donderdag 24 november 2016

Winterverleiding hoofdstuk 6

-6-

I have endeavoured in this Ghostly little book, to raise the Ghost of an Idea, which shall not put my readers out of humour with themselves, with each other, with the season, or with me.  May it haunt their houses pleasantly, and no one wish to lay it.
Their faithful Friend and Servant, 
Charles Dickens A Christmas carol
December, 1843.

Het is de dag voor Kerstmis. De dagen worden alweer langer.
Bij de post zit een kaart van neef Roel. Hij heeft een van de kerstmutsen die Murk op pakjesavond voor de familie de Mol heeft meegebracht, gebruikt om een vreemde kerstboodschap te fabriceren.

  De Kukeleku Klux Klan 
  wenst u een witte Kerstmis
Murk zet de kaart naast de kaart die hij het vorige jaar van zijn neef mocht ontvangen.
 
Jezus Christmas


Murk gaat boodschappen doen en neemt een gratis krant mee.
De voorpagina brengt het nieuws dat er dit jaar met Kerst minder mensen buiten de deur gaan eten.
Het is ook helemaal geen weer om te picknicken. Volgens de weervoorspellingen zal het de koudste Kerst van deze eeuw worden.
Murk gaat een paar uur naar de BBB. Hij kan thuis ook schrijven en daarbij gebruik van het internet maken, maar met zijn draadloze verbinding kan hij geen streams uploaden zonder dat hij zijn limiet overschrijdt, wil hij deze maand niet opnieuw een gepeperde rekening ontvangen en er zijn nog wat gemiste tv-programma’s die hij graag wil bekijken.

Murk heeft de hele vorige dag thuis doorgebracht. Hij heeft geschreven en door zijn schriften met aantekeningen gebladerd. Hierbij is hij de rudimentaire versie van Seizoensgebonden, die hij aan het begin van het jaar heeft geschreven, tegengekomen. Dat lijkt nu erg lang geleden.

Later die avond las hij in de tv-gids dat er de hele kerstvakantie afleveringen van Tita Tovenaar zijn geprogrammeerd.
De televisieserie Tita Tovenaar werd in de jaren 1972-1974 uitgezonden. Het is Murks favoriete kinderprogramma aller tijden.
Ma Hemelsoet keek Murk vreemd aan toen hij een gat in de lucht sprong. Zij dacht waarschijnlijk dat haar zoon kinds begon te worden. Volgens haar is iedereen constant in de war.

Murk wordt altijd ietwat kribbig van de Kerst. Hij snapt niet waarom mensen kerstbomen in huis halen. De mensen zijn met de feestdagen niet al te diervriendelijk en het omzagen van bomen is in zijn opinie ook niet erg plantaardig. Hij stelt zich altijd voor hoe je dat soort gewoontes aan buitenaardse wezens zou moeten gaan uitleggen. Ze zullen vast niet begrijpen dat de bewoners van deze planeet bomen nodig hebben om een gezellige sfeer te creëren. Het is immers logischer dat je door de aanwezigheid van leuke mensen in een goede stemming komt.

Na een paar uur in de bieb is Murk flink opgeschoten met schrijven en heeft ondertussen ook bijna alle talkshows, waar hij de afgelopen week geen tijd voor heeft gehad, via uitzending gemist terug kunnen luisteren.
Er is nog tijd genoeg om een paar biertjes voor onderweg te halen en op tijd thuis te zijn om Tita Tovenaar te zien.

Bij het passeren van de kerstboom op de Jacob Catsplaetse is Murk in een opperbest humeur en bralt dat luid uit.
''Iedereen kan wat mij betreft de boom in, dan is dat ding toch nog ergens goed voor.''

Murk wankelt de pont af en begint Ik Ben Een Kerstbal van Bert en Ernie te zingen.

Als Murk thuis de televisie aanzet, wacht hem een diepe teleurstelling. Het is niet de originele Tita Tovenaar die in beeld verschijnt, maar een remake.
De nieuwe reeks blijkt van dezelfde lopende band als Kabouter Plop, Piet Piraat en de K3-films te zijn gekomen. Dochter Tika is niet de blonde vamp waar Murk toen hij elf was in stilte naar verlangde. Kwark heeft een vaag Vlaams accent en zegt steeds dûh en het ziet er naar uit dat toverpappa Tita aardbeziën eerder in zakken friet dan in kamelen zal gaan veranderen. Het lijkt erop dat alleen de grobbebollen uit de mottenballen zijn gehaald.
Murk zucht.
''Zo moeten mensen zich voelen die na lange tijd naar hun land van herkomst terugkeren en dan ontdekken dat het rijk waar ze hun jeugd hebben doorgebracht niet meer bestaat.''
Het verleden komt nooit meer terug.

Murk zet de tv uit, gaat naar zijn werkkamer en mailt Jacqueline over zijn desillusie.
Zijn zus mailt meteen terug.
“Ik heb de originele serie nog op DVD, die mag je wel lenen. Roel en Franka kijken er toch niet naar, die vonden het eng en stom”.
Murk remailt.
“Ze waren dan zeker en vast nog erg jong toen ze het zagen. Je moet Paulus de Boskabouter eens terugzien, dat is pas eng”.
De serie Paulus de Boskabouter uit 1965 wordt deze week elke ochtend herhaald.
Er komt een regenworm in voor die naar de naam Eumenia luistert. Eumenia draagt immer een boerka, omdat ze verlegen is, en vertoont onderdanig gedrag ten opzichte van haar eega Joris het vispaard. De heks Eucalypta uit de serie lijkt sprekend op Sanne Wallis de Vries. Ze heeft vrijwel dezelfde neus, hangwangen en uitpuilende ogen.


Murk maakt avondeten, als hij de huiskamer binnenkomt met de dampende pannen blijkt Ma al naar bed te zijn. Hij eet en besluit nog een paar uur achter zijn laptop te gaan zitten schrijven. Er is toch weinig op tv.

Laat op de avond is er nog wel een interessant programma.
Jeroen Pauw heeft vijf jaar eerder een aantal bekende Gedogianen geïnterviewd en dit gekoppeld aan gesprekken die hij onlangs maakte.
Deze avond is de uitzending aan Theo van Gogh gewijd. Omdat deze er zelf niet meer bij kan zijn heeft Pauw met familie en vrienden gesproken. Moeder van Gogh en vriend en zakenpartner Gijs van Westerlaken zijn het er over eens dat Theo manisch, maar niet onhandelbaar was.
Daarna worden er fragmenten vertoond van het gesprek dat Pauw met van Gogh had.
Het is een vreemde gewaarwording Theo over zijn toekomstige dood te zien spreken.
Pauw vertelt Theo dat drie van de vijf mensen die hij hierover sprak van mening waren dat hij in de komende vijf jaar zal overlijden. Theo lacht heel hard en wuift het idee dat hij spoedig zal sterven met een grote rookwolk uit zijn sigaret weg.
''Ik heb ernstig het gevoel dat ik zevenentachtig of daaromtrent word, maar zalig zijn de onnozelen van geest. Het moment van doodgaan zelf lijkt me niet aangenaam en stel je voor dat ik in de Islamitische hemel terecht kom!''
Jeroen Pauw oppert dat er ook leuke aspecten aan dat toekomstbeeld kleven, maar Van Gogh wil niets van het idee, dat er tweeënzeventig maagden op hem wachten, weten.
''Misschien krijg ik wel ontzettend op mijn donder van Allah.''

Murk zet de televisie af, gaat naar bed en droomt over het verleden.


The past, past, well now let me tell you about the past
The past is filled with silent joys and broken toys

 The Shangri-las: The past, present and future
Arthur Butler, Jerry Leiber, George Francis Morton

Murk en Julio zitten op het bankje voor de Vondelkerk.
Julio lurkt aan een crackpijp. De rookwolken drijven over de gracht. Julio reikt Murk de pijp aan, deze weigert beleefd en vraagt zijn voormalige broeder in dope of hij niet bang is betrapt te worden.
''Ben je niet bang dat de politie je zo ziet, anders ben je nooit zo onvoorzichtig.''
Julio trekt genietlachend aan zijn pijpje.
''Dit is toch maar een droom. Weet je zeker dat je geen trekje wil?''
Murk volhardt in zijn ontzegging.
''Dat is verleden tijd, je weet toch dat ik gestopt ben.''
Julio loeilacht.
''Dit is het verleden, kutjanis! Dit is een droom over vroeger.''
Het valt Murk nu pas op dat Julio zijn oude kloffie aan heeft.
''Ik vond al dat je wat vreemd gekleed was, de laatste tijd liep je steeds in nieuwe kleren.''
De vrienden halen herinneringen op aan de dagen dat ze in stegen en donkere portieken crack rookten. Er schiet Julio een gebeurtenis uit voorbije tijden te binnen.
''Weet je nog die keer dat we samen zijn opgepakt?''
Murk heugt het zich als de dag de dag van gisteren.
''En die keer dat we met Ewald zaten te roken toen er een man met een paraplu op ons af kwam die een deel van de drugs opeiste. Ik stond op, gaf mijn bril aan jou en vroeg of je die even vast wilde houden. Aannemend dat jullie me wel zouden helpen als hij daadwerkelijk zou willen knokken en hij niet zou weten dat ik blufte.''
Julio haalt een andere geschiedenis op.
''En die andere keer met Ewald. We waren toevallig weer net aan het gebruiken en er dook politie op.''
Het voorval staat Murk nog helder bij.
''We stopten onze pijpjes snel weg. Die agent vroeg wat we aan het doen waren en Ewald antwoordde met een vette grijns dat we 'doelloos aan het rondhangen' waren. Daar kwamen we erg goed weg.''
Murk vertelt over de middag dat hij een balletje wilde gaan halen bij het hoofdspoorwegstation en er geen dealer te vinden was, omdat er juist een bommelding was gedaan..
''Toen de afzetting na ruim een uur werd opgeheven, dook Nasty uit de metro op en waren er ineens wel tientallen kopers. Hij gaf bevel op onze beurt te wachten. Daar stonden we dan, keurig in een rijtje op de trap bij de ingang.''
Julio proestlacht.
''En toen we die bal gratis kregen! Er werd geroepen dat er scotoe aan kwam en Boeroe was zo bang weer opgepakt te worden dat ie vergat ons geld aan te pakken.''
Murk kreunlacht.
''Ben blij dat ik er van af ben. De hele dag proberen geld bij elkaar te krijgen om iets te kunnen kopen en dan lang zoeken om iemand te kunnen vinden.''
Julio meldt dat hij ook erg blij is dat ie ervan af is.
''En dan blijk je een nepbal te hebben gekocht en kan je weer opnieuw beginnen met hosselen.''
Murk vult aan.
''Heb je weer geen tijd meer om voor andere eerste levensbehoeften te zorgen. Ben je net te laat bij die bakker die gebak en broodjes van de vorige dag uitdeelt.''
Julio haalt een anekdote boven uit de tijd dat hij zich nog bij het verdeelpunt waar daklozen zich konden melden om aan 'nieuwe' kleren te kunnen komen.
''Daar vroegen ze wat je nodig had en dan kreeg je een nummertje. Er stond dus een gozer voor me in de rij die riep dat hij een nieuwe vriendin nodig had. De oude was net bij hem weggelopen.''
Er schiet Murk een souvenir de memoire te binnen.
''Oh ja, daar ben ik ook wel eens geweest. Mijn schoenen waren aan vervanging toe. Ik ben drie keer op weg gegaan, maar er kwam steeds wat tussen.De eerste keer was ik er al bijna, maar kreeg ik tien florijn van een toerist die ik hielp en ben toen toch maar drugs gaan halen. De tweede keer was ik veel te vroeg, ben eerst een biertje gaan drinken en werd opgepakt, omdat er daar een alcoholverbod gold.''
Julio informeert of Murk geen moeite meer heeft om van de drugs af te blijven.
Murk kermt.
''Ik kreeg eens duizend florijnen voorschot van de Dienst Werk en Uitkeringen en wilde dat bedrag zoals was afgesproken op vijftig florijnen na op de rekening van mijn zus storten. De machine van de bank waar je geld kon storten, was buiten gebruik en terwijl ik stond te wachten tot die werd gemaakt, liepen er in werkelijkheid, of in mijn verbeelding, constant dealers langs. Eindelijk kon ik mijn geld afgeven en toen bleek de vrouw van de bank die me daarbij hielp het hele bedrag te hebben gestort. Ik had zelfs geen geld meer om een biertje te kunnen kopen. Het gaat nu wel beter, ik denk er steeds minder aan. De laatste keer dat ik het echt moeilijk had, was toen ik een verjaardagscadeau voor mijn nicht Franka kocht. Ik was zo blij dat het me was gelukt de verleiding van de dealer, die ik net daarvoor was tegengekomen, te weerstaan dat ik met tranen in mijn ogen op de roltrap van het warenhuis stond.''
Murk snuifgrijnst en verwijlt in zijn memorie.
Het was in die dagen dat Murk geen kerstfeest vierde en liever de bloemetjes buiten dan de kerstboom binnen zette.
Julio en Murk liepen over het Brederoplein toen het begon te hagelen. Al spoedig was het plein bedekt met een dik tapijt van hagelstenen. Murk deed een poging grappig te zijn en vertelde Julio dat hij het balletje dat hij net had gekocht verloren was.
''Als je me helpt het te vinden, delen we het samen.''
Een klein uur later kwam Murk Julio opnieuw tegen en kreeg spijt van zijn eerdere opmerking.
Julio vertelde hem dat hij ondertussen Ewald had ontmoet die in werkelijkheid een baseballetje tussen de hagel had gevonden en zij dat inmiddels al samen hadden geconsumeerd.
''Ik zal nog eens zo'n grap maken!''
Julio rukt Murk los uit zijn gedachten.
''Je mag best trots zijn dat het het je gelukt is. Ben ik ook op mezelf.''
Eddy voegt zich bij het tweetal.
Hij herinnert hen aan eerdere Kerstmissen. Hoe zij altijd dronken op straat Mud’s It will be lonely this Christmas liepen te zingen.
Op het moment dat het drietal op het punt staat deze traditie voort te gaan zetten, beginnen de klokken van de Vondelkerk te slaan.

Murk wordt wakker.
Hij ligt gewoon in bed.
In de verte slaat de klok van de GodfriedBomanskathedraal.
Murk telt de slagen. Twaalf.
Het is middernacht. Het begin van Eerste Kerstdag.



 









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen