vrijdag 19 juli 2013

De Zomer van Levi Leipheimer hoofdstuk 3



-3-

Murk vertrekt, vervuld van goede voornemens, naar de bibliotheek, om daar een groot deel van de dag aan zijn roman te gaan werken.

Na een paar uur heeft Murk er meer dan genoeg van.
Er is sprake van dorst.
Het is niet duidelijk of dit komt door de lage vochtigheidsgraad, die in de BBB wordt gehandhaafd om de boeken in een goede conditie te houden, of dat Murk gewoon een alcoholische inslag heeft.
Het schrijven van een boek lijkt verdacht veel op werk en heeft Oscar Wilde immers niet gezegd dat werken de pest is voor de alcoholische klasse?
Murk besluit naar buiten te gaan om een biertje te nuttigen.

Als Murk bij de Vondelkerk arriveert treft hij daar Eddy Dubois aan.
Hij is alleen en blijkbaar nog niet echt in de stemming om gezelschap te verdragen.
Murk vreest dat het hier een post-bacchanale depressie betreft, want op de vraag hoe hij zich voelt, antwoordt Eddy wel erg negatief.
“Niet!”
Na een tijdje klaart Eddy op en nodigt Murk uit voor een barbecuefeestje, dat later die week ten gelegenheid van zijn verjaardag bij het bankje voor de kerk zal worden gegeven.

Murk neemt afscheid en loopt naar de JanCampert om bier te gaan halen.
Hij ontdekt dat hij nog maar weinig geld heeft en besluit maar weer eens met toeristen aan de slag te gaan.
Een groep Australische jongens is op zoek naar het Red light district.
Murk legt uit hoe ze moeten lopen en waarschuwt hen alvast voor de Bananenbar.
“I‘ve promised my mother not to go there, but I heard some rumors about that bar.”
“Youll better wear a helmet, it seems that the working girls there shoot with bananas from somewhere below the waist, you never know where they hit you, bananas are like boomerangs."
Wanneer Murk de lachende Aussies geld vraagt geven ze genoeg om de dorst, die hij inmiddels van het praten gekregen heeft, te gaan lessen.

Bij de JanCampert komt Murk Julio Bierman tegen.
Murk kent hem nog uit de tijd dat hij het niet alleen bij bier hield.
Julio heeft zijn leven ook gebeterd.
Ze lopen samen via de Ronald Giphartsteeg het Quartier Jardin in, de wijk waar vroeger veel gevluchte Franse hugenoten woonden.
Heden ten dage is de Jardin een buurt met veel boekwinkels en studentenhuizen.

Murk vertelt Julio over de ontstaansgeschiedenis van zijn roman.
Het verbaast Julio dat het Murk lukt om dag in dag uit uren zonder bier in de bibliotheek door te brengen.
Murk doet een poging een intelligenter gezicht te trekken dan op grond van zijn verslavingsverleden te verwachten valt.
“Ik kan ook hele dagen lezen.”
“Ik woonde vroeger in een buurt met weinig leeftijdsgenootjes en heb geleerd me in mijn eentje te vermaken.”
“En gelukkig leerde mijn moeder me op mijn vierde al lezen en schrijven.”
Het streven van Murk om vandaag niet weer dronken te worden sneuvelt ergens tussen het zesde en achtste biertje.
Het wordt laat.
Murk en Julio nemen afscheid voor het GijsbrechtvanAmsteltheater op het Arthur Japinplein.

Gelukkig weet Murk altijd behouden thuis te komen.
“Je  hoeft immers eigenlijk alleen maar de hoofdleidingen van de trolleybussen in de goede richting te volgen om bij het hoofdspoorwegstation en de pont te komen."
Bij het stoplicht voor het station wordt een toeriste, die wel oversteekt, bijkans overhoop gereden door een auto.
Een man grijpt haar nog net op tijd bij de schouder.
 “I like to pick up women in one piece!”

Murk komt thuis en vraagt moeder of er nog post is.
Het antwoord, dat ma Hemelsoet geeft, bevreemdt Murk toch nog enigszins.
“Er zat weer niks in de vuilnisbak."




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen