.''

Mireille vertrekt om een vroege trein naar Ederveeningen te halen.
''Tot snel, schat. Ik zag dat je Erik of het klein insectenboek en Pinkeltje ook in je kast hebt staan.
Die mag je me volgende keer voorlezen. Als je belooft dat je dat net zo heerlijk doet als vannacht.''

Karel neemt nog een mok koffie en dicht.


De nacht van de lege flessen
De huiswijn was wit lichtzinnig zoet zacht en fruitig
Zij drong zich aan mij op en voelde zich meteen thuis

Voordat hij terug naar bed gaat om nog wat dagrust te pakken, stuurt hij zijn jongste poëem via een Direct Message aan Mireille. Ze zal het wel lezen als ze thuiskomt.


Natte droom
Ik heb vannacht over je gedroomd
Een gekuiste versie in de regen
Maar ik kan het niet ontkennen
Ook droog val je me niet tegen














Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen