zondag 20 november 2016

Winterverleiding hoofdstuk 5

-5-

Een mens doden betekent nooit een leer verdedigen, maar: een mens doden.
Stefan Zweig
Castellio gegen Calvin oder ein gewissen gegen die gewalt(1936)

Waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.
Heinrich Heine(1820)

Murk zit te schrijven in de BBB. Het gebouw staat te schudden op zijn grondvesten.
De bibliotheek staat naast het gebouw waar vroeger de nationale post gevestigd was.
Murk heeft daar indertijd vele blauwe maandagen gewerkt.
Het gebouw wordt gesloopt. Het laatste wat de voltooiing van de zuidelijke Doolaardboulevard in de weg staat.
Murk denkt terug aan een kerstperiode, jaren geleden, toen hij er nog werkte.
Een bedrijf had duizenden pakjes met kapotte kerstballen aan zakenrelaties gestuurd, met daarbij een kaartje waar een grappig bedoelde boodschap op stond. De afdelingschef hoorde enkele pakjes rammelen, controleerde de inhoud en zag tot zijn schrik dat alle ballen kapot waren. In blinde paniek belde hij het bedrijf om hen op de hoogte te stellen van de schade aan hun zending.

Murk schrijft tot hij een hoofdstuk heeft voltooid en gaat daarna een tentoonstelling op de tweede verdieping bekijken.
Daar heeft hij nog tijd voor, alvorens hij naar de kerstlunch van de DoeschkaMeijsingkliniek vertrekt.
Murk heeft daar na zijn therapie een paar computercursussen gevolgd. Een belangrijk onderdeel van zijn terugkeer naar een normaal leven.

De expositie handelt over Stefan Zweig. Een Joodse schrijver die in 1881 in Wenen werd geboren.
In de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich vrijwillig voor militaire dienst. Na twee weken werd hij in de archiefdienst tewerkgesteld en ging hij deel uitmaken van de oorlogspersdienst.
Na afloop van de oorlog werd hij een uitgesproken pacifist. Dit werd mede versterkt door zijn vriendschap met de Franse schrijver Romain Rolland.
De opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland veranderde zijn leven, zijn boeken kwamen op de lijst van verboden boeken en werden eerst in Duitsland en later ook in Oostenrijk verbrand.
Er is een anekdote over Zweig die door de stad loopt en een grote schare mensen om een brandstapel ziet staan. Als hij zich nieuwsgierig bij de menigte aansluit, ziet hij tot zijn schrik dat zijn eigen boek in het vuur wordt geworpen. De hatelijke uitroepen die geschreeuwd worden, doen hem besluiten snel door te lopen.
Het hem omringende fanatisme van de nazi’s en hun tegenstanders inspireerde Zweig tot een humanistische levensopvatting en een uitgesproken voorkeur voor een onverdeeld Europa. Hij verweet zijn persoonlijke held Erasmus dat deze in zijn tijd op cruciale momenten geen stelling nam om gewelddadigheden te voorkomen. Deze koos, in Zweigs ogen, te veel voor zijn persoonlijke onafhankelijkheid en benutte de kansen om humane oplossingen te vinden niet, omdat hij geen partij koos.
Toen nazi-Duitsland zijn invloed naar zijn vaderland begon uit te breiden, vertrok Stefan Zweig naar Londen.
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd hij Brits staatsburger. Reisde verder naar New York en later door naar Argentinië, Paraguay en Brazilië. Steeds verder en verder, alsof de oorlog hem op de hielen zat.
In 1942 pleegde hij samen met zijn vrouw zelfmoord, maar niet voordat hij zijn herinneringen aan het oude Europa had opgetekend. Hij wist dat, welke partij de oorlog ook zou winnen, het continent voorgoed veranderd zou zijn en dat wilde hij niet meer meemaken.

Murk neemt de trolleybus naar de DoeschkaMeijsingkliniek.
Het is voor het eerst in bijna een jaar dat hij hier weer komt. De hele benedenverdieping van de afdeling activering is omgetoverd tot een winterwonderland. Mensen met kerstmutsen dwalen door een woud van kerstbomen, omhangen met bossen engelenhaar en ballen. Heel veel ballen.
Murk gaat in de rij voor het buffet staan, neemt iets te eten en kijkt om zich heen, op zoek naar oude bekenden. Het is leuk om af en toe een nieuw gezicht te zien, maar hier zijn alleen maar oude gezichten die hij niet uit de periode dat hij de computercursus volgde, kent.
Opeens springt een jonge hond tegen Murk op. Het is Schwalbe. De teckel van Arthur herkent hem nog.
Zijn baas, Arthur, begroet hem rustiger, meer passend bij de waardigheid van zijn leeftijd en dubbele achternaam, die adellijke afkomst doet vermoeden.
Arthur is een voormalig alcoholverslaafde, die het van whiskykid tot whizzkid heeft weten te schoppen.
Toen Murk hem leerde kennen was hij de begeleider van de computerclub en gaf hij cursussen en dat blijkt nog steeds het geval te zijn.
''Hoe gaat het met je moeder?'' informeert Arthur.
''Met ma gaat het zijn gangetje. Een slakkengangetje weliswaar,'' antwoord Murk.
Hij vertelt hoe de lichamelijke en geestelijke toestand van zijn moeder het laatste jaar achteruit is gegaan.
''De rest van haar dagen zijn het supplement van haar herinneringen. Het lijkt mij dat ze niet zo'n leuk leven meer heeft. Zo wil volgens mij niemand oud worden.''
Er loopt een klein, als kerstman uitgedost mannetje langs. Een van de cliënten van de kliniek botst tegen hem op en laat het bord, dat hij voor zijn kop had, vallen.
De pseudo Santa Claus geeft een brul en probeert de stukken salade uit zijn baard te verwijderen.
''Ho, ho, ho!''
De man die zo ongelukkig was Father Christmas te bezoedelen, reageert enigszins verbolgen.
''Ho zeg je tegen een paard en ho, ho, ho tegen een rendier.''
Murk praat nog een tijdje met Arthur en maakt een obligaat grapje over de hoge opkomst.
''Het lijkt wel of er gratis drank wordt verstrekt.''

Als Murk zich een uurtje in het feestgedruis heeft gestort, gaat hij op een bankje zitten en pakt zijn kladblok om enkele aantekeningen voor zijn roman te maken.
''Wat schrijf je?'' klinkt een zware stem achter hem. ''Een verhanglijstje?''
Murk draait zich om, kijkt de man aan en vraagt hem wat hij met een verhanglijstje bedoelt.
''Een lijstje met dingen die je nog wil doen voordat je…'' bromt de man. Hij maakt zijn zin niet af, maar van zijn gezicht valt af te lezen dat hij geen zalig einde bedoelt.
Murk stelt zich voor de zoveelste keer die dag aan een nieuwe onbekende voor:
''Hallo, ik ben Murk Hemelsoet. Ik ben een ex-gebruiker van de faciliteiten van de DoeschkaMeijsingactivering.''
De ander stelt zich voor als Arie Evenblij en vertelt dat hij deelneemt aan de muziekcursus.
Ze praten een tijdje over de muziek die gedraaid wordt. Die is dik in orde. De betere, swingende gospels en nummers van het legendarische Phil Spector album A Christmas gift for you.
''Er wordt tenminste geen muziek gedraaid waar mensen depressief van worden en dan naar de drank grijpen,'' poneert Arie. ''Er zijn al genoeg mensen die moordneigingen krijgen, of de hand aan zichzelf willen slaan, als ze Wham’s Last Christmas, Chris Rea's Driving home for christmas of een van die andere vreselijke Sky Radio kerstsongs horen.''
Murk huldigt het standpunt dat zelfmoord plegen wel het laatste is dat hij zou doen.
''Het leven is al zo kort en er is nog zoveel wat ik wil beleven.''
Hij vertelt Arie wat hij aan het noteren was en doet verslag van zijn schrijfactiviteiten.
Arie vertelt dat zijn vriendin hem heeft bezworen dat ze hem nooit meer aankijkt als hij een einde aan zijn leven zou maken.
''En ik ben het ook helemaal niet van plan,'' verklaart Arie. ''Ik heb last van ontbindingsangst. Ik wil het finale rottingsproces zo lang mogelijk uitstellen.''
Arie neemt afscheid en Murk hervat zijn geschrijf met het maken van een soort palindroomgedicht.

Uiteindelijk
lijk
einde
uit

Allengs heeft iedereen zich voldoende volgevreten. De een na de ander vertrekt. Bij de uitgang worden kerstpakketten uitgedeeld.

Murk gaat direct naar huis. Het is de hoogste tijd om voor ma te gaan zorgen.

Als Murk thuiskomt, zit Ma Hemelsoet te ontbijten. Zij heeft zojuist zelf koffie gezet. Murk had de voorbereidingen voor zijn vertrek al verricht, om te voorkomen dat ze zou vergeten water in het apparaat te doen. Of koffie.

Murk smeert een paar boterhammen en luistert ondertussen naar het nieuws op de radio. Het lijkt wel of het hele bulletin uit leuke, rare berichten bestaat.
Een vreemde vogel in Berlijn hield 1700 parkieten in zijn tweekamerwoning. Hij lijdt aan Birdhoarding, een zeldzaam syndroom waarbij de patiënt op een ziekelijke en obsessieve manier vogels kweekt en verzamelt.
Er zijn in Gedogia ook mensen die heel veel vogels houden. Dat wordt getolereerd zolang je daar maar geld mee verdient en er keurig belasting over betaalt.
Murk zou niet graag naast een bedrijf wonen waar honderdduizend kippen worden gehouden. Zijn leus is dan ook: ‘beter een vogel in de pan, dan de lucht van een legbatterij’.
Het volgende bericht behelst de uitreiking van een prijs voor een energiebesparende uitvinding. De winnaar wil terrassen verwarmen met de energie die vrijkomt bij het koelen van bier.
Daarna volgt treuriger stemmend nieuws. Peter Falk, de acteur die vijfendertig jaar politie-inspecteur Columbo speelde blijkt aan Alzheimer te lijden.
Volgens Murk was Falk altijd al erg vergeetachtig. Hij nam in elke aflevering steevast afscheid van de vermeende dader van een misdrijf en kwam dan bij de deur op zijn schreden terug. Om daarna nog een vraag te stellen.
De uitzending besluit met politiek. Rita Verdonk komt eindelijk met concrete plannen. Zij wil de files daadkrachtig gaan bestrijden.
Haar woordvoerder, René Lancee, stelt dat er op Schiermonnikoog geen opstoppingen zijn, omdat er op het eiland geen stoplichten zijn.
''Er moet ook meer op verdrijvingsvlakken worden gereden, waar heb je anders een weg voor als je er niet op mag rijden!''
Volgens Verdonks zegsman moet, om het verkeersinfarct in Gedogia op te lossen, het percentage verkeerslichten dat op groen staat van 50 naar 75 stijgen.
Murk overdenkt dit bezopen idee. Als er op een kruispunt van drie kanten mag worden doorgereden, zal dit ongetwijfeld tot meer ongevallen leiden. En de toename van het aantal doden in het verkeer zal dan potentiële donoren opleveren. Nog een eenvoudige oplossing van weer een ander probleem dat Rita dan kan claimen.
Zo heeft Murk ook wel eens enkele vraagstukken tussen het drinken van het derde en het vierde biertje opgelost.
Je zou meer mensen thuis kunnen laten werken en studeren. Of in een kantoor, of op een school in de buurt, de mogelijkheid kunnen bieden online te gaan. Als er 10% minder mensen op pad hoeven, is het grootste gedeelte van de files opgelost. De tijd die hiermee bespaard wordt, kan men mooi gebruiken om mantelzorg aan behoeftige familieleden of buurtgenoten te verlenen. Voor de mensen die wel ergens fysiek aanwezig moeten zijn, wordt het dan makkelijker en veiliger om hun bestemming te bereiken.
Verdonk heeft ook plannen om gelukzoekers te weren. Zij vergeet hierbij dat er door vergrijzing binnen een paar jaar een groot tekort aan arbeidskrachten zal ontstaan.
Wat is er toch mis met mensen die geluk zoeken. Velen onder hen zullen bereid zijn zich enthousiast voor de maatschappij in te zetten als ze een tijdelijke werkvergunning verkrijgen.
Als je in een wrak bootje een arm land bent ontvlucht, is het zeer aannemelijk dat je iets over hebt voor het land waar werk wordt aangeboden. Waarschijnlijk ook meer dan mensen die hun hele leven al in een Luilekkerland wonen.

Murk dient het eten op. Moeder vertrekt bijna meteen na het eten weer naar haar bed.
Ze geeft Murk nog een goed bedoelde raad voor de rest van de avond.
''Kijk uit dat je niet van de trap valt. En doe de tv uit als je naar bed gaat!''
Ma voelt zich overbodig als ze zich niet overal mee kan bemoeien. Toen er een nieuwe wasmachine werd bezorgd, stond ze erop de twee beren van mannen, die op de smalle trap het gevecht met de zwaartekracht waren aangegaan, te komen helpen.

Murk geeft zich nog een uurtje over aan de verpozing die de televisie hem pleegt te bieden en zoekt dan zijn eigen legerstede op.

Die nacht schrikt Murk wakker van een doffe plof, gevolgd door amechtig gekreun.
De geluiden zijn veroorzaakt door ma Hemelsoet. Ze is van de trap gevallen. Moeder was op de terugtocht naar bed. Ze heeft nog iets gegeten, terwijl ze tv keek. Gelukkig is er slechts sprake van blauwe plekken.

Murk doet de televisie en lichten uit. Dat was ma vergeten. En gaat weer slapen.


 













Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen