woensdag 22 februari 2017

Lentebal hoofdstuk 6

-6-

Sonnet V (1894)
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.
En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor 't heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.
-- En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb're leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed
En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar 'k niet langer woorden vond.
Willem Kloos (1859-1938)

Murk wordt wakker.
Hij heeft de vorige dag weinig tijd gehad om het nieuws te volgen.
Er was bezoek van Rob en Maike Talsma, zus Jacqueline en zwager Erwin.
Bij het kijken naar het vroege journaal ziet hij pas wat er die dag is voorgevallen.
De voltallige PVV-fractie is aan het begin van een debat over de aanpak van de financiële problemen, die door de kredietcrisis zijn ontstaan, boos weggelopen uit de Tweede Kamer.
Dit gebeurde nadat de fractieleider van het CDA de opmerking had gemaakt dat verdere discussie overbodig was, omdat er toch wel een meerderheid voor de plannen te vinden was.
Geert Wilders vond dat het demissionair kabinet helemaal geen ingrijpende beslissingen meer mag nemen zonder dat er rekening wordt gehouden met de partijen die binnenkort ook aan een nieuwe regering zullen gaan deelnemen.
De onderhandelingen tussen SP, PvdA, GroenLinks, CDA, Trots op Nederland, PVV en VVD zijn vooralsnog op niets uitgelopen. Het is nu ruim zes weken na de verkiezingen en het ziet er niet naar uit dat de informateurs er nog voor het paasreces uit zullen komen.
Murk bedenkt dat, als alle voorstanders van de opvatting dat het lagerhuis van het parlement in de toekomst uit honderd in plaats van honderdvijftig leden zou moeten bestaan allemaal zouden opstappen, het gewenste quotum al zou zijn bereikt.
De Talsma's en de familie de Mol waren naar de ark gekomen om de tuin op te knappen. 
Er is al jaren niets meer aan gedaan. Ma Hemelsoet was hier niet meer toe in staat en Murk had zich nooit geroepen gevoeld om onkruid te wieden, maar Jacqueline was van mening dat de hof in oude glorie hersteld diende te worden.
Eigenlijk had Murk de dag willen gebruiken om te schrijven. Hij wil zijn boek zoveel mogelijk af hebben voordat hij zich bij het arbeidsre-integratietraject van het UWV WERKbedrijf moet melden.
Voor Murk heeft de tuin niet de eerste prioriteit. Hij maakt er nooit gebruik van en weet niet eens of hij wel op de ark kan blijven wonen. Misschien moet die wel verkocht worden, omdat ma haar kapitaal 'op moet eten' om haar verblijf in het EDD te bekostigen.
Hij heeft ook niet zoveel met tuinieren. Op de lagere school heeft hij nog wel met veel plezier een schooltuintje bewerkt en later kortstondig geprobeerd om aardappelen en groenten in de tuin te verbouwen, maar deze bevlieging werd al snel in de kiem gesmoord toen hij bij het spitten onophoudelijk op stenen stuitte.
Het was al met al een hele leuke dag geworden. Murk had Maike en Rob eerst laten zien wat hij de laatste tijd in de ark had veranderd en verteld wat zijn plannen zijn om de inrichting nog meer aan zijn smaak en behoeften aan te passen.
Hij heeft een zo goed als nieuwe kast bij het grofvuil gevonden en in de huiskamer geplaatst. Deze hoeft alleen nog stevig aan de muur te worden bevestigd.
Rob had daar hard om moeten lachen. Hij was vroeger altijd degene die doorlopend 'nieuwe' huisraad vond en mee naar huis sleepte. Hij vroeg zich af of het tegenwoordig niet verboden is zomaar spullen van de straat mee te nemen.
''Volgens mij zijn zaken op het moment dat ze aan de straat zijn geplaatst eigendom van de gemeente geworden.''
Murk heeft geen moeilijkheden gekregen en had een oplossing paraat voor het geval hij zou zijn betrapt.
''Er is een anekdote over iemand die zand nodig had. Hij zag een onbeheerde berg liggen. 
Als hij hiervan een beetje wil meenemen, vraagt een agent waar hij mee bezig is. De man vertelde dat hij wat zand kwijt moest en het op de grote hoop wilde gooien. De politieman gaf hem de opdracht om het zand onmiddellijk weer mee te nemen, omdat hij zich anders gedwongen voelde een bekeuring uit te schrijven. Ik had dus gewoon kunnen zeggen dat het mijn eigen kast was die ik weg wilde gooien. Maar dat ik na protesten van mijn vriendin had besloten hem terug te halen, om aldus verdere huiselijke twisten te voorkomen.''
Na de rondleiding was Maike in de tuin aan de slag gegaan terwijl Rob een paar kleine dingen in de ark repareerde. Murk hielp ondertussen met het vrijmaken van struiken en begon gaandeweg het idee om over een tuin te kunnen beschikken, waar hij bij mooi weer met vrienden en familie kon zitten, steeds aantrekkelijker te vinden.
Murk heeft spijt dat hij de gratis zegels van de buurtsuper, waarmee voor tuinplantjes kon worden gespaard, heeft geweigerd. Hij had gedacht dat hij die toch niet zou gebruiken. En was bang geweest dat hij ze, net als de zegels voor afsluitbare bakjes, die hij eerder wel aangepakt en ingeplakt had, zou vergeten in te leveren.
In de loop van de dag kwamen er steeds meer fraaie planten onder het woekerend gewas vandaan. 
Tot Murks verbazing bleek Maike bijna alle tuinkruiden en struiken te kunnen benoemen.
In een hoek van de hof is de grond verzakt en is een natuurlijke poel ontstaan. Aan de waterkant, waar het vroeger onmogelijk was te staan zonder natte voeten te krijgen, blijkt het een stuk minder drassig dan voorheen.
Maike maakte de waterkant vrij van alle aangespoelde troep. Murk heeft daar nooit aan willen beginnen, omdat er zich in die hoek voortdurend rotzooi blijft ophopen. En als hij daar eenmaal aan zou beginnen... waar houdt het dan op?
Jacqueline en Erwin waren uren later dan gepland gearriveerd, omdat de gevolgen van een feest zich nog lang hadden doen gelden. Ze hadden gordijnen, die beter bij de vernieuwde inrichting van de ark pasten, opgehangen.
Iedereen was aan het eind van de middag weer huiswaarts gekeerd en Murk had, nadat hij het huis met de stofzuiger had schoongemaakt, nog tijd wat over om aan zijn boek te gaan werken.

De deurbel onderbreekt de herinneringen aan de vorige dag.
Er staan twee personen voor de deur die zich als ambtenaren van het UWV WERKbedrijf identificeren. Ze komen een huisbezoek afleggen. Om te verifiëren of Murk inderdaad op de ark woont en te controleren of zijn financiële situatie precair genoeg is om aanspraak op een uitkering te kunnen maken.
Er worden veel vragen gesteld. Men wil weten of Murk geen vermogen heeft. Van welk geld hij zijn boodschappen en vaste lasten betaalt. Hoe hij denkt dat te gaan doen als de uitkering niet wordt toegekend. Of hij financieel ondersteund wordt. Waarom hij regelmatig met de trein naar Walden reist. Of de ark en inboedel zijn eigendom zijn.
Of hij een relatie heeft. Of hij elke dag op de ark is. Wie er een sleutel heeft en of er behalve voor hem ook post voor anderen wordt bezorgd.
Murk heeft gelukkig overal antwoord op. Hij heeft geen vermogen en nee, ook niet in het buitenland. Zijn inkopen en verplichtingen kan hij, voor zolang het duurt, van het salaris dat hij onlangs uit het Persoonsgebonden Budget heeft ontvangen, voldoen. Niemand geeft hem geldelijke steun. Er is twee keer door zijn zus geld op zijn rekening gestort, maar dat was geld van ma Hemelsoet, bestemd om eten voor moeder te kunnen kopen.
Hij is naar Walden gereisd om zijn zus Jacqueline te bezoeken. Ma Hemelsoet is eigenaar van de ark en de meeste huisraad. Hij heeft deze slechts in bruikleen tot het moment dat moeder komt te overlijden. Daarna zijn zus en hij de erfgenamen. Nee, hij heeft geen vaste partner. Ja, hij is elke dag op de ark. En als hij geen formulieren hoeft in te vullen of huisbezoek van ambtenaren krijgt die erg veel vragen komen stellen, besteedt hij zijn tijd voornamelijk aan het schrijven van een roman. Afgezien van hem kan alleen Jacqueline zonder aan te bellen of in te breken de ark betreden.
De controleurs maken een ronde door de ark. Murk laat zien dat er alleen mannenkleding in zijn kast hangt. Gelukkigerwijs heeft hij zijn collectie dameslingerie onlangs weggedaan. Hij kan weinig aan zijn persoon gerichte post tonen. De correspondentie met vrienden en kennissen verloopt voornamelijk langs elektronische weg.
Murk vertelt dat er nog wel steeds post voor ma Hemelsoet komt. Hij is naar het stadsdeelkantoor geweest om te informeren waarom moeder nog steeds op de ark staat ingeschreven. Men had hem verteld dat dit door de familie moest worden geregeld.
Dat is inmiddels gebeurd.
Op zijn vraag hoe dit dan bij demente mensen, die naar een verzorgingstehuis verhuizen en kip nog kraai hebben, wordt afgewikkeld, kwam een onverkwikkelijk antwoord.
''Moeizaam.''
De beambten vertrekken zonder dat er ongerechtigheden zijn geconstateerd.
Murk kan opgelucht ademhalen.
Hij is blij dat Alie niet meer komt schoonmaken en toevallig net aanwezig is. Het zou lastig zijn geweest de aanwezigheid van een werkster uit te leggen.
De UWV-ers zijn door de stront, die de eenden op de steiger hebben achtergelaten, gebanjerd en hebben hun voeten niet geveegd. Murk pakt een mop en dweilt de sporen, die zij op de nieuwe vloerbedekking hebben gemaakt, uit zijn kortetermijngeheugen.

Murk komt vandaag weer niet tot schrijven.
Hij moet nogmaals een bezoek aan de tandarts afleggen en anderhalve dag geleden kreeg Jacqueline te horen dat ma Hemelsoet wederom naar het ziekenhuis moet om nieuwe röntgenfoto's van haar bovenarm te laten maken en hierbij door een familielid begeleid dient te worden. Er was ook niet in ambulancevervoer voorzien.
Niemand had zich afgevraagd of de familie daar op zo'n korte termijn wel tijd voor kon vrijmaken.
Jacqueline kon gelukkig een paar uur weg uit de dierenkliniek. Zij zal ma in een rolstoel naar het hospitaal duwen en Murk zal later beschikbaar zijn om de terugreis naar het EDD voor zijn rekening te nemen.

De behandeling bij de tandarts verloopt vlot.
Murk belt Jacqueline. Zij is inmiddels alweer op de terugweg. Murk spreekt af dat hij haar tegemoet zal lopen.
Op het moment dat Murk het EduardDouwesDekkerHuis passeert, komt Jacqueline net om de hoek. Ma Hemelsoet zit flegmatiek, half onderuitgezakt, in het karretje en heeft het ondanks het warme, zonnige lenteweer erg koud.
Jacqueline geeft lucht aan haar ongenoegen over de behandeling van moeder. Ze vertelt haar broer dat het maken van röntgenfoto's uiteraard overbodig is gebleken. De breuk kan toch niet hersteld worden. De botten zijn inmiddels een beetje aan elkaar gegroeid.
Ma heeft veel pijn ondervonden toen ze in allerlei ongemakkelijke houdingen voor het apparaat werd geplaatst en een revalidatieprogramma, om haar weer een beetje mobieler te maken, blijft onmogelijk.
De lijdensweg van ma Hemelsoet is enigszins verzacht doordat Jacqueline haar op de heenweg op zoute haring en op de terugweg op een kroket heeft getrakteerd.
Dat laatste was Murk ook van plan. Moeder klaagt altijd dat het eten haar niet smaakt. Maar hij heeft nooit iets meegenomen, omdat hij niet met lauwe snacks aan wil komen.
Jacqueline geeft, door een uitdrukking te verhaspelen, op Freudiaanse wijze aan dat zij meestal degene is die ma verwent.
''Het ging erin als zoete broodjes.''
Jacqueline geeft Murk allerlei goede adviezen.
Hij zou kunnen gaan internetdaten. Dient meer van het mooie weer genieten en moet, als de ark en de tuin weer helemaal zijn opgekalefaterd, toch echt eens een feestje geven.
Ze heeft ook een oplossing voor het probleem dat Murk de laatste tijd met het afspelen van filmpjes op zijn laptop heeft. Ze raadt hem aan een man, die haar onlangs heel goedkoop met de problemen met haar computer heeft geholpen, te consulteren.
Murk vindt dat hij meer dan voldoende geniet en wil zo min mogelijk aan alle verleidingen toegeven. Hij heeft de laatste jaren meer dan genoeg tijd in de zon doorgebracht. Doelloos. Indolent bier drinkend op bankjes aan grachten.
Hij weet dat hij na het eerste biertje trek in het volgende krijgt, bij het vierde zal gaan bedenken dat Wilhelm Tell al zei dat de boog niet altijd gespannen kan staan. Dat hij dan de rest van de dag nergens meer toe komt.
Murk is onzeker over zijn toekomst. Hij weet niet of hij met schrijven wel iets kan bereiken. Of de uitkering hoog genoeg zal zijn om zijn levenswijze te bekostigen. En hij weet ook nog niet hoeveel hij aan de DWU, Sociale Verzekeringsbank en het budgetteringsbedrijf moet gaan terugbetalen.
Hij is bang dat hij binnenkort naar de voedselbank zal moeten. Dus past hij er wel voor om veel geld aan uitgaan, feestjes of mannetjes, die hem met de moeilijkheden met zijn laptop kunnen helpen, uit te gaan geven.
In zijn ogen heeft zuslief het makkelijker. Zij hoeft zich niet constant door middel van zelfdiscipline in de hand te houden. Zij moet gewoon op vaste tijden op haar kliniek of thuis zijn en beschikt over genoeg kapitaal en voldoende inkomen.
Murk neemt afscheid van zijn moeder en zus en loopt naar de buurtsuper.
Als hij de schappen met bier passeert, vraagt hij zich af of ze bij de voedselbank ook bier hebben.

Na thuis wat te hebben gegeten, vertrekt Murk naar de bibliotheek.
Hij heeft met Arthur afgesproken, die zit de laatste tijd vaak in de BBB te studeren en heeft voorgesteld elkaar daar te ontmoeten.
Vanuit de BBB wordt elke werkdag een radiomagazine over cultuur, politiek en maatschappij uitgezonden. Normaal luistert Murk daar thuis naar, maar nu hij niet meer voor ma Hemelsoet hoeft te zorgen, wil hij van de mogelijkheid gebruikmaken er eens live bij te zijn.
Deze avond is Theodoor Holman de presentator van dienst en zal Max Pam zijn wekelijkse column Ketter en Geest voorlezen. Pam behandelt hierin allerlei krantenberichten over geloof, bijgeloof, evolutie, vrijdenkerij, schepping en atheïsme, die voor goddelozen van belang kunnen zijn.
Murk neemt de lift. Twee medepassagiers leveren op luide toon commentaar op de penetrante etenslucht die in de cabine hangt.
''Je kunt het restaurant al ruiken.''
''Dat zullen ze wel expres doen om klanten te trekken.''
''Nou, ik moet zeggen dat ik deze geur niet echt eetlustopwekkend vind.''

Murk loopt langs de werkplekken. Er is geen spoor van Arthur.
Hij loopt het restaurant binnen om te kijken of zijn vriend daar wellicht zit te eten.
Maar ook daar treft hij hem niet aan.
Als Murk aan een van de tafeltjes Julius Vischjager ziet zitten, kan hij het niet laten een gesprek met hem te beginnen.
Vischjager is journalist, fotograaf, hoofdredacteur en uitgever van het met de hand geschreven krantje the Daily Invisible.
Hij speelt somtijds op de openbare piano in de hal van de BBB en mag al bijna dertig jaar de laatste vraag bij de wekelijkse persconferentie van de minister-president stellen.
Johannes Petrus Balkenende wilde hem dit privilege ooit ontnemen. Maar toen het hele journaille daartegen in opstand kwam en met een boycot dreigde, kwam hij hierop terug.
Murk is dol op dit soort markante personen, die hun genialiteit met een prettige vorm van gestoordheid weten te combineren. Zelfs als ze niets in de melk te brokkelen hebben, zijn zij het zout in de pap der mensheid.
Normale mensen hebben vervelende banen. Zij draaien in fabrieken deksels op potten augurken of werken in de postsortering. Sommigen worden politicus of koning door erfopvolging.
De minder conventionele figuren, intelligekken, zoals Leonardo da Vinci, Andy Warhol, Salvatore Dali, Herman Brood, Jerome David Salinger, Gilbert and George, Willem de Ridder, Pablo Picasso, Willem Kloos, Brian Wilson, Hans Teeuwen, Vincent van Gogh en Stanley Kubrick, zijn de bloem van onze verdeelde aardkloot.
Als er een god is, zijn dit de mensen die naar zijn evenbeeld zijn geschapen. 
En als er buitenaardse intelligentsia bestaan, zijn zij het die het de moeite waard maken om een bezoek aan onze planeet te brengen.
De gemiddelden zullen altijd met hun poten in de aardse klei blijven staan. Laag bij de grond zwoegend op de werkvloer. Degenen die in staat zijn de massa te ontstijgen, bereiken bijgeval ooit de hemel of gaan mogelijkerwijs naar Mars.
Degenen die van de norm afwijken, lopen het gevaar onbegrepen te blijven. Ze roepen wrevel op en worden gedwongen zich aan te passen. Links schrijven werd hardhandig afgeleerd. 
De groepsdruk op school en werk prest mensen die uitblinken vaak zich hiervoor te schamen.
Er lijkt een verband tussen genialiteit en linkshandigheid te bestaan. 10% van de mensen is linkshandig, maar onder kunstenaars ligt dit percentage op veertig. Dit verschil kan ontstaan zijn doordat linkshandigen altijd meer hun best moeten doen zich te conformeren.
De lijst met bekende linkshandigen die op internet te vinden is, blijkt eindeloos: Napoleon Bonaparte, de wurger van Boston, Lewis Caroll, Hans Christian Andersen, David Bowie, Billy the Kid, Adolf Hitler, Kurt Cobain, Jack the Ripper, Paul McCartney, Osama Bin Laden, Bob Dylan, Jimi Hendrix, Goethe, Gerard Reve (schreef rechtshandig), Johan Cruyff, Bor de Wolf, Pelé, Charlie Chaplin, Marilyn Monroe, Michelangelo Buonarroti, Julius Caesar, Jeanne d'Arc, Leonardo da Vinci, Albert Einstein, Winston Churchill en Friedrich Nietzsche.
Er is natuurlijk een nog langere lijst met rechtshandige beroemdheden te maken. 
Dat minstens 7 van de 44 presidenten van de Verenigde Staten links schreven en het gemiddelde ook bij Nobelprijswinnaars, auteurs en schilders ruim boven de 10% ligt, kan een toevallige afwijking zijn. Het feit dat de drie grootste heersers uit de geschiedenis van Europa linkshandig waren, spreekt wel tot de verbeelding.
Murk vraagt zich af met welke hand Mao Zedong, Jozef Stalin, Alexander de Grote en Djengis Kahn schreven.
Hij kan zich niet voorstellen dat er iemand is die gemiddeld zou willen zijn. Elk schepsel wenst
toch een god, of daar een kloon van, te zijn. Niet normaal, maar een superwezen. Alles behalve doodgewoon.
Helaas blinkt Murk nergens echt in uit. Het ligt niet in zijn vermogen fenomenaal te schrijven, hij was nooit meer dan een redelijk goede fotograaf en haalde op school maar matige resultaten.
Dat werd pas beter vanaf het moment dat hij de beslissing nam zich niets meer aan te trekken van de vrij algemeen onder zijn klasgenoten heersende opvatting dat het niet cool is om je best te doen en goede resultaten te behalen.
Terwijl iedereen voor de boekenlijst de dunst mogelijke boekjes uit de kast plukte, samenvattingen las of verfilmingen bekeek, koos hij boeken die hem het interessants leken. Toen er voor Engels een boek van voor 1890 gelezen diende te worden, begon hij aan een lastig leesbaar 17e-eeuws boek.
The Diary of Samuel Pepys was een door een secretaris van de Engels koninklijke marine geschreven dagboek.
Hij schreef over de grote rampen die Londen in de periode 1660-1670 troffen. De grote brand, de pestepidemie en de oorlogen met de republiek der Nederlanden.
Het opmerkelijkste aspect van het boek was het feit dat Pepys ook onverbloemd over de verhoudingen, die hij met diverse vrouwen onderhield, schreef. Hij kon dit doen, omdat hij zijn journaal goed verborg en hiervoor een op stenografie gebaseerde code gebruikte.
Samuel Pepys 1666

Murk ontdekte aldus dat er een bijkomend voordeel optreedt als je ergens een beetje meer moeite voor doet. De leraar was zo onder de indruk van zijn inzet dat hij geen lastige vragen stelde en ook nauwelijks iets over de andere boeken op de lijst vroeg.
Vischjager heeft het boek Magiër van een nieuwe tijd, van de historicus Eric Duivenvoorden, dat over het leven van Robert Jasper Grootveld handelt voor zich op tafel liggen.
Hij spreekt gedurende het gesprek met Murk herhaaldelijk zijn ongenoegen uit over een passage in het boek.
Robert Jasper Grootveld zou een kortstondige, homoseksuele affaire met Gerard Cornelis van het Reve hebben gehad. Dat is volgens Vischjager absoluut bezijden de waarheid.
Murk merkt op dat niemand behalve Grootveld en Reve dat zeker kan weten en dat ze het allebei niet meer kunnen navertellen. Hij haalt een herinnering op aan een uitspraak die Adriaan Morriën ooit over de anti-rookmagiër heeft gedaan. Morriën vond dat de rol van Grootveld niet onderschat kon worden, dat niemand het straatbeeld zo veranderd heeft als hij en dat hij daarom eigenlijk de eretitel Vader des Vaderlands verdiende.
Vischjager doet een poging om Murk de laatste twee exemplaren van the Daily Invisible aan te smeren, maar deze is niet van plan om daar geld aan uit te geven. Hij stelt de bladenmaker voor de geschriften voor zijn nog onvoltooide roman Seizoensgebonden te ruilen. Hij belooft plechtig de digitale versie van zijn typoscript te zullen zenden, maar Vischjager moet hem meedelen dat hij helaas niet over een e-mailadres beschikt.
Vischjager vraagt Murk of hij iets wil drinken. Murk weigert beleefd. De schrijver bekent dat hij het vroeg, omdat hij geen zin had om op te staan en hoopte dat Murk dan ook meteen koffie voor hem zou gaan halen.
Murk haalt een kop koffie en krijgt als dank de twee exemplaren van het periodiekje. 
Hij neemt afscheid om in ieder geval het tweede uur van de radio-uitzending nog bij te kunnen wonen en de afspraak met Arthur na te komen.

Murk arriveert bij de open studio op de vierde verdieping en wurmt zich door het publiek om een vrije plek aan de zijkant te kunnen bereiken.
De ambiance is als erg rumoerig te kenschetsen.
Het lukt een van de toeschouwers om zich boven alle luidruchtigheden te verheffen.
''Fuck Darwin!''
God mag weten wat het voor de voortgang van de evolutie zal betekenen, mocht dit gebod ooit ten uitvoer worden gebracht.
Theodoor Holman probeert de man tot de orde te roepen, maar meneer is duidelijk geen lid van de zwijgende meerderheid en vervolgt krachtig zijn interpretatie van de vrijheid van meningsuiting.
Op het moment dat de man met zachte dwang verwijderd wordt, ontdekt Murk Arthur tussen het publiek. Hij voegt zich bij hem. Samen beluisteren ze de rest van het programma.

Murk en Arthur nemen de lift naar de begane grond.
Voordat de deuren opengaan, meldt een zwoele vrouwenstem dat ze hun bestemming hebben bereikt.
''Entree.''
Murk moet, net als alle voorgaande keren dat hij de met een Frans accent uitgesproken annunciatie heeft gehoord, aan de sketch van André van Duin denken, waarin de komiek aanklopt en er aan de andere kant van de deur ''entré'' klinkt en hij dan met een ferm ''Renault'' antwoordt.
Het lukt hem de aanvechting te beheersen de elektronische aankondiging te verbeteren in een te luid uitgesproken ''sortie''.

Arthur en Murk praten al lopend bij, tot het bier dat Murk heeft meegenomen op is.

Murk loopt naar huis en denkt terug aan een inval van Maike om de inham van het WillemBrakmankanaal naast de ark vol zand te storten om zodoende een strandje te laten ontstaan. Het lijkt hem een leuk alternatief voor de te drukke stadsstranden.

Murk komt thuis.
Hij neemt het besluit de volgende dag de affiches met aanprijzingen voor onlangs uitgegeven boeken, die Maike voor hem heeft meegenomen, in de huiskamer op te hangen.
Hij rolt zijn bed in en slaapt.

 


 











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen